Voor Theater Malpertuis is de opening in Tielt (Stationstraat 25) van een nieuw en functioneel theater een gelegenheid om de Franstalige Belgische schrijver Paul Emond (Brussel, 1944) te introduceren met "Onbereikbare liefdes" ("Inaccessibles amours", 1922), het stuk waarmee de auteur internationale bekendheid verwierf. François Beukelaers, die geregeld bij Brusselse Franstalige gezelschappen speelt, vertaalde het in 1996 als "Loze liefd...

Voor Theater Malpertuis is de opening in Tielt (Stationstraat 25) van een nieuw en functioneel theater een gelegenheid om de Franstalige Belgische schrijver Paul Emond (Brussel, 1944) te introduceren met "Onbereikbare liefdes" ("Inaccessibles amours", 1922), het stuk waarmee de auteur internationale bekendheid verwierf. François Beukelaers, die geregeld bij Brusselse Franstalige gezelschappen speelt, vertaalde het in 1996 als "Loze liefdes". Hij maakte er Warre Borgmans op attent, die het nu regisseert in een nieuwe vertaling van Sam Bogaerts. Borgmans opteert voor een vertolking in het dialect en legt daardoor nogal zwaar de klemtoon op het realistische facet van het stuk, wat een onderwaardering is van de kwaliteiten van Emonds schrijverschap. Uit het jongste nummer van Alternatives théâtrales (Brussel), dat bijna geheel aan Emond is gewijd, blijkt uit getuigenissen van spelers en regisseurs ( Michel Tanner; Jean-Claude Berutti) hoe veelgelaagd diens werk wel is. Emond typeert "mensen van niets", die grappig en tegelijk tragisch zijn. Het kopiëren van hun dagelijkse omgangstaal is slechts één aspect van het realisme dat hij beoogt en dat hij opdrijft tot absurdisme, om ten slotte in een zwarte komedie te belanden waarin zelfs een nachtmerrie een komische kant heeft. Zoals in "Caprices d'images" uit 1995. In Malpertuis' "Onbereikbare liefdes" missen we de absurde humor, de dieper liggende emotie, de creativiteit die de symboliek achter het alledaagse kan onthullen. Het clichématige waarvan Emond vertrekt, wordt verhevigd, de kopie van het alledaagse wordt nergens overstegen. De kale, eenzame slager Caracala ( Marc Crauwels), die zijn slagerswinkel en zijn dominerende oude moeder beu is, vindt in de barmeid Marina ( Anja van Riet) een geduldig klankbord. Net zoals de yuppie en zondagsschilder "met zijn gezicht onder het bloed" ( Gert Lahousse), die tijdens een boerenbetoging hard in conflict komt met de politie, de afspraak met zijn lief mist en de bons krijgt. Alledrie de personages praten het liefst over zichzelf en voor zichzelf. Ze spreken voor een hele wereld en gieten hele vrachten vooroordelen, gemeenplaatsen en banaliteiten over de toonbank. De schijnbare monologen van de mannen blijven echter - vooral bij Caracala in moeilijk te begrijpen West-Vlaams - in een nietszeggend toogdiscours steken. De spanning van een zogezegd toevallige ontmoeting van mensen gaat nodeloos babbelend de mist in. Reisvoorstellingen. Info: 051/40.18.45 (Malpertuis).Roger Arteel