Het is vuil werk, maar iémand moet het doen: de verantwoordelijkheid op zich nemen voor de brutale nederlaag die de christen-democratie zondag te verduren kreeg. En als er vuil werk te verrichten valt, mogen ze hem altijd roepen, Jean-Luc Dehaene (CVP), hij zal de kelk tot de bodem leegdrinken. Voor hem hoeft het nu dus allemaal niet meer. Hij gaat voortaan een beetje in zijn tuin schoffelen en verder in de senaat gaan zitten - daarvoor is hij trouwens verkozen. En, zo zegt hij, het is nog niet eens zeker of hij daar wel zijn volle mandaat van vier jaar zal voltooien, want er zijn nog zo veel andere terreinen - "uitdagingen" ongetwijfeld - waarop hij zich "verdienstelijk" kan maken. Versta dus ook: voor Dehaenes levensgeluk is de politiek, en zeker de CVP niet onontbeerlijk. Ze zullen het hem dus beleefd moeten komen vragen wanneer ze nog eens een beroep op zijn diensten zouden willen doen.
...

Het is vuil werk, maar iémand moet het doen: de verantwoordelijkheid op zich nemen voor de brutale nederlaag die de christen-democratie zondag te verduren kreeg. En als er vuil werk te verrichten valt, mogen ze hem altijd roepen, Jean-Luc Dehaene (CVP), hij zal de kelk tot de bodem leegdrinken. Voor hem hoeft het nu dus allemaal niet meer. Hij gaat voortaan een beetje in zijn tuin schoffelen en verder in de senaat gaan zitten - daarvoor is hij trouwens verkozen. En, zo zegt hij, het is nog niet eens zeker of hij daar wel zijn volle mandaat van vier jaar zal voltooien, want er zijn nog zo veel andere terreinen - "uitdagingen" ongetwijfeld - waarop hij zich "verdienstelijk" kan maken. Versta dus ook: voor Dehaenes levensgeluk is de politiek, en zeker de CVP niet onontbeerlijk. Ze zullen het hem dus beleefd moeten komen vragen wanneer ze nog eens een beroep op zijn diensten zouden willen doen. Tenslotte kent Dehaene zijn pappenheimers beter dan wie ook. Dus liet hij er maandag geen onduidelijkheid over bestaan waarom hij zich van het politieke voorplan terugtrekt: om zijn partij een nacht van de lange messen en een vadermoord te besparen. Want de CVP is een ingewikkelde kluwen van strekkingen, belangen en ego's. Ze is het absoluut niet gewend om niét de grootste te zijn, laat staan dat ze zich lekker voelt bij het perspectief van het zwarte gat van de oppositie. En toch is dat laatste de situatie waarmee ze voor het eerst sinds mensenheugenis enigszins rekening moet houden. Deelnemen aan de macht is voor de partij immers een roeping, niets minder dan dat. Een verkiezingsnederlaag gaat bij de CVP bijgevolg altijd gepaard met veel psychodrama, dat alleen met evenveel rituelen kan worden opgelost. Al zondagnamiddag, toen in de eerste uitslagen de trends zichtbaar werden, ontplofte in het CVP-partijbureau, aldus een insider, niets minder dan "een atoombom". Iedereen begon iedereen de schuld van de nederlaag te geven. En dat was natuurlijk een goede zaak voor Karel Pinxten, ex-Landbouwminister en l'homme par qui le malheur est arrivé. Zo kwam hij tenminste een beetje uit de wind te staan. Toen een roodaangelopen premier later in de avond door de televisiestudio's stoomde en begon te foeteren tegen die onverlaten die de partijdiscipline niet konden opbrengen om op het gepaste moment - toen, dus - hun mond te houden, leek het wel alsof hij mentaal nog altijd op zijn partijbureau vertoefde. Bezinning, andere stijl, andere mensen, oppositiekuur, het werd allemaal te snel en vooral niet zonder bijgedachten uitgesproken. (Anderen beseffen maar al te goed wanneer het goed is om zich even gedeisd te houden; de