Volgens de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening zijn er in ons land nog bijna 400.000 werkloze uitkeringstrekkers en ruim 150.000 bruggepensioneerden. En toch hebben bedrijven het uiterst moeilijk om geschikte medewerkers aan te trekken. Bij de ondernemingen actief in de informatie- en communicatietechnologie (ICT) is de toestand werkelijk rampzalig. 'Men zag het aankomen, maar men heeft het probleem onderschat', zegt Wilson De Pril, directeur-generaal van Fabrimetal-Vlaanderen, de werkgeversvereniging van bedrijven in sectoren gaande van de metaalverwerking over elektrotechniek en elektronica tot ICT. 'De scholen leveren onvoldoende mensen met kennis af, medewerkers met ervaring verlaten te vroeg de arbeidsmarkt. De grootste rem op de economische groei is het tekort aan mensen.'
...

Volgens de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening zijn er in ons land nog bijna 400.000 werkloze uitkeringstrekkers en ruim 150.000 bruggepensioneerden. En toch hebben bedrijven het uiterst moeilijk om geschikte medewerkers aan te trekken. Bij de ondernemingen actief in de informatie- en communicatietechnologie (ICT) is de toestand werkelijk rampzalig. 'Men zag het aankomen, maar men heeft het probleem onderschat', zegt Wilson De Pril, directeur-generaal van Fabrimetal-Vlaanderen, de werkgeversvereniging van bedrijven in sectoren gaande van de metaalverwerking over elektrotechniek en elektronica tot ICT. 'De scholen leveren onvoldoende mensen met kennis af, medewerkers met ervaring verlaten te vroeg de arbeidsmarkt. De grootste rem op de economische groei is het tekort aan mensen.'Het bedrijfsleven heeft wel veel mensen naar huis gestuurd.Wilson De Pril: Europa heeft zijn arbeidsintensieve activiteiten afgebouwd. De loonkosten waren niet langer concurrerend met die in Centraal-Europa en elders in de wereld. De herstructureringen en sluitingen van ondernemingen met hun collectieve afdankingen zorgden voor spektakel. Veel stiller verliep de opkomst van de nieuwe ondernemingen, met een volledig nieuwe activiteit en op een totaal andere schaal. Zij zijn bezig met sofware, met internet. De overstap van de klassieke industrie naar de kenniseconomie is succesvol. De digitale revolutie die we nu meemaken, gaat veel sneller en is veel ingrijpender dan de industriële revolutie. En de arbeidsmarkt evolueert niet snel genoeg mee?De Pril: De nieuwe bedrijven moeten snel groeien om op Europese of wereldschaal mee te kunnen. Kapitaal is geen probleem, de beurzen schuiven technologiebedrijven gemakkelijk geld toe, ook al hebben ze nog nooit winst gemaakt. Mensen zijn het probleem. Er is onvoldoende kennis, wij hebben veel meer mensen nodig die opgeleid zijn in de informatie- en communicatietechnologie. De RVA beschikt over een enorme reserve aan mensen.De Pril: Er is nog enig potentieel, maar de werklozen zijn weinig geschoold en ook niet echt gemotiveerd. De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding nodigde duizenden zwakgeschoolde werklozen uit voor een opleiding elektronica: slechts zestien mensen boden zich aan. Een schande. Niemand is verplicht te werken, maar wie die keuze maakt, hoeft de gemeenschap geen uitkeringen te vragen. Minister van Werkgelegenheid Laurette Onkelinx (PS) gaat de verkeerde weg op met de zwakkere sancties voor werklozen die niet beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Iedereen weet het, in bepaalde streken kunnen de ondernemingen zelfs geen ongeschoolde werknemers meer vinden. Wie staat dan wel op de werkloosheidsstatistieken ? Het bedrijfsleven richt zich vooral tot de jongeren en het onderwijs. Er is te weinig belangstelling voor techniek en technologie. De instroom is zwak.De Pril: Per jaar studeren duizend mensen af in richtingen die met informatie- en communicatietechnologie te maken hebben, onder hen slechts 40 burgerlijk ingenieurs computerwetenschappen. Andere landen kennen een veel grotere instroom, de Verenigde Staten trekken Aziaten aan, Canada laat iedereen met een diploma binnen. De meisjes blijven in de technologiestudies haast afwezig, zelfs in het secundair technisch onderwijs. Zou dat niet meer met de reputatie van de industrie dan met het onderwijs te maken hebben ? Jongeren verkiezen 'zachte' beroepen.De Pril: Grote delen van het bedrijfsleven hebben nog het imago oud en vervuilend te zijn. De industrie heeft de kwalijke reputatie te herstructureren en te sluiten - het Renault-syndroom leeft voort. Ingenieurs en technici, denkt men, zijn bezig met machines en pc's, niet met mensen. Ten onrechte hebben