Meester Paul Quirynen heeft een boek geschreven: Tochtgenoten. De nieuwe John Grisham, minder zeggen is liegen. Meester Quirynen herinneren wij ons allen van het proces-Van Noppen, waar hij optrad voor de kinderen van de vermoorde veearts. En waar hij een diepe, en vanuit rechtskundig standpunt enigszins verontrustende, vriendschap opvatte voor assisenhofvoorzitter Edwin Van Fraechem.
...

Meester Paul Quirynen heeft een boek geschreven: Tochtgenoten. De nieuwe John Grisham, minder zeggen is liegen. Meester Quirynen herinneren wij ons allen van het proces-Van Noppen, waar hij optrad voor de kinderen van de vermoorde veearts. En waar hij een diepe, en vanuit rechtskundig standpunt enigszins verontrustende, vriendschap opvatte voor assisenhofvoorzitter Edwin Van Fraechem. Over dat proces citeert meester Quirynen oud-stafhouder Jo Stevens, bestuurder van de Orde van Vlaamse Balies: 'Het proces-Van Noppen is een docusoap geworden. Daar hebben de voorzitter, de advocaten-generaal en de advocaten gezamenlijk voor gezorgd. En de media. Met de televisie op kop. Vooral televisie lijkt op advocaten de uitwerking te hebben van een rode lap op een stier. Het rode lichtje op de camera mag maar gaan flikkeren, of heel Vlaanderen ziet en hoort advocaten zich 'outen'. Zoals totnogtoe voorbehouden was aan homofielen, prostituees en travestieten in Jambers.'Schitterend geformuleerd. Leve de stafhouder. 'Le bâtonnier, c'est le pape', zeggen wij altijd. Nu de reactie van meester Quirynen: 'Ik was geschokt door deze woorden, die niet met inkt maar met azijn zijn geschreven. Het was een kaakslag voor alle betrokken advocaten en magistraten. Maar ik heb nooit openlijk ge-reageerd op deze aantijgingen, en heb deze pijn in eenzaamheid gedragen.'Schoon, meester. Benieuwd wat stafhouder Stevens vond van het proces-Dutroux. Want daar werd een échte docusoap gedraaid. Met in de hoofdrol meesters Quirynen en Baudewyn, die de klok rond door camera's werden gevolgd. Meester Ronny Baudewyn kwam daaruit naar voren als een verwaaide halvezool, een tikje verward. Meester Paul Quirynen als een diepzinnig en goedaardig man, voor wie rechtschapenheid meer is dan een bron van inkomsten. Het schijnt dat die reportage voor de helft met de werkelijkheid strookte. Meester Quirynen pleitte in Aarlen voor Paul Marchal, en haalt in zijn boek hard uit naar de advocaat van de familie Lambrecks, die niet wilde geloven dat Michel Nihoul bij kindermisbruik betrokken was. De advocaat van de familie Lambrecks... denk, denk... wie was dat ook weer? Meester Vercraeye! Joris Vercraeye, de VLD-schepen van Welzijn in Kalmthout. Wiens eigen welzijn danig in het gedrang kwam, toen bepaalde media een grote genegenheid suggereerden tussen hemzelf en VRT-sterreporter Caroline Van den Berghe. Voor wie de grootste eunuch genegenheid zou koesteren, dus waarom niet meester Vercraeye? Datzelfde moet de vriendin van meester Vercraeye hebben gedacht. Zodat de meester in vol proces enkele dagen forfait moest geven om zich er thuis te gaan uit liegen: 'Het was niet ik. Het was meester Quirynen.' Deze versie van de feiten werd, voor wat ze waard was, opgenomen in Knack. Waarna meester Quirynen op zijn beurt problemen kreeg met zijn vrouw. Het is in die context dat men in Tocht-genoten de frontale aanval op meester Vercraeye moet lezen. En op meester Dirk Draulans. Die had namelijk, in zijn haarscherpe analyse van het proces-Dutroux, de zwakke verdediging van Paul Marchal gelaakt. En had een eigen interpretatie gegeven van het fameuze incident waarbij Marchal in de rechtszaal een appelflauwte kreeg en per draagberrie werd afgevoerd: 'Langs de voordeur, goed in het zicht van alle camera's en fotografen, terwijl de ziekenwagen aanvankelijk discreet aan de achteruitgang had staan wachten.' Zelf hadden wij geschreven dat Paul Marchal de avond voordien te lang in 'Le Wapiti' was blijven hangen. Samen met Leo Stoops en diens boezemvriendin Monique Poppel, de rondborstige uitbaatster van het inmiddels wereldberoemde etablissement tegenover het Aarlense gerechtsgebouw. Maar dat mocht van onze chef-Wetstraat niet verschijnen. 'Speculatief, en ingegeven door een ongezonde zucht naar sensatie', beweerde Van Cauwelaert. 'Niet op het niveau van mijn blad.' En terwijl wij daarover ruzie stonden te maken, verdween achter zijn rug het verslag van Draulans onnagelezen naar de drukkerij. Met daarin naast de passage over Marchal ook nog een kleine karakterschets van meester Jan Fermon, de advocaat van Laetitia Delhez. Hierover meester Quirynen: 'Wat Knack schreef over confrater Fermon was haast een opzettelijke belediging en kwam bijna neer op het breken van een medemens.' Zolang het maar 'haast' en 'bijna' is, is er weinig aan de hand, zijn wij geneigd te denken. Maar meester Quirynen stapt er zo licht niet overheen. En dan past hij meester Vercraeye een kleedje: 'Ik weet met zekerheid dat het idee om zich als burgerlijke partij terug te trekken ten overstaan van Nihoul, is gegroeid bij bepaalde journalisten die tijdens nach-telijke vergaderingen hun zienswijze en methoden aan bepaalde advocaten hebben aangepraat. Die advocaten kregen dan de waarborg dat de media hun optreden ter zitting zouden ondersteunen en bejubelen.'Hallo. Wat meester Quirynen hier cryptisch beweert, is dat meester Vercraeye zich heeft laten ver- of misleiden door Caroline Van den Berghe. Tijdens een nachtelijke vergadering! Hoe, daar wensen wij niet eens naar te gissen. Het boek van meester Quirynen was nauwelijks gedrukt, of de vriendin van meester Vercraeye had al een gesigneerd exemplaar in haar bezit. En een oude woede laaide weer op. Het zal niemand verbazen dat meester Vercraeye een 'recht van antwoord' naar de media stuurde. 'Intriest, onzindelijk, lasterlijk en eerrovend', noemde hij de bewuste passage. De rest vatten we samen: 'Wat denkt die blaaskaak wel?' Fijne beroepsgroep, de advocatuur. Koen Meulenaere