Do women have to be naked to get into the Met Museum?' In 1989 bond de Amerikaanse feministische kunstactiegroep Guerrilla Girls de kat de bel aan: de actievoerende vrouwen - steevast met gorillamasker - berekenden dat in de moderne afdeling van het Metropolitan Museum in New York 5 procent van de tentoongestelde kunstwerken door vrouwen was gemaakt, terwijl 85 procent van de naakten een vrouw was.
...

Do women have to be naked to get into the Met Museum?' In 1989 bond de Amerikaanse feministische kunstactiegroep Guerrilla Girls de kat de bel aan: de actievoerende vrouwen - steevast met gorillamasker - berekenden dat in de moderne afdeling van het Metropolitan Museum in New York 5 procent van de tentoongestelde kunstwerken door vrouwen was gemaakt, terwijl 85 procent van de naakten een vrouw was. In dertig jaar tijd lijkt er wel wat te zijn veranderd. Zo zijn op de huidige Biënnale van Venetië, 's werelds grootste evenement voor hedendaagse kunst, 53 procent van de kunstenaars in de centrale tentoonstelling May You Live in Interesting Times vrouwen: 42 vrouwen op een totaal van 79 kunstenaars. Toen Tate Modern in 2016 zijn nieuwe vleugel opende, maakte directeur Frances Morris er een punt van om in die uitbreiding minstens de helft vrouwelijke kunstenaars te tonen. Daardoor steeg in het hele Tate Modern het aandeel vrouwelijke kunstenaars van 17 naar 36 procent. En volgend jaar zal de National Gallery in Londen voor het eerst een historische solotentoonstelling wijden aan een vrouwelijke kunstenaar: Artemisia Gentileschi, de inmiddels beroemde 17e-eeuwse Italiaanse barokschilderes. Toch is het niet al rozengeur: toen diezelfde National Gallery vorig jaar een zelfportret verwierf van diezelfde Gentileschi, steeg het aantal werken van vrouwelijke kunstenaars van 23 naar 24 - op een collectie van 2300 werken. 'Er is vooruitgang, maar we mogen niet te optimistisch zijn', zegt Katlijne Van der Stighelen, kunsthistorica en hoogleraar aan de KU Leuven. Zij herontdekte de 17e-eeuwse barokschilderes Michaelina Wautier, aan wie het MAS in Antwerpen vorig jaar een tentoonstelling wijdde. 'Het aandeel vrouwelijke kunstenaars dat echt doorbreekt blijft klein.' De Antwerpse kunstenares en activiste Karin Hanssen, van wie in De Garage in Mechelen de expo Returning the Gaze loopt, beaamt dat: 'Op de kunstmarkt wordt nog altijd veel meer betaald voor mannelijke kunstenaars, al zit er hier en daar een vrouwelijke witte raaf tussen. Kijk naar het dagelijkse leven: overal is er ongelijkheid. Vrouwen werken elk jaar weer gratis vanaf november omdat vrouwen nog altijd minder verdienen dan mannen. En als een beroep vervrouwelijkt, devalueert het.' Er moet dus nog hard aan de weg getimmerd worden? Katlijne Van der Stighelen: Of de kunstmarkt je nu interesseert of niet, ze geeft wel objectieve parameters voor de waardering van kunstenaars. Van de 200 duurst geveilde werken, zowel in oude als moderne kunst, was in 2017 maar 10 procent door vrouwen gemaakt. Kortom, het aandeel van kunstenaressen is verwaarloosbaar. Karin Hanssen: Er staat geen enkele vrouw in de top 25 van dode kunstenaars, goed voor 41 procent van de totale winst in de kunstmarkt. En hoewel al sinds de jaren 1980 meer vrouwen dan mannen aan kunsthogescholen afstuderen, blijft de voorkeur van galeries naar mannelijke kunstenaars uitgaan. Angst en vooroordelen spelen mee. Galeriehouders vrezen dat vrouwen hun carrière zullen onderbreken om kinderen te krijgen. Het galeriewezen is en blijft een mannenclub. Toen ik voor de tweede keer in verwachting was begin jaren 1990, heb ik mijn bolle buik verborgen gehouden voor een curator omdat ik wilde vermijden dat hij zou denken dat het met mijn tentoonstelling niets zou worden. (lacht)Van der Stighelen: Toch is er vooruitgang: vrouwelijke kunstenaars beginnen stilaan hogere prijzen te scoren. Marlene Dumas haalde in 2008 voor haar schilderij The Visitor 6,3 miljoen dollar op een veiling van Sotheby's in