INFO : Prof. Dr. Jos Devreese, Em.
...

INFO : Prof. Dr. Jos Devreese, Em. Universiteit Antwerpen en Technische Universiteit Eindhoven. Wat het meest opvalt in de pro&contra over 'meer Engels in het hoger onderwijs?' (Knack, 21 september 2005) is dat de beide opponenten het in feite met elkaar eens zijn over het belangrijkste in deze aangelegenheid: dat het Nederlands behouden moet blijven als onderwijstaal voor de basisopleiding in het hoger onderwijs. Dat is een cruciaal gegeven en er blijkt hierover in Vlaanderen een ruime overeenstemming te bestaan. Jammer genoeg ligt dat in Nederland anders. Er bestaat in Vlaanderen een ruime consensus over een dubbele doelstelling van de opleiding: goede beheersing van het Engels en andere vreemde talen enerzijds, bevordering van het Nederlands als taal van wetenschap en onderwijs anderzijds. Voor de rest gaat de discussie over modaliteiten. Moet de bestaande regeling, bepaald door het decreet van 2 april 2003 iets versoepeld worden (bijvoorbeeld op masterniveau) of niet? Naar mijn mening - en het standpunt van Luc Martens spoort daarmee - laat het decreet, in zijn huidige vorm, perfect toe een degelijk evenwicht te realiseren tussen de twee genoemde doelstellingen. Het kan niet voldoende beklemtoond worden dat onze afgestudeerden nu reeds tot de besten behoren internationaal, op congressen en op andere fora, wat betreft het gebruik van vreemde - vaak het Engels - talen. Uiteraard kan het enkel worden toegejuicht indien we meer taallessen, niet meer vakcolleges, zouden geven aan de universiteiten, om deze taalbeheersing nog te verbeteren. Dat het vlot hanteren van vreemde talen in wetenschap, technologie en industrie noodzakelijk is op internationaal vlak is zonneklaar. Dat dit perfect verzoenbaar is met de verdere uitbouw van het Nederlands, mede als taal van wetenschap, is ook evident. Onze studenten kunnen zeker drie, vier talen aanleren en de diversiteit aan talen betekent juist een culturele rijkdom voor Europa, die de VS ons kunnen benijden. Vlaams parlementslid Luc Martens geeft op genuanceerde wijze argumenten weer pro de creatieve uitbouw van onze taal, mede als instrument van wetenschap en onderwijs. Terecht gispt hij de Taalunie die weinig interesse blijkt te betonen voor deze vitale problematiek, die nochtans haar bestaansreden raakt. Met ererector André Oosterlinck zal bijna iedereen akkoord gaan over doelstellingen zoals 'het voorbereiden van onze studenten op hun optreden in de internationale context'. Maar waar de ererector stelt dat daartoe de bestaande regelgeving dient te worden aangepast, menen wij dat het huidige decreet volstaat. Het uitwerken van een goed evenwicht tussen de vlotte beheersing van vreemde talen en het bevorderen van het Nederlands is anno 2005 ook een zeer zinvolle doelstelling. Jos Devreese