De naweeën van elke veldslag uit die periode waren verschrikkelijk. Hoe het eraan toeging, weten we van de ooggetuigen. De slag bij Waterloo is bijvoorbeeld goed gedocumenteerd, met onder andere een schrikwekkende getuigenis van de Engelse artilleriekapitein Cavalié Mercer. Hij had het treffen ternauwernood overleefd en in de nacht na de slag geen oog dichtgedaan. Rond middernacht ging hij wandelen op de velden waar een paar uur eerder dood en vernieling hadden geheerst. Overal struikelde hij over lijken, en hier en daar kwam hij een sukkelaar tegen die nog rechtop zat en met zijn laatste krachten het leven in zich trachtte te houden, dat langs zijn wonden naar buiten stroomde. 'Soms trof ik iemand aan die plots oprees en dan weer neerplofte', aldus een onthutste Mercer. Majoor Harry Smith had veldslagen meegemaakt in Spanje en Amerika, maar toen hij op de ochtend van 19 juni 1815 te paard over het slagveld reed, stokte zijn adem. 'Nooit heb ik zoiets gezien. Het hele terrein was van links naar rechts waarlijk bezaaid met lijken', schreef hij in zijn dagboek. 'Op een plek rechts van La Haie Sainte lag letterlijk een berg Franse kurassiers opgestapeld. Er waren soldaten bij die niet eens gewond waren, maar geplet waren onder hun paarden. Anderen waren vreselijk toegetakeld. Soms spartelden hun gewonde paarden boven hen uit en vertrappelden hen. Het was een gezicht om ziek van te worden en ik had de middelen niet om iets voor hen te doen.' Het geluid was al even onverdraaglijk. Schoten van soldaten die gewonde paarden afmaakten, smeden die hoefijzers van de poten hakten, maar vooral de reutelende smeekbedes in het Frans, Duits, Engels en Nederlands van gewonde, lijdende mensen, die smeekten om hulp die niet kwam.
...