Londen. En het blijft vooruitgaan. In oktober 2018 werd bij hetzelfde veilinghuis het schilderij Propped van de Britse kunstenares Jenny Saville geveild voor 12,4 miljoen dollar, meteen het duurste werk van een vrouwelijke levende kunstenaar. Toch verbleekt dat nog altijd tegenover het record bij de mannen: de sculptuur Rabbit van Jeff Koons is iets meer dan 91 miljoen dollar waard. Hanssen: Maar we komen van heel ver. In 2011 ben ik een databank van hedendaagse Belgische vrouwelijke kunstenaars beginnen aan te leggen: Contemporary Women Artists in Belgium of CWAB. Uit onvrede en frustratie omdat er gewoon niets was. Toen ik met mijn proefschrift De Geleende Blik bezig was, zocht en vond ik bijzonder weinig informatie over vrouwelijke kunstenaars. CWAB bevat intussen 220 namen van vrouwelijke kunstenaars die wonen en werken in België. In Duitsland en Groot-Brittannië bestonden dergelijke initiatieven al veel langer. Uitgeverij Taschen publiceerde met enige regelmaat een dik boek met hedendaagse vrouwelijke kunstenaars. Pas op: ik heb daar ook kritiek op omdat het om een soort gender-apartheid gaat, maar het is een noodzakelijk kwaad. We hebben zo'n databank nu eenmaal nodig om naar buiten te komen, de zichtbaarheid te vergroten, informatie te verspreiden en te sensibiliseren. Ik stuur nog altijd jaarlijks een inventaris naar alle beleidsmakers: musea, galeries en culturele centra, vooral in Vlaanderen. Maar op termijn wil ik ermee stoppen, net wegens die gender-apartheid. Van der Stighelen: Toch hebben zulke initiatieven een belangrijke hefboomfunctie. In Washington is een museum integraal gewijd aan vrouwelijke kunstenaars: het National Museum of Women in the Arts. Misschien moet dat op termijn niet blijven bestaan, maar het is belangrijk als tussenfase. Hanssen: Ik blijf geloven in de stapsgewijze sensibilisering. Radiomaakster Sofie Lemaire heeft het ook positief aangepakt door haar voorstel voor meer vrouwelijke straatnamen. Stel je voor dat je binnenkort over het Michaelina Wautierplein, door de Clara Peeterslaan en de Chantal Akermanstraat zou kunnen wandelen? Zoiets geeft vrouwen erkenning, maakt hen tot rolmodellen en doorbreekt de vicieuze cirkel van onbekend maakt onbemind. Werkt dergelijke sensibilisering? Of zijn er andere redenen waarom vrouwen stilaan meer kansen krijgen? Hanssen: Het mag paradoxaal klinken, maar de #metoo-golf is belangrijk geweest. Ik ben er geen voorstander van, omdat ik vind dat #metoo te veel vanuit negativisme vertrekt, te veel vanuit het aspect van dader en slachtoffer. Maar #metoo heeft wel bij het grote publiek een bewustwording gecreëerd rond de ongelijkheid van man en vrouw en misbruik in machtsrelaties. Er staan intussen ook meer vrouwen in musea en galeries aan de top. Van der Stighelen: Procentsgewijs stelt dat nog niets voor. Hanssen: Galeries zijn geen machtsstructuren, hè. En hoe groter de instelling en hoe meer subsidies ze ontvangt, hoe minder vrouwen er werken. Dat blijkt uit een studie van Kunstenpunt. Kunsthogescholen en universiteiten blijven mannenbastions, hoewel vrouwelijke studenten doorgaans de hoogste cijfers halen en in de meerderheid zijn. Er worden de laatste tijd veel vergeten meesteressen uit de 17e eeuw herontdekt: Michaelina Wautier, Clara Peeters, Artemisia Gentileschi... Hoe komt het dat we die vergeten zijn? Van der Stighelen: Deels omdat ze zich toen niet voldoende op de kaart hebben kunnen zetten, onder andere door verkoop. Als je tijdens je leven maar twee werken verkoopt, is de kans klein dat je doorstoot tot de markt of deel gaat uitmaken van een netwerk. Berthe Morisot kennen we omdat ze aan de salons van de impressionisten heeft deelgenomen. Daarom is het ook nu essentieel dat de kunst van vrouwen in belangrijke collecties en musea terechtkomt. Zichtbaarheid is primordiaal. Maar de essentie van alles zijn de opleiding en de materiële omstandigheden: vrouwen produceerden minder omdat ze in de 16e en 17e eeuw