gebroeders Van Rompuy - twee weten meer dan één - leken wel van de aardbodem verzwonden.) HET IS NIET PERSOONLIJKBij de CVP-rituelen horen ook plengoffers, de vadermoorden waarover Dehaene het had, met boegbeelden die zonder veel omhaal de woestijn in worden gestuurd. Het vorige CVP-boegbeeld, Wilfried Martens, heeft dat met een mix van trots en ijdelheid nooit onder ogen willen zien. Dus werd hem eerst, in 1989, een door Dehaene aaneengelijmde rooms-rode coalitie in de maag gesplitst. Daarop volgde zijn eigen weinig elegante defenestratie in 1991. En de eindrekening werd hem, omdat hij het nog altijd niet wou begrijpen, enkele maanden geleden gepresenteerd, toen hem het nochtans felbegeerde lijsttrekkerschap voor de eurolijst met een vrij doorzichtig smoesje werd geweigerd. Dit is politieke business; Dehaene hoeft het immers niet persoonlijk te nemen. Want ondertussen blijft hij wel de populairste politicus van het land, met dik driehonderdduizend voorkeurstemmen. Al had hij daarbij het geluk dat de VLD de stommiteit beging om twee boegbeelden op de senaatslijst te plaatsen, haar voorzitter Guy Verhofstadt en haar electorale goudhaantje Marc Verwilghen. Daardoor werden de liberale resultaten bij deze pop poll - en voor veel meer dan een populariteitstest dient het lijsttrekkerschap op de senaatslijst niet - over twee namen verspreid. Dehaene weet ook wie de lange messen inmiddels aan het slijpen is, die her en der in ruggen zullen worden geploft. Het zijn de "jongeren", die in het partijbureau of in hun fracties wel al eens eerder ongemakkelijk hebben gekucht. Ze werden tot nu toe door de premier altijd met een paar welgemikte krachttermen in hun mandje geblaft. Figuren als Pieter De Crem en Joachim Coens bezitten daarin al een zekere staat van dienst. Nu lijken ze alweer hun kans schoon te zien. Niet dat de CVP in hun arrondissementen zo geweldig scoorde, integendeel. Maar in hun persoonlijke scores deden ze het niet al te slecht, dankzij de lokale machtsbasis die door hun respectievelijke vaders nog is uitgebouwd. Beiden situeren zich bovendien in de rechtervleugel van de CVP. Coens, die zich graag "onafhankelijk" noemt, vergeet immers wel eens dat hij zijn plaats op de lijst aan het christelijke vakbond te danken heeft. En na verkiezingen waarin vooral rechtse kiezers de partij hebben verlaten, krijgt de rechtervleugel van de CVP traditioneel altijd wat meer ruimte om zich te profileren, teneinde die overlopers terug te halen. Het drama van een verkiezingsnederlaag is evenwel dat vooral ouwe getrouwen daarbij hun zitje kunnen vrijwaren, maar dat het net de jongeren zijn, die zich doorgaans nog te bewijzen hebben op de meer precaire plaatsen op de lijsten, die het gelag betalen. In het verlengde daarvan wordt het ook nog uitkijken wie de CVP via de coöptaties weer zal willen opvissen. Zal ze het meer bepaald echt aandurven om Leo Delcroix, toch niet de meest onbesproken aller gegadigden, het hem beloofde senaatszitje te bezorgen? DE HELE OMELET"Wie had dat gedacht, zó'n afstraffing", liet CVP-kamerfractieleider Paul Tant zich zondagavond tussen twee deuren oprecht verbouwereerd ontvallen. De man is ook burgemeester van Kruishoutem, het centrum van het heelal quaeieren. Hij had dus kunnen weten dat dedioxine-affaire de CVP niet in dank zou worden afgenomen. Het lijkt er meer bepaald op dat vooral de West-Vlaamse landbouwproducenten de CVP de rug hebben toegedraaid en voor de VLD gingen stemmen, terwijl de gedupeerde consumenten nu enig soelaas van Agalev verwachten. De vraag is