Het gebeurt vrij zelden dat wetenschap en technologie vooraan in het nieuws komen te staan. Maar de ruimtevaart blijft het grote publiek aanspreken. Waarom? Misschien omdat de verkenning van de ruimte, in zeker opzicht weliswaar routine geworden, op technisch en wetenschappelijk gebied een grensverleggende activiteit blijft.
...

Het gebeurt vrij zelden dat wetenschap en technologie vooraan in het nieuws komen te staan. Maar de ruimtevaart blijft het grote publiek aanspreken. Waarom? Misschien omdat de verkenning van de ruimte, in zeker opzicht weliswaar routine geworden, op technisch en wetenschappelijk gebied een grensverleggende activiteit blijft. Voor de tweede keer kon een landgenoot aan den lijve ondervinden hoe het is om te leven en te werken in de ruimte. Een Russische Semjorka-raket lanceerde Frank De Winne met zijn twee Russische collega's Sergej Zaljotin en Joeri Lontsjakov vanaf een in de mist gehulde basis Bajkonoer in Kazachstan naar de ruimte. 'Zijn' ruimteschip Sojoez TMA-1 vertrok vanaf precies dezelfde plek waar op 4 oktober 1957 de eerste Spoetnik en op 12 april 1961 Joeri Gagarin, de eerste mens in de ruimte, geschiedenis schreven. Voor De Winne was het de climax van anderhalf jaar intensieve opleiding, grotendeels in Zvjozdni Gorodok ('Sterrendorp') bij Moskou. Twee dagen na de lancering meerde de Sojoez aan bij het International Space Station (ISS). Dat is sinds eind 1998 in opbouw en cirkelt op een hoogte van ruwweg 400 kilometer in een baan om de aarde . De Winne werd er verwelkomd door de Amerikaanse Peggy Whitson en de Russen Valeri Korzoen en Sergej Tresjtsjev, de vijfde permanente bemanning (' Expedition Five') van het station. Zij keerden op 7 december met het ruimteveer Endeavour na een verblijf van 185 dagen in de ruimte naar de aarde terug en zijn ondertussen vervangen door een nieuwe permanente ploeg. Na zijn aankomst in het ISS begon De Winne met de uitvoering van een programma van 23 wetenschappelijke experimenten, hoofdzakelijk op het vlak van de geneeskunde en de menselijke fysiologie en het onderzoek van materialen en vloeistoffen. Op 10 november maakte De Winne met Zaljotin en Lontsjakov een geslaagde landing in Kazachstan aan boord van het ruimteschip Sojoez TM-34. Dat diende een half jaar als 'reddingssloep' voor de hoofdbemanning van het ISS. De vervanging van dit oude ruimteschip door de nieuwe Sojoez TMA-1 was overigens het hoofddoel van de zogenaamde 'taxivlucht' van Frank De Winne. Al voor zijn vlucht spraken onderzoekers en collega-astronauten met heel veel lof over de inzet en het professionalisme van De Winne, die na zijn kosmisch avontuur overigens met de beide voeten op de grond blijft staan. Is uw leven nu ingrijpend veranderd? FRANK DE WINNE: Ik hoop van niet. Hopelijk ben ik dezelfde persoon gebleven die ik vroeger was. Wanneer je onze planeet van bovenuit hebt gezien, ga je wel een aantal zaken relativeren. Na een ruimtemissie bekijk je misschien sommige zaken vanuit een ander perspectief. Maar anderzijds maken de kleine dingen waarmee we dagelijks bezig zijn juist het leven ook mooi. Als we daar afstand van nemen en alleen het grote kader zien, dan zou het zeer moeilijk zijn nog van het leven te genieten. Je moet van de kleine dingen kunnen blijven genieten en ik ben vast van plan dat ook te blijven doen. DE WINNE: Absoluut. DE WINNE: Aan de buitenkant ziet de infrastructuur op Bajkonoer er inderdaad vervallen uit. Maar binnen in de gebouwen waar wij waren en waar bijvoorbeeld onze raket is geassembleerd krijg je toch een andere indruk. Daar houden ze alles wel in orde en zijn ze met toch wel hoogwaardige technologie bezig. DE WINNE: Inderdaad. Bovendien waakt ook de Europese ruimtevaartorganisatie ESA over de veiligheid van haar