Barcelona baarde vele schrijvers - behalve de namaakauteur Carlos Ruiz Zafón ook de stukken authentiekere (en grappigere) Manuel Vázquez Montalbán, bijvoorbeeld. Maar ook diens verdiende reputatie haalt het niet bij die van een schrijfster die er op sommige van haar foto's misschien wel erg damesachtig uitzag, maar allerminst tuttig schreef: Mercè Rodoreda (1908-1983), de grand lady van de naoorlogse Catalaanse letteren. Zeg maar gerust van de Catalaanse letteren tout court. Haar werk, door niemand minder dan Gabriel García Márquez zeer bewonderd, behoort tot de wat minder bekende schatten van de Europese literatuur. Hoewel, minder bekend? Het is ondertussen in 29 talen vertaald, tot in het Hindi, Chinees en Vietnamees toe; in het Nederlands verschenen er eind jaren ta...

Barcelona baarde vele schrijvers - behalve de namaakauteur Carlos Ruiz Zafón ook de stukken authentiekere (en grappigere) Manuel Vázquez Montalbán, bijvoorbeeld. Maar ook diens verdiende reputatie haalt het niet bij die van een schrijfster die er op sommige van haar foto's misschien wel erg damesachtig uitzag, maar allerminst tuttig schreef: Mercè Rodoreda (1908-1983), de grand lady van de naoorlogse Catalaanse letteren. Zeg maar gerust van de Catalaanse letteren tout court. Haar werk, door niemand minder dan Gabriel García Márquez zeer bewonderd, behoort tot de wat minder bekende schatten van de Europese literatuur. Hoewel, minder bekend? Het is ondertussen in 29 talen vertaald, tot in het Hindi, Chinees en Vietnamees toe; in het Nederlands verschenen er eind jaren tachtig, begin jaren negentig vier titels van haar. Opmerkelijk genoeg zijn twee daarvan, de twee romans die haar wereldberoemd hebben gemaakt, zelfs opnieuw vertaald: de Burgeroorloggeschiedenis Colometa vorig jaar, en recent haar meesterwerk, het familie-epos Gebroken spiegel. In dat boek, in de kritiek treffend omschreven als 'een retabel van het burgerlijke Barcelona', tekent de schrijfster, binnen drie opeenvolgende generaties van een welgestelde familie, de voortgang van het leven in een voor haar stad belangrijke periode uit de geschiedenis: van 1870 tot de nadagen van de Burgeroorlog. De jonge Teresa Goday is de dochter van een visverkoopster op de markt. Haar leven begint niet bijzonder fortuinlijk: niet alleen wordt ze onder zeer bescheiden omstandigheden geboren, ze is nog maar net volwassen of ze is al moeder. Ongehuwd, wat in de negentiende eeuw een stuk minder eenvoudig lag. Het kind, een zoontje, is van een lantaarnopsteker die wél al getrouwd is. Maar dan lacht de fortuin haar toe: haar wegen kruisen die van de rijke oude heer Nicolau Rovira, die helemaal voor haar valt. Hij vraagt haar ten huwelijk. Teresa ziet de mogelijkheden ('hij kon haar slechts zijn fortuin aanbieden, hij was er zich maar al te goed van bewust dat hij oud was en dat geen jonge vrouw op hem verliefd zou worden') en geeft hem haar jawoord. Niet zo heel veel jaren later is ze een rijke weduwe. Haar tweede huwelijk, met de al even gefortuneerde diplomaat Salvador Valldaura, verplaatst haar leven naar de plek waar de rest ervan zich zal afspelen: een zeer ruime villa met park in de noordelijke, lommerrijke buitenwijk Sant Gervasi (overigens de wijk waar Rodoreda zelf geboren werd). Teresa en Salvador krijgen er een dochter, Sofia. Tegen het einde van het eerste deel van de roman - Rodoreda vertelt haar verhaal in kleine, filmische episodes en houdt de vaart erin - is ook Sofia onder de pannen. Meer nog, ze heeft dan de jongste van haar twee zoontjes Ramon en Jaume al moeten begraven. Is het jongetje verdronken of gewurgd? Het is de scherpste, maar niet de eerste dissonant die de ogenschijnlijke burgerlijke harmonie al is komen verstoren. Net voor ze zou gaan trouwen, sterft Sofia's vader. Ze neemt twee jaar rouw in acht, een tijd waarin haar aanstaande, Eladi, verliefd wordt op een zangeres en een onwettige dochter bij haar verwekt, Maria. Sofia zal het kind later adopteren. Gaandeweg beginnen, zoals dat in familiegeschiedenissen gaat, de dingen uit elkaar te vallen. De spiegel die Rodoreda ons hier voorhoudt heet niet voor niets gebroken. Overspelige relaties, verborgen kinderen, verboden liefde, zelfmoord, dood en uiteindelijk de ondergang, gesymboliseerd in de sloop van de eens zo weelderige villa: de schrijfster bespaart haar lezers niets. Dat ze dat allerminst op naturalistische wijze doet, maar integendeel met de stijlmiddelen van het modernisme (abrupt, onaangedaan, zonder gemoraliseer en ondanks alles levenslustig), maakt van deze roman een meesterwerk met een zeer eigen toon, die onverminderd blijft aanspreken. MERCÈ RODOREDA, GEBROKEN SPIEGEL, UIT HET CATALAANS VERTAALD DOOR ELLY BOVéE, J.M. MEULENHOFF, AMSTERDAM, 366 BLZ., 19,90 EURO. DOOR herman jacobs