echter of de verkiezingsuitslag van vorige zondag niet veel complexer uitvalt om alleen te worden geïnterpreteerd als de ventilatie van het volkse ongenoegen over de laksheid waarmee de regering het dioxine-incident heeft aangepakt. Scheidend minister-president Luc Van den Brande meent kennelijk van niet, want maandag stelde hij zich, alsof er niets was gebeurd, al naar de toekomst toe kandidaat voor een derde termijn aan het hoofd van de Vlaamse regering, onder het motto: dat of niks. Zijn argument is namelijk bijzonder curieus. Hij wil zich de handen wassen met de stelling dat de Vlaamse regering niets te maken heeft met de dioxinezaak - alsof zij geen enkele bevoegdheid zou hebben inzake landbouw, milieu of volksgezondheid. En alsof alles daarmee van de baan zou zijn. Nochtans bestaan voldoende indicaties dat de zaken, het signaal van de kiezer dus, toch iets ingewikkelder liggen. Anders valt niet te verklaren waarom de semi-Witte Ridder Stefaan De Clerck - die, niet te vergeten, tot de rechtervleugel van de CVP behoort - zowat de enige christen-democraat is die de schade voor zijn partij bij hem thuis nog wat kon beperken. Hij liet overigens al meteen weten dat het zijn partij geraden is om zijn electorale kapitaal niet te negeren. Even veelbetekenend is de absoluut rampzalige score van SP-boegbeeld Louis Tobback. Hij laat niet alleen pluimen op de senaatslijst, maar zijn partij moet vooral in zijn eigen kiesarrondissement Leuven zwaar bloeden, terwijl een Steve Stevaert in Hasselt wél een fraaie score voor de SP laat noteren. De dioxinezaak zorgt dus kennelijk voor enige verblinding. In meerdere Laurel & Hardy-films krijgt de Dunne van de Dikke het verwijt: kijk eens in welke fraaie knoeiboel (a fine mess) je ons nu hebt doen belanden. Het zou iets te eenvoudig zijn om Dehaene nu in de rol van Hardy en Pinxten in de rol van Laurel te casten. Dat verwijt komt ook altijd ergens halverwege de film, waarna onze helden nog een eind te gaan hebben om zich uit de rotzooi te werken. De CVP is nog niet uitgeteld. Door die verblinding moet Agalev-voorman Jos Geysels enige moeite doen om het eclatante succes van zijn partij als serieus voor te stellen. Dit zijn niet zomaar foert-kiezers die misnoegd op een ongelukkig incident reageren en daarzonder helemaal anders zouden hebben gestemd. Nee, zo is het inderdaad niet, de verkiezingsuitslag reveleert integendeel een zucht naar ingrijpende veranderingen, naar - horresco referens - een nieuwe politieke cultuur. De geest van Zaal F waart nog rond. Vooral overwinnaar Guy Verhofstadt schijnt het zo te hebben begrepen. Hij ziet de verkiezingsuitslag, wellicht niet ten onrechte, als een roep om een nieuw, ander, efficiënter, vriendelijker, minder arrogant en vooral minder nonchalant bestuur. Meer een kwestie van vorm dan van inhoud eigenlijk - over thema's als lagere loonlasten spreekt Verhofstadt sinds zondagnamiddag opvallend veel minder vaak. Veel liever dan meteen met gedroomde coalities voor de dag te komen, wil hij nu een blauwdruk voor een nieuwe bestuurscultuur voorstellen en afwachten wie wil meewerken om die in de praktijk te brengen.WACHT TOT VOLGEND JAARDe kippengeschiedenis verbergt overigens nog een andere realiteit van deze verkiezingsuitslag: dat het alweer een Zwarte Zondag van formaat is geworden. Het is waar dat ex-politiecommissaris Johan Demol het Vlaams Blok niet incontournable heeft gemaakt in de Brusselse Hoofdstedelijke Raad. Hij zal dus het Brusselse systeem en bijgevolg de Belgische constructie niet meteen uit elkaar kunnen