astronauten. Als ESA er geen vertrouwen in zou hebben, dan zouden de Europeanen ook niet met de Russen samenwerken. DE WINNE: Na de lancering voerden we eerst een aantal tests uit om te zien of ons ruimteschip normaal functioneerde. Dat nam een viertal uur in beslag. Daarna brachten we de leefmodule van de Sojoez in orde en gingen we wat slapen. De tweede dag voerden we een manoeuvre uit om in de juiste koers te geraken naar het ruimtestation. We brachten alles in gereedheid voor het rendez-vous en de koppeling met het station de volgende dag. We hebben ook gegeten en nog wat geslapen. DE WINNE: Aan boord van de Sojoez ging dat vrij snel. Maar daarin kan je door de bijzonder kleine ruimte niet zo heel veel bewegen. Toen ik aan boord van het ISS arriveerde, had ik ineens veel meer bewegingsruimte. Toen moest ik het een tijdje wat rustiger aan doen om de toestand van gewichtloosheid gewoon te worden. DE WINNE: Bij mij was het niet in die mate dat ik niet meer kon werken, maar zoals gezegd moest ik me aan boord van het ruimtestation toch even rustig houden. Maar abnormaal is dat inderdaad niet. DE WINNE: De eerste indruk is dat je in een veel groter volume terechtkomt als je de vergelijking maakt met het wat krappe Sojoez-ruimteschip waarmee we naar het station vlogen. En verder was ik zeer erg onder de indruk van alle apparatuur die zowat overal aan de zijkanten en de plafonds hangt. Dat was toch wel helemaal anders dan ik ervaren had tijdens de training met de simulators voor de vlucht. DE WINNE: Toch wel, maar niet in die mate. DE WINNE: In ieder geval dat er bruikbare resultaten zijn. Zo was er een experiment in verband met kristallografie en we hebben inderdaad in de ruimte mooie kristallen verkregen. Voor de geneeskundige proeven beschikken de onderzoekers over alle gegevens die ze nodig hebben om verder onderzoek te verrichten. Het zal wel nog een hele tijd duren alvorens ze conclusies kunnen trekken. De onderzoekers moeten nu alle gegevens bestuderen en analyseren en dat zal nog veel tijd in beslag nemen. DE WINNE: De experimenten Nanoslab (studie van de synthese van zeolietdeeltjes) van de KU Leuven en Rho signalling (onderzoek van bindweefsels) van de universiteit van Luik zijn jammer genoeg niet gelukt. DE WINNE: Momenteel is men aan het bekijken of ze opnieuw de ruimte in kunnen gaan met de vlucht van mijn Spaanse collega Pedro Duque, die in april 2003 net zoals ik met de Russen een 'taxivlucht' naar het internationaal ruimtestation zal maken. DE WINNE: Die zijn belangrijk voor het onderwijs. Er zal een video en cd-rom van gemaakt worden. De bedoeling is kinderen en jonge mensen enthousiast te maken voor wetenschap. We lieten bijvoorbeeld zien hoe een vliegtuigje in de ruimte vliegt. Dat heeft te maken met stabiliteit en evenwicht van krachten. We bekeken de wet van Newton waarbij massa een rol speelt. Voorwerpen met een grotere massa zullen trager bewegen wanneer men erop blaast. We hebben ook iets gedaan met vloeistoffen en oppervlaktespanning en getoond dat een vloeistof in de ruimte een perfecte bolvorm kan aannemen. DE WINNE: Niet echt, iedereen werkt als één crew. Je merkt wel een verschil tussen het Amerikaanse en het Russische deel van het station. Maar dat heeft ook te maken met hun functie. Het Russische deel dient eerder als leefruimte en is ook meer als dusdanig ingericht. Het Amerikaanse is daarentegen een heus onderzoekslaboratorium. DE WINNE: Ze weten zeker wat België is. De Russische ISS-commandant Valeri Korzoen heeft mij zijn foto's laten zien die hij van Antwerpen en Brussel had gemaakt. Ook mijn twee reisgezellen Zaljotin en Lontsjakov zijn in België geweest om vooraf gegevens voor de experimenten te verzamelen. DE WINNE: Ze vinden België heel gastvrij en cultureel