Tijden veranderen. Een no-nonsense-politicus als Vlaams minister-president Patrick Dewael roept op tot een Vlaams front, dat na de volgende verkiezingen een nieuw rondje staatshervorming moet afdwingen. Zijn even no-nonsense partijvoorzitter Karel De Gucht komt tot de conclusie dat België voor Vlaanderen geen meerwaarde meer te bieden heeft. Dewael heeft het gemunt op de faciliteiten voor Franstaligen, waar hij van af wil, en op een pak extra bevoegdheden, die hij wil opeisen. De Gucht is het er dan weer om te doen om de financiële transfers naar Wallonië in te perken.
...

Tijden veranderen. Een no-nonsense-politicus als Vlaams minister-president Patrick Dewael roept op tot een Vlaams front, dat na de volgende verkiezingen een nieuw rondje staatshervorming moet afdwingen. Zijn even no-nonsense partijvoorzitter Karel De Gucht komt tot de conclusie dat België voor Vlaanderen geen meerwaarde meer te bieden heeft. Dewael heeft het gemunt op de faciliteiten voor Franstaligen, waar hij van af wil, en op een pak extra bevoegdheden, die hij wil opeisen. De Gucht is het er dan weer om te doen om de financiële transfers naar Wallonië in te perken. En dan is er uitgerekend hun partijgenoot Jaak Gabriëls, indertijd overgelopen van wijlen de Volksunie en dus voormalig (?) Vlaams-nationalist. Hij vindt dat er een eind moet komen aan de 'futuristische en illusionistische' Vlaamse buitenlandse politiek. Voor hem moet de Vlaamse diplomatie zich maar weer in 'een Belgisch jasje' hullen. Gabriëls werd terstond teruggefloten door zijn partij, maar dit terzijde. Deze uitspraken vallen onderling niet te rijmen, maar wat ze gemeen hebben, is dat er weinig ideologische of zelfs maar staatkundige principes aan te pas komen. Ze worden alleen gemotiveerd door pragmatiek en in het slechtste geval door opportunisme. Dewael is bijvoorbeeld zichtbaar gegroeid in zijn functie, zoals al te merken was op 11 juli jongstleden en in het 'manifest' dat hij toen publiceerde. Hij wordt tenslotte een des te belangrijker minister-president naarmate 'zijn' Vlaanderen over meer bevoegdheden beschikt. Met zijn - overigens onmogelijke - eis om de faciliteiten af te schaffen, neemt hij afscheid van zijn constructieve houding tegenover Franstalig België. Het kan gelden als een electoraal toemaatje, nuttig om in zijn thuishaven Limburg de brokstukken van de Volksunie samen te vegen vooraleer het Vlaams Blok of de N-VA ermee weglopen. Gabriëls is al evenzeer gegroeid in zijn functie. Als hij 'zijn' autonome Vlaamse exportbeleid onder controle wil houden, moet hij beletten dat het verpakt raakt in de rest van Vlaanderens buitenlandse beleid en dat er dus ook andere Vlaamse ministers de klauw op leggen. De Gucht kan met zijn uitspraken dan weer proberen om de groei van de sociale zekerheid af te remmen, sinds hij bij de jongste begrotingsronde minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke zijn begrotingsaanwas heeft moeten toestaan. Wijlen koning Boudewijn, die het unitaire België met tegenzin uit elkaar zag brokkelen, placht wel eens te mopperen dat de politici de staat 'als met een teerlingworp' aan het uitkleden waren. Toen had hij ongelijk. Met de VLD-voorstellen van vandaag zou hij het wel bij het rechte eind hebben. De liberale excellenties lijken van oordeel dat, als het land hen niet aanstaat, zij het land maar moeten afschaffen en vervangen door een ander. Het gaat er niet in de eerste plaats om of de VLD de Belgische jas nu wil aan- of uittrekken. Bedenkelijk is wel dat de liberale excellenties alleen door kleine politieke berekeningen zijn gedreven en niet door een groot project. Het maakt hen tot onbetrouwbare partners. Want een federale structuur is een voluntaristische constructie die alleen maar kan functioneren als de partners daartoe ook de wil opbrengen. Als de VLD af wil van de federale consensus, kan de partij dat maar beter met zoveel woorden zeggen. Marc Reynebeau