Nog nooit hebben zoveel varkensblazen zichzelf tot lantaarns opgeblazen.' Jos de Man kon het heilloze gekwetter in de media blijkbaar niet meer aanzien en maakte eindelijk de klus af die hij veel vroeger had willen klaren. De bekoringen, zijn literaire debuut, zat immers al een hele tijd in de pijplijn. Benno Barnard verleidde hem er lang geleden al toe om zijn eigenzinnige levenswijsheid in de vorm van een speelse autobiografische schets aan het papier toe te vertrouwen. Atlas-uitgever Emile Brugman ontmoedigde De Man echter door hem op het hart te drukken vooral geen onverkoopbare bespiegelingen ten beste te geven, maar wel pittige anekdotes. Gelukkig had De Man een alerte dochter die hem alsnog overtuigde om zijn intellectuele autobiografie af te ronden. De bekoringen is een li...

Nog nooit hebben zoveel varkensblazen zichzelf tot lantaarns opgeblazen.' Jos de Man kon het heilloze gekwetter in de media blijkbaar niet meer aanzien en maakte eindelijk de klus af die hij veel vroeger had willen klaren. De bekoringen, zijn literaire debuut, zat immers al een hele tijd in de pijplijn. Benno Barnard verleidde hem er lang geleden al toe om zijn eigenzinnige levenswijsheid in de vorm van een speelse autobiografische schets aan het papier toe te vertrouwen. Atlas-uitgever Emile Brugman ontmoedigde De Man echter door hem op het hart te drukken vooral geen onverkoopbare bespiegelingen ten beste te geven, maar wel pittige anekdotes. Gelukkig had De Man een alerte dochter die hem alsnog overtuigde om zijn intellectuele autobiografie af te ronden. De bekoringen is een literair debuut dat kan tellen. De Mans eigenzinnige observaties over zijn vroege schoolgaande jeugd tussen 1933 en 1949 groeien gaandeweg uit tot een bezielend pamflet voor meer traagzaamheid en verdieping in een hectische samenleving die zichzelf voorbij dreigt te hollen. Minder is meer, aldus De Man. Vandaar dat hij op het einde van De bekoringen in een notendop zijn levensfilosofie verkondigt voor minder status, media, publiciteit, 'informatie', schrijvers en zelfs minder mensen. Zijn verdediging van het minimalisme is hem niet zomaar aangewaaid. Hij leerde het al als jongeling kennen, toen hij in Roeselare door zijn grootoom Aloïs werd opgevoed. De Mans ouders, die zelfstandigen waren, hadden geen tijd om naar hem om te kijken, dus werd hij maar door deze excentrieke, aartskatholieke grootoom opgevangen. Wanneer Aloïs in 1947 overlijdt, beseft de dan veertienjarige De Man dat hij zijn visie van afzijdige outsider voor een belangrijk deel aan hem te danken heeft gehad. De Man had de gewoonte om als eenzelvig jongetje in boeken te wonen. De bekoringen legt opnieuw het pad af van zijn jeugdige leeslust, maar zapt ondertussen ook naar de literaire favorieten van de latere De Man. Zo ontstaat een intrigerend parcours van vooral Franstalige literaire stapstenen die De Man vanaf het eerste leerjaar in het Klein Seminarie in Roeselare tot het jezuïeteninternaat in Turnhout de weg hebben gewezen. De misantropische wijsheid van de Roemeen Emile Cioran vormt de rode draad, maar ook dichters als Piet Paaltjens of volksschrijvers als Abraham Hans worden geroemd om hun melancholische of absurdistische terzijdes. Het blijkt dat De Man altijd op zoek is gegaan naar een droefgeestige levensstijl in de letterlijke betekenis van het woord: 'droevig en geestig, ironie die zichzelf in de maling neemt'. Maar de zelfironische De Man neemt zich in deze autobiographie raisonnée niet zomaar in de maling. Hij wil zichzelf door geen enkele instantie iets laten wijsmaken, en wil vooral door niets of niemand in beslag worden genomen: 'Ontkomen is voor mij altijd belangrijker geweest dan vooruitkomen.' Dat De Man met een dergelijk credo als jurist geen BV-carrière heeft gemaakt, is evident. Maar literair heeft deze tegendraadse opstelling hem alvast geen windeieren gelegd. De bekoringen is een nieuwe parel aan de kroon van het egotistische genre, waar oudere Vlaamse auteurs sinds enkele jaren het patent op hebben: van Joris Note ( Hoe ik mijn horloge stuksloeg) en Koenraad Goudeseune ( Het boek is beter dan de vrouw) tot Joris Gerits ( 365) en Gaston Durnez ( Vroeger waren wij veel jonger). Deze schrijvers moeten het in hun dagboeken niet hebben van de plot of het verhaal, maar van een aparte, vaak kritische kijk op het leven die aanstekelijk werkt. 'Ironisch getinte berusting is aan te raden', aldus De Man. Wie hem echter in zijn intellectuele odyssee volgt, merkt dat achter die ironische façade de nodige explosieve kwaadheid en reflexieve onrust schuilgaan. En ook hedonisme van een levensgenieter pur sang. Welke veertienjarige ontdekte al het genot van een glas meursault of Puligny-Montrachet? Om maar te zeggen dat De Mans zelfexploratie niet alleen de bekoringen van de geest, maar ook die van de zinnen celebreert. JOS DE MAN, DE BEKORINGEN, WEVER & BERGH, ANTWERPEN, 189 BLZ., 14,50 EURO.DOOR frank hellemans