en heel mooi ook. Ze hebben onder meer Brugge bezocht en waardeerden bijzonder de sympathieke ontvangst die ze hier kregen. DE WINNE: Het zou lastiger zijn wanneer je er permanent met zes personen zou moeten leven. Zo zijn alle fitnesstoestellen die je helpen om in goede conditie te blijven bijna permanent in gebruik. Zelf heb ik ze overigens niet gebruikt, omdat ik slechts korte tijd aan boord van het station heb verbleven. Verder heb ik vooral experimenten uitgevoerd in de Russische module, waar ik toch wel wat uit de weg zat van de permanente bemanning. DE WINNE: Helemaal niet. Er heerste een zeer goede sfeer gedurende de acht dagen die ik aan boord van het ISS met hen heb samengewerkt. DE WINNE: Het moment dat de meeste indruk op mij heeft gemaakt, dat heb ik al meerdere keren gezegd, was wanneer ik voor het eerst naar buiten keek en onze atmosfeer zag. Die uiterst dunne laag, die het leven mogelijk maakt en die ons beschermt. Er waren nog andere mooie momenten, zoals het gesprek met mijn woonplaats Sint-Truiden. Ook toen ik de tweede dag wakker werd en zag dat het experiment Promiss (groei van kristallen van proteïnen) dankzij het werk dat we 's avonds nog hadden gedaan uiteindelijk toch was opgestart. DE WINNE: De mislukking van het experiment Nanoslab bijvoorbeeld. Je doet er alles voor om het te laten opstarten en als dat dan niet lukt, kun je dat moeilijk een mooi moment van de vlucht noemen. DE WINNE: We hadden wel wat vrije tijd en dat is ook noodzakelijk. Ik stuurde dan vooral wat e-mails naar huis en naar vrienden en ik las ook de e-mails die ik kreeg. Verder hielp ik af en toe ook de permanente bemanning. Want eigenlijk moet je het ruimtestation zien als een soort huis en dat moet onderhouden worden. Voor mijn collega's is een helpende hand daarbij natuurlijk altijd welkom. DE WINNE: Eigenlijk heb ik daar niet zo op gelet. Ik heb wel de uitbarsting van de Etna op Sicilië gezien en de rookontwikkeling die daarmee gepaard ging. DE WINNE: België heb ik niet met zoveel woorden gezien. Toen we overdag over België vlogen en het niet bewolkt was, had ik radiocontact met kinderen en dat kreeg natuurlijk voorrang. Bij nacht zag ik wel lichtschijnsel door de wolken. DE WINNE: Er is een permanent achtergrondgeluid, vooral afkomstig van de ventilatoren. Vooral het Russische segment, waar heel veel ventilatoren zijn, is tamelijk lawaaierig. In het Amerikaanse segment zijn er ook ventilatoren, maar daar is het toch wat stiller. DE WINNE: De landing in Kazachstan was hard, maar nu niet van die aard dat ik het niet meer wil meemaken. Men heeft vastgesteld dat de remraketten, die normaal één meter boven de grond in werking treden om een vrij zachte landing te verzekeren, pas iets later hebben gewerkt. Dat had ook te maken met het feit dat we 's nachts zijn geland en niet precies wisten op welke hoogte we zaten. Na de landing zijn we nog een paar keer rondgetuimeld en uiteindelijk kwam de capsule op z'n kant te liggen. De bergingsploegen waren wel heel snel ter plaatse, ongeveer tien minuten na de landing. DE WINNE: Nee, het was wel een stukje harder. DE WINNE: In grote lijnen kwam de realiteit goed overeen met de training. De grootste verrassing was misschien wel het opengaan van de parachutes en de landing. Toen de parachutes opengingen, slingerde de capsule werkelijk alle kanten uit en ik kreeg de indruk overkop te gaan. Mijn commandant Sergej Zaljotin had me erover verteld, maar het was erger dan ik had gedacht. Daar konden we overigens heel moeilijk van tevoren op trainen. DE WINNE: Dat hangt af van de criteria die je daarvoor hanteert. Wetenschappers zullen waarschijnlijk nu nog bij mijn hart en bloedvaten een aantal verschillen met mijn toestand voor de vlucht vaststellen. Maar ik