Alsof de schaamte in hun uitgestalde lichamen heeft gekrast: zonder de schade aan hun portretten zouden de prostituees van Storyville van hun waardigheid verliezen. Nu vallen de vlekken op de foto's samen met de vlekken op de reputatie van Storyville, een bordeelwijk van het New Orleans van de jaren twintig, dertig. Maar de hoeren zelf lijken volstrekt onbeschadigde mensen: vrouwen van lichte zeden en toch met een niet om te stoten zelfrespect. Ze tonen zich evengoed zonder schroom als zonder schrammen. De verminkingen zitten op het papier zelf, dat accentueert de tegenstrijdigheid.
...

Alsof de schaamte in hun uitgestalde lichamen heeft gekrast: zonder de schade aan hun portretten zouden de prostituees van Storyville van hun waardigheid verliezen. Nu vallen de vlekken op de foto's samen met de vlekken op de reputatie van Storyville, een bordeelwijk van het New Orleans van de jaren twintig, dertig. Maar de hoeren zelf lijken volstrekt onbeschadigde mensen: vrouwen van lichte zeden en toch met een niet om te stoten zelfrespect. Ze tonen zich evengoed zonder schroom als zonder schrammen. De verminkingen zitten op het papier zelf, dat accentueert de tegenstrijdigheid. Schaamte? Maar neen. Het is alleen maar de tijd die sporen trok op de negatieven, zoals ze werden aangetroffen bij de Amerikaanse fotograaf E.J. Bellocq na diens overlijden in 1949. Toen waren ze minstens elf jaar oud, en al die tijd bleven ze in slechte omstandigheden opgeborgen. De originele afdrukken werden niet teruggevonden, net zo min als de bestemming ervan. Blijkbaar betrof het een persoonlijk initiatief van Bellocq. De foto's stralen een groot wederzijds vertrouwen en begrip uit tussen de fotograaf en zijn modellen. En hoe dat dan wel werd opgebouwd? Kijken naar foto's moet met zoveel mogelijk verbeelding. "[ID]dentiteit", bijna als een gespleten geest verspreid over vier locaties, is de blikvanger van de zevende Zomer van de Fotografie in Antwerpen. Vier plaatsen die uitnodigen voor een afspraak met mensen die de moed hebben om zichzelf te ontmoeten. Want als er al een rode draad loopt door de selectie van de samenstellers van deze tentoonstelling: de foto's zijn stuk voor stuk extreem confronterend. Ze ontketenen een - voor wie zich daarvoor openstelt - emotioneel slopende driehoeksverhouding. De identiteit van de mensen op de foto's geeft de aanstoot. De momentopnamen van hun leven hebben hen verankerd: hun verhaal, hun verleden en toekomst - kortom, hun identiteit, wat dat dan ook moge betekenen. De fotograaf hanteert de hefboom: waarom en hoe hij die foto gemaakt heeft, exposeert zijn identiteit. De mens die de foto's bekijkt, rondt de wisselwerking af. Hij heeft zijn eigen identiteit meegebracht, zijn eigen verhaal, zijn eigen verleden en toekomst, gevoelens en gedachten - zijn eigen, waarom niet, krassen. BREUKLIJNEN IN DE IDENTITEITZou hij zichzelf in slechte omstandigheden opgeborgen hebben? Op wat de tijd aan sporen nalaat, vestigt ook de Engelse fotograaf John Coplans de aandacht. Met even weinig schaamte als de hoeren van Storyville zet hij zijn eigen, harige en door leeftijd getekende lichaam in verwrongen houdingen in het vizier en laat hij zijn assistent met de camera de afbraak van zichzelf constateren. Zelfportretten van de aftakeling. Maar voor hij kapot maakt, bouwt de tijd op. De Spanjaard Pere Formiguera presenteert, gefaseerd, de rijpingsprocessen van een jongens- en een meisjeslichaam. Op het einde van de reeks lijken de jongelingen tegelijk vol verwachting van wat komen gaat of waarschijnlijk niet (de mix tussen hoop en verveling die ook de Zwitser Beat Streuli uitdrukt met zijn sterk uitvergrote opnamen van humaniorastudenten), en klaar voor het verlies. Omdat aan dat laatste niet te ontsnappen valt, kiezen sommige mensen voor het volledige verlies van zichzelf. In de schaduwen van de portretten van Christine, van de hand van de Japanse fotograaf Seiichi Furuya, zoek je onwillekeurig naar de redenen van haar latere zelfmoord - als om de afstand te meten die haar scheidt van wie besloot verder te leven. En de zelfmoord van de Amerikaanse Diane Arbus kleurt haar portretten: met terugwerkende kracht worden het foto's van zoeken zonder uitzicht op vinden. Met het suggereren van de gevoelsband tussen de twee