Mira (21) zou geen college van haar lievelingsproffen willen missen. Die boeien het hele auditorium, want ze weten hun stof levendig over te brengen. Mira begrijpt dan ook waar het allemaal over gaat en die docenten leggen haar duidelijk uit wat ze op de examens kan verwachten. Voor andere proffen komt ze met moeite uit haar kot. Die staan achter hun katheder en mummelen iets uit een syllabus. Structuur moeten de studenten zelf aanbrengen. En het examen kan alle kanten uitgaan. Zo'n professor kan best een autoriteit in zijn vakdomein zijn, maar studenten lijken voor hem een ballast. Het cynisme van die laatste soort docenten is ook niet bepaald motiverend. Een klassieker in de eerste kandidatuur: 'Kijk eens naar de persoo...

Mira (21) zou geen college van haar lievelingsproffen willen missen. Die boeien het hele auditorium, want ze weten hun stof levendig over te brengen. Mira begrijpt dan ook waar het allemaal over gaat en die docenten leggen haar duidelijk uit wat ze op de examens kan verwachten. Voor andere proffen komt ze met moeite uit haar kot. Die staan achter hun katheder en mummelen iets uit een syllabus. Structuur moeten de studenten zelf aanbrengen. En het examen kan alle kanten uitgaan. Zo'n professor kan best een autoriteit in zijn vakdomein zijn, maar studenten lijken voor hem een ballast. Het cynisme van die laatste soort docenten is ook niet bepaald motiverend. Een klassieker in de eerste kandidatuur: 'Kijk eens naar de persoon links en rechts van je. Slechts een van jullie drieën zal het halen.' Dat komt hard aan. In een secundaire school zou zo'n lesgever weinig kans maken, maar in het hoger onderwijs - in het bijzonder aan de universiteit - mag én kan het. Kennis van didactiek en pedagogische vaardigheid zijn daar blijkbaar geen noodzaak. Op wereldniveau is 84 procent van de docenten in het hoger onderwijs niet met vakdidactiek vertrouwd. In Vlaanderen is dat 'maar' 40 procent. Dat komt omdat Vlaamse universiteiten zich bewust zijn van het probleem. Ook de Vlaamse Interuniversitaire Raad (Vlir) stelt voor om docenten een training te laten volgen. Maar zo'n interuniversitaire docentenopleiding is alleen een mogelijkheid, geen verplichting. Toch wijst de bovengenoemde 40 procent op goede wil bij de docenten. 'Aan de Universiteit Gent organiseren we sinds twee jaar een docententraining', zegt Rudy De Potter, algemeen coördinator van het Adviescentrum voor Studenten en secretaris van de Onderwijsraad. 'In die periode leerden zowat tweehonderd docenten op een totaal van zeshonderd hoe ze didactisch verantwoord kunnen lesgeven.' Toch nog altijd een minderheid.VOOR VERBETERING VATBAARDe Kwaliteitscellen Onderwijs van de Gentse universiteit organiseren docentenevaluaties. Sinds oktober 1998 moet elke lesgever in principe driejaarlijks geëvalueerd worden. Ook de studenten mogen per faculteit hun eigen evaluatie maken. Als de evaluatie van een docent negatief uitvalt, stuurt de evaluatiecommissie hem het rapport met een begeleidende brief. De commissie vraagt de lesgever dan hoe hij of zij de problemen zal oplossen. De twee volgende academiejaren controleert de commissie of er verbetering is. Langzamerhand beginnen de evaluaties een rol te spelen bij de benoeming van een docent, zelfs over de faculteitsgrenzen heen. De evaluatie van studenten van de faculteit Landbouw bijvoorbeeld kan doorwegen in de discussie over de benoeming van een docent in de faculteit Diergeneeskunde. Kunnen negatieve evaluaties aanleiding geven tot sancties? Het universiteitsbestuur kan, in theorie, een docent ontslaan als de onderwijsevaluatie twee keer na elkaar onvoldoende is, of drie keer in de loop van de beroepscarrière. Dat is parallel met het systeem bij de ambtenaren van de Vlaamse Gemeenschap. De Universiteit Gent doet dus iets om de didactische kwaliteiten van haar docenten te verbeteren. Een docententraining duurt drie dagen, gespreid over drie weken. Er wordt gewerkt in groepen van een twintigtal docenten van alle faculteiten. Niet alleen beginnende, ook geroutineerde lesgevers zijn welkom. De training ondersteunt de ervaring die docenten al hebben opgebouwd. De deelnemers krijgen een overzicht van de soorten studenten en hun leerstrategieën. Natuurlijk gaat er concrete aandacht naar presenteren en lesgeven. De docenten moeten onder meer een korte les geven over een onderwerp dat niet tot hun vakgebied behoort. Daar krijgen sommigen weliswaar de zenuwen van, maar het is vooral een gelegenheid om eens bij hun manier van onderwijzen stil te staan.Gaby De Moor