Op een groot bord op een pleintje, aan een van de hoofdstraten van de stad, plakt een man op een laddertje een affiche aan. 'Kabila heeft een nieuwe campagne', merkt iemand in de straat laconiek op. Terwijl almaar meer vluchtelingen naar Kinshasa trekken en het land in een steeds diepere crisis wegzakt, blijven de grote boulevards afgeboord met imposante portretten van mzee Laurent-Désiré Kabila. De president, die aan de macht kwam in 1997, kan op - een deel van - zijn bevolking rekenen. De woorden van zijn veiligheidsescorte, de GRS, spreken boekdelen. Op een bord staat vermeld: 'We escorteren de president ten koste van ons leven. We zijn bereid te fungeren als bommen en als afweerschild voor de veiligheid van de president.'
...

Op een groot bord op een pleintje, aan een van de hoofdstraten van de stad, plakt een man op een laddertje een affiche aan. 'Kabila heeft een nieuwe campagne', merkt iemand in de straat laconiek op. Terwijl almaar meer vluchtelingen naar Kinshasa trekken en het land in een steeds diepere crisis wegzakt, blijven de grote boulevards afgeboord met imposante portretten van mzee Laurent-Désiré Kabila. De president, die aan de macht kwam in 1997, kan op - een deel van - zijn bevolking rekenen. De woorden van zijn veiligheidsescorte, de GRS, spreken boekdelen. Op een bord staat vermeld: 'We escorteren de president ten koste van ons leven. We zijn bereid te fungeren als bommen en als afweerschild voor de veiligheid van de president.' Elders in het land, ver weg van Kinshasa, vechten andere krachten om de heerschappij op het terrein. Na twee jaar van aanhoudende conflicten en gewapende opstanden eisen drie belangrijke rebellenbewegingen 'hun' deel van de republiek op. De RCD (Rassemblement Congolais pour la Democratie) rond leider Adolphe Onusumba opereert vanuit Goma in het oosten van het land en wordt gesteund door Rwanda. Een tweede, afgescheurde beweging die aansluiting zocht bij Uganda, is de RCD-ML (Mouvement de Libération) van professor Wamba dia Wamba, gebaseerd in Bunia in het noordoosten. Zakenman Bemba ten slotte, die een deel van zijn jeugd doorbracht in België, staat aan het hoofd van de eveneens door Uganda gesteunde MLC (Mouvement pour la Libération du Congo). Vanuit Gbadolite in het noorden controleert hij de Evenaarsprovincie en via een aanval op de strategische stad Mbandaka wil hij naar Kinshasa doorstoten. Om het vredesproces van deze interstatenoorlog, waarbij inmiddels meer dan zes landen betrokken raakten, te ondersteunen, reisde vorige week een Belgische delegatie onder leiding van staatssecretaris voor Buitenlandse Handel Annemie Neyts, naar de Congolese republiek en haar buurlanden af. Ook vice-premier en minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel bezocht reeds eerder dit jaar enkele Centraal-Afrikaanse landen. 'We willen de continuïteit van het nieuwe Afrikabeleid verzekeren en aan de landen duidelijk maken dat we het gebied blijven steunen', benadrukte staatssecretaris Neyts tijdens de reis. Met de beperkte middelen die er zijn: 'Het vredesakkoord van Lusaka, dat door de verschillende partijen reeds in 1999 ondertekend werd, blijft voor ons de basis. Om dat te helpen verwezenlijken, bieden we onze bemiddeling aan.' De politiek van België is er een van positief en voluntaristisch engagement, zegt ze. 'De inspanningen die we totnogtoe hebben geleverd, moeten we voortzetten. Onze geloofwaardigheid ten aanzien van onze Afrikaanse gesprekspartners staat op het spel.'UITEENLOPENDE AGENDA'SHet kluwen van belangen en uiteenlopende agenda's in het conflict is zeer complex. Bovendien zijn gesprekken aan de gang op verschillende niveaus, tussen leiders en stafchefs, wat nieuwe wegen zou kunnen openen. De Belgische delegatie zal na haar bezoek dan ook een 'geactualiseerde en genuanceerde analyse' van de toestand in Centraal-Afrika aan de regering voorleggen. Wie de Congolese oorlogssituatie enigszins wil ontrafelen, moet terug naar het Rwanda van 1994. Toen de Rwandezen na de genocide vaststelden dat Hutu-milities van de Interahamwe - die de Rwandese genocide hadden uitgevoerd - zich vrij konden bewegen op Congolees grondgebied, voelden ze zich voor hun eigen veiligheid genoodzaakt samen met de Ugandezen het Mobutu-regime in 1997 