knuppelen. Maar dat neemt niet weg dat alle democratische partijen nu samen naar het noodscenario moeten grijpen en, naar het model van het Antwerpse stadsbestuur, in een heilig verbond moeten gaan samenklitten om de hoofdstad nog bestuurbaar te houden. Ondertussen ging het Blok er in Antwerpen alweer met een paar procent op vooruit, wat aantoont dat ze haar sociologische maximum nog altijd niet heeft bereikt. In het nochtans vriendelijke Gent - bepaald geen onveilige stad - wordt het Blok de op één na grootste partij, in een reeks arrondissementen in de driehoek tussen Gent, Mechelen en Antwerpen groeide ze zelfs uit tot de belangrijkste politieke formatie. Vormt dat nu nog niet meteen een onoverkomelijke hinder, over anderhalf jaar dienen zich gemeenteraadsverkiezingen aan die het ergste laten vermoeden. Het politieke speelveld is bij die stembusgang overigens nog een eind complexer, omdat daarin zoveel disparate lokale factoren een rol kunnen spelen. Opvallend is bijvoorbeeld de beroerde score van de triomferende VLD in Gent, nochtans de thuishaven van voorzitter Verhofstadt. Niet alleen presteert lijsttrekker Geert Versnick daar ondermaats, waarmee hij overigens ook zijn stille droom om minister van Buitenlandse Zaken te worden mag opvouwen. Ook het verkeersplan van het plaatselijke SP-VLD-bestuur ligt de lokale middenstand - nog altijd een belangrijk segment van het VLD-electoraat - daar nog altijd zwaar op de maag. Evengoed verklaart de eigenheid van de Brugse binnenstad de weinig briljante score die de VLD daar liet noteren. Net als de zich van geen erger kwaad bewuste CVP'ers klampt het Blok zich vast aan de stelling dat de verkiezingsuitslag van 13 juni uitsluitend met de kippenzaak te maken heeft. In die redenering zou Agalev alleen maar voor eventjes een stroom proteststemmen binnengehaald hebben en zouden die bij een volgende gelegenheid in Blokse richting wegvloeien. Dat valt nog te bezien, en veel zal afhangen van wat er intussen gebeurt, in de eerste plaats bij de regeringsvorming - of liever, de regeringsvorming en. De moeder aller verkiezingen heeft in alle geval geen al te gemakkelijk opvoedbaar kindje gebaard. Het politieke slagveld is meer versnipperd dan ooit tevoren. Niet alleen dienen er zich geen grote, dominante partijen meer aan, ook het ideologische spectrum is grondig verschoven. Het is vooral vervaagd en daardoor niet meer in klassieke schema's te vatten. Zo worden zelfs de meest tegenstrijdige analyses mogelijk. "De socialisten zijn geen socialisten meer", zei oud-ABVV-voorzitter Georges Debunne maandagochtend op Radio-1, "maar een soort liberalen." Oud-premier Mark Eyskens (CVP) vindt dan weer dat de SP'ers nog te veel oude socialisten zijn "en te weinig moderne sociaal-democraten." HET TABOE OP HET P-WOORDEnige zin puren uit wat 13 juni heeft opgeleverd, is een taak die in de eerste plaats voor Guy Verhofstadt is weggelegd. Hij moet nu een puzzel in elkaar schuiven met stukken waarvan de vormen helaas enigszins onduidelijk uitvallen. Dat Verhofstadt deze klus moet klaren, heeft twee redenen. Vooreerst vormen de liberalen de grootste politieke familie in het federale parlement - dat is geleden van 1878, met Walthère Frère-Orban en Pierre Van Humbeeck. De eerste, tussen twee haakjes, was de man die het Gemeentekrediet heeft uitgevonden, de tweede lokte de schooloorlog uit. De tweede reden is dat de CVP in het Vlaamse parlement wel op het nippertje de grootste fractie levert, maar het initiatief nu nog even aan de VLD overlaat. De liberalen hebben nu eenmaal