geen eigen atelier hadden. Tachtig procent van de oude meesteressen kwam uit een artistieke familie: de enige manier om spontaan te leren schilderen en tekenen was in het atelier van de vader. En dan nog met de beperkingen dat vrouwen niet naar naakt model mochten tekenen. Pas eind 19e eeuw werden vrouwen tot de kunstacademies toegelaten. Dat was essentieel, want toen pas konden ze het technische raffinement onder de knie krijgen en echt gaan meespelen. Daarvóór legden ze zich vaak toe op kleiner werk, op pastel en aquarel, omdat die genres technisch makkelijker zijn. De meeste vrouwen van wie we nu de naam nog kennen, hebben zich gespecialiseerd in één bepaald genre: Klara Peeters in het stilleven, Rachel Ruysch in bloemen en Elisabeth Vigée-Le Brun in het portret. Die vrouwen zorgden er wel voor dat ze ongelooflijk knap waren in hun genre. Als vrouw moest je vroeger bovendien nog veel strijdvaardiger zijn om je plaats op te eisen. Ik citeer Albrecht Dürer, die in 1521 in Antwerpen de beroemde miniaturist Gerard Horenbout bezoekt. Dürer is onder de indruk van een tekening door de 18-jarige dochter Susanna Horenbout: 'Ist ein Wunder das ein Weibs Bild also viel machen soll.' (Het is een wonder dat een tekening van een vrouw zo veel losmaakt). Hij moest er één gulden voor betalen, dat is de prijs die hij zelf voor een tekening van zijn hand vroeg. Deze denigrerende uitspraak over een vrouw zegt veel over de perceptie en de natuurlijk superieure houding van de mannelijke kunstenaar. We hebben het de hele tijd over vrouwelijke kunstenaars. Maar is hun kunst anders dan die van mannen? Van der Stighelen: Je mag tegenwoordig niet meer over 'vrouwelijkheid' spreken omdat het gaat om een determinerende categorie: een vrouw is een vrouw en maakt dus vrouwelijke kunst. Dat is inderdaad een statement zonder enige nuancering. Maar dat neemt niet weg dat een groot deel van de perceptie en de ervaring van vrouwelijke kunstenaars gendergekleurd is. Zelfs in 2019 worden vrouwen gekarakteriseerd door een sensibiliteit en intuïtie die van de ene op de andere generatie door vrouwen is overgedragen. Het gaat zowel over ideeën als over alles wat met lichamelijkheid te maken heeft. Schilderes Marlene Dumas is een vrouw pur sang en vanuit die ervaring maakt zij haar werk. Berlinde De Bruyckere maakt sculpturen met was en concentreert zich op het menselijk lichaam. Vrouwen zijn altijd al meer gericht geweest op het interieur en op wat zich binnenskamers afspeelt. In dat opzicht geloof ik heel sterk in het gewicht van de traditie. Vrouwen hebben ook een andere relatie met materiaal, met klei bijvoorbeeld, het kneedbare. Ik heb de indruk dat de topkunstenaressen van dit moment een evenwicht vinden: enerzijds schamen ze zich niet om specifiek feminiene onderwerpen te schilderen - denk aan de reeks monumentale foetussen van Marlene Dumas - anderzijds overtuigen ze door het gebruik van een vernieuwende beeldtaal. Als deze vrouwen succes hebben, is het dus niet dankzij een agressieve feministische reflex. Hanssen: Ik denk dat mijn expo Returning the Gaze in De Garage in Mechelen wél een voorbeeld van feministische kunst is. Sinds 2010 onderzoek ik consequent de mannelijke blik in mijn werk. Hoe wordt het beeld van de vrouw weergegeven? Wie heeft dat beeld gecreëerd? Klopt dat met de werkelijkheid? Neem nu mijn schilderij The Thrill of It All, gebaseerd op een scène uit de gelijknamige Amerikaanse film van 1963 met Doris Day als brave huismoeder. Een burgerlijke film vol stereotypen. Die burgerlijke, patriarchale blik wil ik aan het wankelen brengen. Maar wat als het 'vrouwelijke' of het 'mannelijke' gezien wordt, valt volgens mij niet noodzakelijk samen met onze sekse: de monumentale schildergeste van Marlene Dumas en de harde lijn en contrasten bij Anne-Mie Van Kerckhoven zou je als 'mannelijk' kunnen interpreteren, terwijl Luc Tuymans' toets en kleurgebruik als 'vrouwelijk' omschreven kunnen worden. Zo zie je maar.