ten val te brengen. Waarmee ze een dienst bewezen aan Kabila. Toen echter bleek dat ook de nieuwe leider de Congolees-Rwandese grenzen niet beveiligde tegen Hutu-infiltraties van de Interahamwe en het vroegere leger van Juvénal Habyarimana, trokken Ugandezen en Rwandezen zelf ten strijde en bezetten een gedeelte van het Congolese grondgebied. In de conflicten die nu al meer dan twee jaar duren en talloze slachtoffers hebben geëist, deed Kabila een beroep op de solidariteit van de buurlanden. Angola, Zimbabwe en Namibië (dat zich al grotendeels heeft teruggetrokken) sloten zich bij Congo aan. De steun van buitenlandse naties deed een Congolees nationalisme opflakkeren. De afkeer van Rwanda en de Tutsi's was groot. Tegenstanders in de strijd waren dan ook Rwanda, met daarnaast Uganda, maar ook Burundi. De Burundese Hutu-rebellen van het FDD (Front pour la Défense de la Démocratie) die in eigen land het vredesakkoord van Arusha niet mee ondertekenden, vechten in Congo naar verluidt mee aan de kant van Kabila. Hun rol zou beperkt kunnen lijken, maar dat is hij niet. Als het FDD doorzet en leidt tot het destabiliseren van de regio, Rwanda en Burundi, is de kans op een domino-effect groot. Alsof er nog niet voldoende spelers zijn in het conflict, komt ook nog een reeks van militaire facties zich mengen in de strijd. Ze vechten in de voetsporen van Kabila: naast de ex-FAR (het vroegere leger van Habyarimana), de Hutu-milities van de Interahamwe en het FDD, laat Kabila zich ook steunen door de Mai-Mai uit het oosten van Congo en door restanten van het verslagen leger van wijlen president Mobutu Sese Seko. Het resultaat: een puzzel met te veel onderdelen en een situatie die schijnbaar muurvast zit. Maar waarbij meer dan één partij met de nodige nuanceringen tegenover de staatssecretaris beweerde dat ook zij het vredesakkoord van Lusaka van eind 1999 zou wensen na te leven. De Ugandese president Yoweri Museveni bijvoorbeeld. Hij gaat in principe akkoord met een vreedzame oplossing, maar houdt de militaire optie achter de hand om de veiligheid te kunnen handhaven, zegt hij. Van de internationale gemeenschap had hij heel wat meer verwacht. 'De Verenigde Naties slagen er maar niet in een vredesmacht van 5000 mensen te ontvouwen in Congo' zegt hij. 'The UN is impotent.' Ook het voorstel van Muammar Khadafi op de top van Tripoli op 8 november - een neutrale Afrikaanse vredesmacht uitbouwen met manschappen uit Libië, Egypte, Zuid-Afrika en Nigeria - behoort volgens hem niet tot de mogelijkheden. 'Oorlog is geen picknick', zegt hij. Als er manschappen worden gestuurd, moeten ze interveniëren. Tegelijk mogen ze geen nieuwe partij worden in de strijd. INTER-CONGOLESE DIALOOGRebellenleider Jean-Pierre Bemba (MLC) dan weer - volgens Belgisch Congo-kenner Hugyes Leclercq de enige rebel met een echt leger - toont zich bereid om te praten met Kabila en een inter-Congolese dialoog op gang te brengen. Maar om de veiligheid in de regio tot stand te brengen, moeten eerst de regionale krachten ontwapend worden. Pas dan is het mogelijk om te praten met Zimbabwe en Angola. Hoe dan ook is Kabila niet de man om het land erbovenop te helpen, vindt Bemba. Zelf beschikt hij over de nodige manschappen om het conflict verder uit te vechten. 'Als het vredesproces niet lukt,' zegt hij tijdens een onderhoud met Annemie Neyts in Kampala, 'zullen de wapens de bovenhand krijgen.' Dat hij zijn militairen daarvoor niet betaalt, klopt, zegt hij. Ze vechten uit idealisme. Ook de Rwandese president Paul Kagame drukt zich positief uit. Hij maakt een allusie op een mogelijk terugtrekken, maar zijn voorwaarde weegt bijzonder zwaar door. Als de Interahamwe ontwapend is, kan ik vertrekken, zegt hij. Maar een terugtrekking op korte termijn komt er hoogstwaarschijnlijk niet. Volgens sommige bronnen zou Kigali, dat aan de bondgenoten van Kabila een terugtrekking van 200 kilometer had voorgesteld, zich mogelijk zelfs voorbereiden op een nieuwe militaire actie. Een onmisbare schakel voor de vrede in de regio is nog Burundi. De vredesakkoorden van Arusha die op 28 augustus 2000 ondertekend werden, zijn nog steeds niet geratificeerd. President Pierre Buyoya probeert de gewapende rebellen van het FDD nog bij het Arusha-akkoord te betrekken, maar leider Jean-Bosco Ndayikengurukiye weigert elke deelname zolang de politieke gevangenen in Burundi niet worden bevrijd. Volgens een Burundese vertegenwoordiger van de mensenrechten gaat het om meer dan de helft van de totale gevangenisbevolking. Op dat punt zit het overleg in het slop. Toch onderzoekt het parlement blijkbaar de details voor de toepassing van het akkoord. 