maatschappij en onderwijs een gebrek aan waardering voor techniek en technologie. Jongeren, kinderen zelfs, zouden spelenderwijs belangstelling voor techniek moeten krijgen. Het is nodig het technisch onderwijs te herwaarderen. Vandaar uw 'Schokverklaring' eind januari ?De Pril: Het aantal ICT-afgestudeerden moet verdrievoudigen, in plaats van duizend per jaar, drieduizend. Een dertigtal bedrijfsleiders heeft die nood duidelijk in de verf gezet. Het is een politiek thema geworden, waar de Vlaamse regering mee bezig is. Het bedrijfsleven wil het onderwijs helpen. Er bestaat een tekort aan computerleraars, wij zijn bereid tijdelijk mensen aan de scholen uit te lenen. Intussen zijn alle kinderen met computerspelletjes bezig.De Pril: Eenzijdige softwarespelletjes met schieten en vechten. Ter voorbereiding van een technologische opleiding zijn de oude Meccano of de Lego-techniek veel beter. Computeronderwijs in de lagere en middelbare school gaat niet om bits en bytes. Het komt er niet op aan te weten hoe een computer werkt, wel hem te leren gebruiken. Men kan Frans leren op de computer, of wiskunde-oefeningen maken. Zoeken op internet kan de geschiedenislessen aanvullen... Dat is werk voor de overheid.De Pril: De overheid beschikt over de middelen om de digitale economie vorm te geven, niet alleen het onderwijs, ook permanente vorming, industrieel beleid. Zij moet dat proces begeleiden en gunstige voorwaarden scheppen. Maar de Vlaamse regering zoekt nog wat haar richting. Als ik minister-president zou zijn, was dat mijn prioriteit. Uw klacht gaat niet alleen over de zwakke instroom, maar ook over de uitstroom. De mensen verlaten te vroeg de arbeidsmarkt. Is dat kritiek op het brugpensioen?De Pril: Het brugpensioen is opgezet als een tijdelijk systeem, om de hoge jongerenwerkloosheid tegen te gaan. Maar met de vijftigers die op brugpensioen trekken, gaat te veel kennis en ervaring in de ondernemingen verloren. De brugpensioenleeftijd moet omhoog. Dat is moeilijk. Het is een vaste maatschappelijke tendens om ergens midden in de vijftig het arbeidsleven te verlaten. Het stelsel maakt dat financieel interessant. Sommige ondernemingen pogen bruggepensioneerden weer binnen te halen.De Pril: Wij zijn vragende partij. Het moet kunnen dat mensen, die op hun vijftigste of vijfenvijftigste hun loopbaan beëindigden, opnieuw in het arbeidsproces komen. Wanneer zij dat willen, facultatief. Sommigen vinden het beroepsleven te zwaar, maar willen toch nog wel iets doen, op een andere manier. Niet meer direct in operationele functies bijvoorbeeld, of als peter of coach van jongeren. In flexibele arbeidssystemen, drie dagen per week of à la carte. Het moet op een financieel aantrekkelijke manier gebeuren. Alle partijen winnen erbij. De overheid bespaart op hun werkloosheidsuitkeringen. De ondernemingen krijgen ervaring in huis, voor een KMO is het interessant een bruggepensioneerde uit een groot bedrijf binnen te halen. Zo'n man bezit een kapitaal aan kennis. Maar ondernemingen nemen toch slechts uitzonderlijk mensen van boven de veertig aan?De Pril: Oudere en ervaren mensen zijn duur. De bezoldiging gekoppeld aan de leeftijd en anciënniteit stelt inderdaad een probleem. Er is een betere salariscurve denkbaar: snellere loonstijging voor de jongeren - zij hebben de grootste kosten, voor woning, kinderen, studies... - en afvlakking naar het einde van de loopbaan. Praktisch is dat waarschijnlijk niet haalbaar. De vakbonden zijn niet enthousiast. Werkgevers vrezen dat hun beste mensen naar concurrenten overstappen nadat hun inkomen het maximum heeft bereikt. De terugkeer van bruggepensioneerden is een interessante mogelijkheid. Aangezien hun vroegere werkgever de toeslag op de werkloosheidsuitkering blijft betalen, kost die werknemer een stuk minder bij herintreding. Kunnen straks de landingsbanen van Vlaams minister van Werkgelegenheid Renaat Landuyt (SP) daarbij helpen?De Pril: De minister mag er niet van uitgaan dat iemand na zijn 55ste niet meer wil werken. Anderzijds is het Vlaams werkgelegenheidsbeleid te veel gefocust op de smalle groep van ongeschoolden en andere risicogroepen. Een beleid is nodig, zeker, maar de arbeidsmarkt werkt anders. Er moeten voldoende hogergeschoolden zijn: zij zorgen ervoor dat de economie draait, dat ondernemingen groeien en nieuwe werkgelegenheid voor lagergeschoolden ontstaat. Juist die mensen met kennis zijn er nu te weinig. Als we dat oplossen, speelt Vlaanderen weer mee in de digitale economie, en zijn welvaart en welzijn voor enkele decennia gewaarborgd. Guido Despiegelaere