voel me zelf weer helemaal terug de oude. In het begin is het wat moeilijk stappen. Het is eigenlijk het omgekeerde van de aanpassing aan de gewichtloosheid van de ruimte. Terug op de aarde moet je je weer aanpassen aan de zwaartekracht. En dat duurt een paar uur tot een paar dagen. DE WINNE: Voor het wetenschappelijk onderzoek zal er nog een laatste onderzoek zijn ongeveer drie maanden na de vlucht. DE WINNE: Dat was uiteraard zeer aangenaam en uiteindelijk ook een van de doelstellingen van de vlucht: de wetenschap en de ruimtevaart onder de aandacht brengen niet alleen van de publieke opinie, maar vooral ook van de jeugd. Uit de reacties en indrukken die ik krijg, blijkt dat de jeugd ook enorm heeft meegeleefd met mijn vlucht. Ik denk dat we daarop moeten voortbouwen en jongeren moeten aanzetten tot het aanleren van wetenschappen. DE WINNE: Van een nieuwe ruimtemissie is nog geen sprake. Die zal nog wel een tijdje op zich laten wachten. DE WINNE: Het is de bedoeling dat ik eerst gedurende een of twee jaar mijn ervaring ten dienste stel van de wetenschappers, technici en ingenieurs hier in België en bij ESA. Daarna zal ik bekijken hoe ik mijn kwalificaties nog kan verbeteren om daarna dan misschien een langdurige missie uit te voeren. Daar zou ik inderdaad kandidaat voor zijn. DE WINNE: Dat is moeilijk te zeggen. Dat hangt van vele factoren af, onder meer vanaf wanneer het ISS een permanente bemanning van zes astronauten zou kunnen hebben in plaats van de driekoppige crew nu. Dan kunnen er ook permanent Europeanen aan boord van het ISS verblijven. DE WINNE: Inderdaad, maar mijn vlucht was een belangrijke missie waarbij Europese astronauten worden voorbereid op een volledig operationeel internationaal ruimtestation en op de uitbating van de Europese module Columbus, die in 2004 aan het ISS zal worden vastgemaakt. In dit opzicht maakte Odissea deel uit van een Europees programma waarbij eerder al collega's uit Frankrijk en Italië met de Russen naar het ISS zijn gevlogen - en volgend jaar de Spanjaard Pedro Duque en de Nederlander André Kuipers. We proberen daarbij lessen te trekken over hoe men het best kan werken in het ISS, zodat we in onze Europese Columbusmodule zo goed mogelijk aan permanente wetenschap kunnen gaan doen. DE WINNE: Je kan op de aarde niet voldoende lessen trekken over hoe je in de ruimte functioneert. Daarvoor moet je echt naar de ruimte gaan. Dat geldt overigens voor alle operationele zaken. Dat weet ik heel goed vanuit mijn achtergrond als testpiloot. Simulaties alleen zijn niet voldoende. DE WINNE: Dat is inderdaad de grote vraag die achter dit alles zit. Waarom moeten we de ruimte verkennen en waarom moeten mensen zelf naar de ruimte gaan? Ik denk dat mensen verder willen kijken dan hun horizon. De drang tot verkenning zit gewoon in ons. We willen steeds nieuwe dingen doen. Door deze drang zijn we vandaag wat we zijn. Ik denk dat het absoluut noodzakelijk is dat we dit levendig houden en hier in blijven investeren. De volgende logische stap is daarbij een verdere verkenning van ons zonnestelsel. DE WINNE: Iets voor jezelf wensen is altijd moeilijk, maar ik hoop dat ik mijn best kan blijven doen voor de wetenschap en de ruimtevaart. Ik hoop dat ik daar verder in kan en mag meewerken. Voor andere mensen wens ik een goede gezondheid, want dat is uiteindelijk het allerbelangrijkste. Onze gezondheid hangt af van zuivere lucht en, zoals ik al zei, van de hele dunne atmosfeer die onze aarde beschermt. En daar moeten we zorg voor dragen. Benny AudenaertAan de buitenkant ziet Bajkonoer er vervallen uit, maar ze zijn er met toch wel hoogwaardige technologie bezig.'Onze gezondheid hangt af van de hele dunne atmosfeer die de aarde beschermt. En daar moeten we zorg voor dragen.'