'Wellicht zal het parlement ratificeren wat ze zijn overeengekomen en daarop voortborduren' zegt staatssecretaris Neyts. 'Voor de heropbouw van de economie van het land is dat essentieel. Als Burundi het akkoord ratificeert zoals het nu bestaat, heeft België - een referentieland voor de regio - argumenten in handen om het land te verdedigen op de conferentie van donorlanden die plaatsvindt op 11 december in Parijs.' Wordt het akkoord niet geratificeerd, dan riskeert het land opnieuw te destabiliseren en sleurt het Rwanda in zijn val mee. De grenzen moeten er dan opnieuw versterkt worden tegen invallen van gewapende Hutu's. Blijven nog de bondgenoten van Kabila: Angola en Zimbabwe. Zimbabwe, dat in het land aanwezig is met het grootste contingent, zou bereid zijn om zich terug te trekken, op voorwaarde dat het geen gezichtsverlies lijdt en dat ook anderen dat doen. Op voorwaarde uiteraard ook dat de zaakjes die president Robert Mugabe met Kabila zou hebben uitgebouwd, worden gecompenseerd. Angola is helemaal niet meer geïnteresseerd in Kabila en zal wellicht ook bereid zijn om zich terug te trekken. De Angolese afgevaardigden van president Edouardo Dos Santos toonden zich met het bezoek van België zelfs zeer vereerd en noemden de missie 'belangrijk'.STOELENDANSWie de missie vast ook belangrijk vond, maar het hield bij een kort onderhoud, was president Laurent-Désiré Kabila. 'Hij gaf geen blijk enige stappen te willen zetten', zegde Neyts na het gesprek (zie kaderstuk). Lusaka zou hij als dusdanig niet willen volgen. Eerder al, in augustus, pleitte hij in een brief aan de koning voor een aanpassing van het Lusaka-akkoord. De interne Congolese politiek met het democratiseringsproces wilde hij toen afscheiden van die van externe 'agressors', waar volgens hem een rol voor de internationale gemeenschap was weggelegd. 'Hoe het gesprek van zaterdag precies moet worden geïnterpreteerd, moeten we nog even afwachten', zegt Neyts. 'Misschien was het een momentane houding.' Er was trouwens meer aan de hand. Tijdens onze aanwezigheid deden de geruchten de ronde dat er een stoelendans op gang was in de regering. Minister van Buitenlandse Zaken Abdoulaye Yerodia Ndombasi, tegen wie België een internationaal arrestatiebevel had uitgevaardigd, zou worden vervangen door Leonard She Okitundo, de minister van Mensenrechten. Ook de minister van Financiën Mawapanga zou opstappen. Bij het ter perse gaan van dit artikel kon ons vanuit Kinshasa nog niet bevestigd worden of de verschuiving zou doorgaan of niet. Het omstreden gesprek van staatssecretaris Neyts met Yerodia, had intussen al plaatsgevonden. 'We zaten niet op dezelfde golflengte, maar het is goed verlopen', vond Annemie Neyts. De minister van Buitenlandse Zaken had vooral gewezen op de VN-resolutie 1304, waarin Rwanda en Uganda een bezettingsmacht worden genoemd. Hij vroeg dan ook een aanpassing van Lusaka. 'Ik verkies de situatie te veranderen en niet de teksten', zegde Neyts na het gesprek. Aan de situatie valt heel wat te veranderen. De hele regio is verwikkeld in het conflict, ook enkele totnogtoe ongemoeid gelaten buurlanden. In de Centraal-Afrikaanse republiek bijvoorbeeld neemt de onrust toe. Vanuit Congo kan het land via de rivier geen brandstoffen meer aanvoeren. Ook in buurland Congo-Brazzaville waar tal van vluchtelingen zijn toegestroomd, neemt de spanning toe. Onlangs riepen daarom voornamelijk Franstalige buurlanden een top bijeen waar ze hun belangen gezamenlijk konden bespreken. Vertegenwoordigers van de Centraal-Afrikaanse Republiek, Angola, Congo-Brazzaville, Guinea en Gabon benadrukten de noodzaak om een einde te maken aan de agressie van buitenaf. Het was de zoveelste top met nog maar eens nieuwe spelers in een poging om het conflict bij te sturen. Maar Afrika's 'eerste wereldoorlog' lijkt jammer genoeg alleen maar verder uit te dijen.Ingrid Van Daele