Mijnheer Willockx, de staking tegen het Generatiepact heeft een grote controverse binnen de socialistische beweging doen ontstaan. Uw partij SP.A en de vakbond ABVV staan met getrokken messen tegenover elkaar.

FREDDY WILLOCKX: Een politieke partij moet haar verantwoordelijkheid durven opnemen, ook als de vakbond daar problemen mee heeft. Partij, vakbond, en ziekenfonds hebben alle drie hun eigen rol te spelen. Het Generatiepact is volgens mij absoluut nodig, maar het is wel duidelijk dat de inhoud ervan door meerdere actoren slecht is uitgelegd. Ook de SP.A is daarin tekortgeschoten, en de nieuwe voorzitter Johan Vande Lanotte levert een ernstige inspanning om dat recht te zetten. We moeten omstandig uitleggen waaróm wij met dat pact akkoord gaan, en waaróm de vakbonden een paar punten te eenzijdig hebben voorgesteld. Binnen de SP.A heerst nu vooral ongenoegen bij leden die ook tot het ABVV behoren. Zeker die mensen moet de partij ervan overtuigen dat het haar plicht is om op te komen voor de dagelijkse belangen van de zwaksten in de samenleving, maar dat ze ook de toekomst moet durven voorbereiden. De ontstane spanningen zijn niet prettig, maar wij hebben nooit dezelfde relatie met het ABVV gehad, als CD&V met het ACV. Bij ons durft het weleens te botsen.
...

FREDDY WILLOCKX: Een politieke partij moet haar verantwoordelijkheid durven opnemen, ook als de vakbond daar problemen mee heeft. Partij, vakbond, en ziekenfonds hebben alle drie hun eigen rol te spelen. Het Generatiepact is volgens mij absoluut nodig, maar het is wel duidelijk dat de inhoud ervan door meerdere actoren slecht is uitgelegd. Ook de SP.A is daarin tekortgeschoten, en de nieuwe voorzitter Johan Vande Lanotte levert een ernstige inspanning om dat recht te zetten. We moeten omstandig uitleggen waaróm wij met dat pact akkoord gaan, en waaróm de vakbonden een paar punten te eenzijdig hebben voorgesteld. Binnen de SP.A heerst nu vooral ongenoegen bij leden die ook tot het ABVV behoren. Zeker die mensen moet de partij ervan overtuigen dat het haar plicht is om op te komen voor de dagelijkse belangen van de zwaksten in de samenleving, maar dat ze ook de toekomst moet durven voorbereiden. De ontstane spanningen zijn niet prettig, maar wij hebben nooit dezelfde relatie met het ABVV gehad, als CD&V met het ACV. Bij ons durft het weleens te botsen. WILLOCKX: Begin jaren tachtig hebben we een soortgelijk conflict gehad. Het gewicht van ABVV-leider Georges Debunne was toen zo groot, dat de SP verplicht is geweest voor de oppositie te kiezen. Met alle gevolgen van dien. Drie maanden later kwam er een devaluatie van de Belgische frank, met daarbovenop begeleidende maatregelen zoals de inperking van de indexatie. En toen keurde Debunne, voor wie ik overigens veel respect heb, als regent van de Nationale Bank die maatregelen goed! In 1993 was er weer zo'n moment, omdat we onder druk van het Verdrag van Maastricht de overheidsfinanciën in orde moesten brengen. Toen hebben we onze verantwoordelijkheid wél genomen, en hebben we meegewerkt aan het Globaal Plan van CVP-premier Jean-Luc Dehaene. De ABVV-leiders van toen, François Janssens en nadien Michel Nollet en Mia De Vits, beseften dat we niet anders konden dan het zware begrotingstekort terugdringen, want dat bedroeg meer dan 8 % van het bbp. We hebben dat kunnen doen zonder sociaal bloedvergieten, ook omdat we de betogingen van die dagen aan de onderhandelingstafel hebben gevaloriseerd. Ook toen was er gemor van de basis en kregen we in de opiniepeilingen klappen. Maar we hebben het electoraal overleefd, in 1994 en in 1995, omdat we het hoe en waarom van onze houding beter hadden uitgelegd dan nu. De situatie vandaag is dezelfde als twaalf jaar geleden. Al is het financiële probleem minder acuut, en ook minder dramatisch dan in 1993. Het gaat maar om een beperkt aantal maatregelen in het loopbaaneindedebat, die deel uitmaken van een globaal pact dat op meerdere punten positief is. Bijvoorbeeld in het welvaartsvast maken van vele uitkeringen, en in de herfinanciering van de sociale zekerheid. Op dat laatste wordt veel te weinig de nadruk gelegd. Hoe dikwijls heb ik in deze Kroonraad al niet gepleit voor de vervanging van lasten op arbeid door lasten op kapitaal? Welnu, dat is eindelijk voor een deel gebeurd. Ander positief punt is het inperken van de uitgaven in de gezondheidszorg. En inzake het loopbaaneinde zijn de veranderingen selectief en geleidelijk, en is er nog ruimte voor overleg binnen de Nationale Arbeidsraad, bijvoorbeeld over de definitie van 'zware beroepen'. Als ik dat allemaal in zijn geheel bekijk, vind ik dat de partij de plicht heeft dit Generatiepact te blijven verdedigen. WILLOCKX: Hij heeft gelijk. We moeten opnieuw debatteren met de mensen. Tussen 1992 en 1994 ben ik in twee jaar tijd meer dan honderdvijftig toespraken voor gepensioneerden gaan houden. Telkens weer de mensen uitleggen wat er veranderde aan de pensioenen, en waarom dat in het licht van de vergrijzing, toen al, noodzakelijk was. Ik weet niet of onze ministers nog veel rondlopen in Vlaanderen. Op televisie zie ik ze genoeg, en het is waar dat ze daarmee in