jonge mensen - broer en zus poseren omarmd - staakt Formiguera zijn poging tot objectiverende benadering. Wegens onhoudbaar? Identiteit is een uiterst subjectief geladen begrip. Dat willen vastleggen via een zogenaamd objectief medium als een foto, voert tot spannende breuklijnen. Finaal draagt elk beeld de boodschap uit dat identiteit niet kan zonder identiteitscrisis. Bij het invullen van zichzelf, is de mens onherroepelijk ontoereikend. Om te beginnen, liggen er breuklijnen in de mens zelf. "[IDdentiteit" suggereert vaak het seksueel geladen karakter daarvan. Geslachtelijke identiteit: de twee helften van de mens, met veel schemer in het randgebied en een kloof waarin mensen kunnen vallen. De zelfportretten van Claude Cahun vertolken de evenwichtsoefening van een mens tussen man en vrouw. Aan haar werk te zien, is Arbus bij deze oefening in de afgrond getuimeld. In een mozaïek van zestien "pasfoto's" transformeren Friederike van Lawick en Hans Müller een vrouw tot man. Nergens kan een bruuske overgang genoteerd worden; wat op het einde van de rit tevoorschijn komt, lag al besloten in het begin. DE SCHREEUW VAN HET ALLEDAAGSEHet meest schreeuwt echter de alledaagsheid. Een foto is een kamer, en je kan er zomaar naar binnen kijken. Dat heeft gauw iets van voyeurisme en hoe herkenbaarder de taferelen, hoe groter de gêne. Je gluurt binnen in iemand anders' privé-domein, en ziet de lijnen van je eigen leven lopen. Bij de foto's van het doodgewone verhogen dikwijls technische onvolkomenheden (onscherp, bewogen, onder- of overbelicht) het effect van de ongewenste intimiteit. Wie zonder blozen het contact met de rode ogen van "Sonja in Bade" van de Zwitserse fotografe Annelies Strba kan bewaren, heeft een vel om zijn gevoelens gespannen. Ook Pepe Smit uit Nederland zweert bij de clichés van het bestaan: ze doet haar modellen heftig met het hoofd nee schudden. Met één vingertoets heeft ze die beweging verlamd en, tegelijk, de dynamiek ervan aangezwengeld. Een paar keer staat op een foto écht een kamer, met niemand erin. Dat is pas echt inbreken in mensen: ze worden verraden door waar ze wonen en leven. In dat opzicht intrigeert de vergelijking, waartoe Alexander Honory inviteert. De Duitser werkt aan "Eine Welt mit vielen Gesichten". In elke stad die hij aandoet, nodigt hij 720 toevallige voorbijgangers uit om in identieke licht- en ruimtelijke omstandigheden - dezelfde opnamestudio, een container - gefotografeerd te worden. Het resultaat verbluft. Honory maakt met zijn portretjes van anonieme mensen zichtbaar dat leven in Wenen niet hetzelfde is als leven in Bogota. De locatie determineert het werk van Shirin Neshat. Haar terugkeer naar Iran, intens veranderd na een afwezigheid van twaalf jaar, shockeerde haar. Die schok probeert ze voor zichzelf en voor haar publiek te verklaren. Het meest aangrijpend lukt haar dat in "Possessed". Ze lokt de toeschouwer in een soort zwarte doos, waarin ze op de tegenovergestelde muren een video-opname projecteert. Aan de ene kant zingt een man, met zijn rug naar het publiek, en gaapt vervolgens minutenlang onbewogen in de camera. Ondertussen, aan de andere zijde, brengt een zangeres zichzelf met haar eigen geluiden in trance in het aanschijn van een lege concertzaal. Terwijl ze huilt, zingt, kermt, snikt en jankt, cirkelt de camera rond haar hoofd, wentelt en wiekt langs de lege stoelen. Aan de overkant zwijgt de man. Wie de seance bijwoont, voelt zich de gevangene van de limieten aan zijn ambitie om alles te beleven. Tot nader order geen kameleon, moet hij zijn ogen heen en weer doen vliegen, als keken ze naar een tenniswedstrijd. Enzovoorts. Als één beeld "[IDdentiteit" kan samenvatten, dan wel "Melancholia" van de Nederlandse Annet van der Voort. Het hangt, goed gekozen, naast werk van de Pool Stanislaw Ignacy Witkiewicz. Nergens krijgt de toeschouwer meer zicht op de ziel: de kwelling die uitgaat van zijn zelfportretten, doet pijn aan de ogen. En daarnaast, lichtjes gemilderd: een man met glazige oogopslag in "Melancholia." Want, zoals Frank Albers in de inleiding van de cataloog treffend verwoordt, "identiteit is een melancholische hypothese". "[ID]dentiteit", tot september in Antwerpen, in het Museum voor Fotografie, MUHKA, 't Elzenveld en Hessenhuis.Ben Herremans