overtuigend gewonnen en de christen-democratie heeft nu eerst tijd nodig om haar interne psychodrama zich te laten voltrekken en om het eigen huis in orde te krijgen. Dat laatste was ook zo ten tijde van Dehaenes "Sire, geef me honderd dagen". Die honderd dagen, dat was wat de CVP nodig had om de rangen weer te sluiten na de electorale nederlaag van 1991. Verhofstadt wil zich eerst met de Vlaamse regering bezighouden maar werd maandagavond als eerste partijvoorzitter al bij de koning ontboden. Hij moet meteen veel problemen tegelijk oplossen. Vooreerst staat hij voor het feit dat hij geen meerderheid op poten krijgt als daarbij niet tenminste drie partijen zijn betrokken. Daarbij moet hij zich afvragen in welke mate de symmetrieën een rol mogen spelen. Moeten de partijen die aan de federale regering deelnemen, ook een plaats krijgen in de regionale kabinetten? Dienen de Vlaamse regeringspartijen tot dezelfde familie te behoren als die in Franstalig België? Daar liggen nog een paar extra complicaties te wachten, temeer omdat Verhofstadt theoretisch niet zo'n voorstander is van symmetrieën. Bovendien wordt de VLD in haar keuze beperkt. Ze kan zich goed verstaan met de Volksunie (een klein winnaartje van vorige zondag), zoals de Franstalige liberalen van de PRL zich hebben geallieerd met het Brusselse FDF. Agalev en Ecolo, de enige grote winnaar van de verkiezingen in Wallonië en Brussel, maakten dan weer de afspraak dat de ene niet zonder de andere wil regeren, terwijl de SP ook pas deelneemt aan een regering als er socialisten op alle niveaus en in heel het land mee besturen. Bovendien sloot de PRL eerder al een soortement huwelijksbelofte af met de PS. En tot slot kan Verhofstadt, die altijd beweert dat wie de verkiezingen wint, de kans moet krijgen om zich in een coalitie te bewijzen, nu natuurlijk moeilijk om de ecologisten heen. De van zelfvertrouwen blakende VLD-voorzitter moet ook nog met iets trivialers rekening houden: de honger naar portefeuilles in zijn eigen partij. Verwilghen aast nog altijd op Justitie in de federale regering, Rik Daems verdient daar ook wel iets, Patrick Dewael wil best Vlaams minister-president worden. Oké, maar niet alle ambities kunnen worden ingelost, want een coalitie zal tenminste met zijn drieën moeten. Of zelfs met zijn vieren, in alle geval op het Vlaamse niveau. Want daar lijkt Verhofstadts ultieme logica toch op te wijzen. Als hij zijn maatjes van de VU erbij wil, plus de ondubbelzinnige winnaars van Agalev, behoeft hij nog een vierde partner. Zo lang de CVP zich als een beledigde freule laat pramen, kan Verhofstadt zich daarvoor alleen nog tot de SP wenden. Bij de zwaar aangeslagen Vlaamse socialisten overheerst stilaan het besef dat ze dringend het roer moeten omgooien. Een schoktherapie, graag. Volgens de enen kan dat het best in de oppositie, anderen lijken te vinden dat ze dat meteen in de praktijk kunnen aantonen, met een geheel nieuwsoortig beleid en, vooral, met een geheel vernieuwd politiek personeel, want daar mangelt het de SP vooralsnog aan. Maar het zou kunnen, want van Louis Tobback kan veel worden gezegd, maar niet dat hij geen scherp politiek inzicht heeft. Deze verkiezing, daar laat hij geen twijfel over bestaan, was er voor hem een te veel. Daarmee kan ook het taboe springen dat hij altijd over het P-woord heeft uitgesproken, paars. Met de deconfiture die de CVP vandaag beleeft, is de tijd daarvoor nooit gunstiger geweest. Maar daar moeten dan wel goede redenen voor bestaan. En het vel van de beer enzovoorts. Marc Reynebeau