één klap een veel groter publiek bereiken. Maar om een kiezer te winnen, moet je hem zelf gaan toespreken. In de achterzaaltjes van de volkshuizen, om het met een clichébeeld te zeggen. Ik stel in het algemeen een gebrek aan debatcultuur vast in onze partij en in onze beweging. Dat moet veranderen, en ik ben dus blij met de provinciale debatten die men nu gaat organiseren. En ik heb er vertrouwen in dat de plooien met de vakbond worden gladgestreken. WILLOCKX: Ons kiezersprofiel is enigszins gewijzigd. Twintig jaar geleden was het blok vakbond-partij meer een gesloten geheel. Dat verzuilde kiezerspubliek is afgekalfd. Dat is geen bewuste keuze, maar meer het gevolg van een maatschappelijke evolutie. CD&V heeft hetzelfde meegemaakt. Dat neemt niet weg dat we die ABVV'ers voor onze partij moeten zien terug te winnen. WILLOCKX: Ongetwijfeld. En het was wat ongelukkig dat het machtsvacuüm net samenviel met de onderhandelingen over het loopbaaneinde. Maar dat is niet doorslaggevend geweest, en het is zeker geen kritiek op Caroline Gennez. Een van de moeilijkheden is dat je steeds minder gesprekspartners vindt op interprofessioneel niveau. Twintig jaar geleden praatte je met Georges Debunne en Jef Houthuys. Tien jaar geleden met Janssens, Nollet of De Vits. Vandaag praat je met Xavier Verboven en André Mordant, maar die hebben intern veel minder in de pap te brokken, en je kunt toch moeilijk gaan onderhandelen met al die centrales afzonderlijk. Aan ACV-kant is Luc Cortebeeck ook teruggefloten door zijn centrales. Dat maakt het de politieke partijen niet gemakkelijk. WILLOCKX: Vooral die schandalen hebben tot gevolg gehad dat in dit loopbaaneindedossier de PS-dominantie, die ik verwacht had, achterwege is gebleven. Maar het probleem is hetzelfde aan Waalse als aan Vlaamse kant: de socialistische onderhandelaars hebben goed werk geleverd, maar hebben vergeten dat aan hun mensen te vertellen. Dat moeten we dan maar rechtzetten. Ik denk dat de bevolking wel zal waarderen dat we onze nek durven uitsteken om de komende generatie niet met onoverkomelijke problemen op te zadelen. WILLOCKX: Dat heb ik in mijn eigen streek van dichtbij meegemaakt. In het begin van deze gemeentelijke bestuursperiode, ben ik op bezoek gegaan bij de overblijvende textielbedrijven waar nog productie plaatsvond. Ik kreeg daar een goed gevoel, de bedrijfsleiders vertelden dat het ergste voorbij was, dat ze performant waren en technologisch goed uitgebouwd. Maar anderhalf jaar geleden kreeg ik ineens andere signalen. Een gevolg van de toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie. Dat is een onverwachte klap geweest, die ook hier in de streek hard is aangekomen. Heel wat textiel-kmo's zijn in vereffening gegaan of gestopt, met veel sociale ellende tot gevolg. Macro-economisch komt de verruiming van de markt met China onze economie misschien ten goede, maar micro-economisch verliezen de mensen hun werk. Europa is een jaar te laat opgetreden tegen China. Wij hebben al in juni 2004 mee aan de alarmbel getrokken, maar de EU heeft de procedures met de Chinezen veel te lang laten aanslepen, en de gevolgen zijn verschrikkelijk. WILLOCKX: Ik denk het wel. Het voorzorgsprincipe is alvast maximalistisch toegepast door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen. En ik heb veel vertrouwen in crisiscoördinator Piet Vanthemsche. Men heeft hem indertijd willen dumpen, omdat hij mee verantwoordelijk was voor een paar fouten die gemaakt zijn bij het begin van de dioxinecrisis. Hij is onder meer op een onverantwoordelijke manier afgemaakt in de parlementscommissie. Ik ben blij dat ik hem toen heb kunnen rehabiliteren, al werd me dat door sommigen in de regering niet in dank afgenomen. Ik ben trots dat hij nu door de regering zelf is aangesteld als coördinator. Hij is de juiste man op de juiste plaats, heeft voldoende Europese contacten in het Veterinair Comité, heeft daar een goede reputatie opgebouwd en is technisch onderlegd en ervaren. Ik denk dat de overheid het deze keer wél goed heeft aangepakt. WILLOCKX: Nee. We zullen moeten leren leven met drastische voorzorgen tegen dit soort ziekten, die onrechtstreeks de mens bedreigen. Hoe erg het voor sommigen ook is. Ik denk bijvoorbeeld aan de duivensport, die ik een warm hart toedraag en die nu met zware, misschien wel fatale problemen geconfronteerd wordt. WILLOCKX: De baldadigheden die daar worden gepleegd zijn absoluut onaanvaardbaar, en hadden in de kiem gesmoord moeten worden. Maar toch kan men de onderliggende oorzaken niet negeren. Er leven in en rond die grote steden een massa achtergestelde jongeren, aan wie geen toekomstperspectieven worden geboden. De uitzichtloze werkloosheid is de grootste gesel. De louter repressieve aanpak, belichaamd door minister van Binnenlandse Zaken Nicolas Sarkozy met zijn misprijzende verklaringen, werkt in elk geval niet. Je moet veel meer proactief werken. Ook inzake ordehandhaving overigens. Ook wij doen er goed aan te bestuderen wat in Frankrijk gebeurt, en waarom. We mogen niet wachten tot het te laat is. Koen Meulenaere'Er is een gebrek aan gesprekspartners op interprofessioneel niveau.'