Alvast op één terrein toonde België zich in Nice een Europese grootmacht. Behalve de vertegenwoordigers van de vele vice-premiers reisden niet minder dan vijf woordvoerders in het regeringsgevolg naar de Côte d'Azur af. Eén opvallende afwezige: Noël Slangen.
...

Alvast op één terrein toonde België zich in Nice een Europese grootmacht. Behalve de vertegenwoordigers van de vele vice-premiers reisden niet minder dan vijf woordvoerders in het regeringsgevolg naar de Côte d'Azur af. Eén opvallende afwezige: Noël Slangen. Een Europese top, zeker als er over verdragswijzigingen wordt onderhandeld, is een immense mediaslag. Behalve Alain Gerlache van premier Guy Verhofstadt (VLD) waren ook de woordvoerders van Buitenlandse Zaken (kabinet en departement), het ministerie van Financiën en het staatssecretariaat voor Buitenlandse Zaken present. Daarbovenop kwam nog Luc Coene, kabinetschef van Verhofstadt, die herhaaldelijk werd ingezet om de Belgische versie van de feiten te geven. Zoveel volk is meestal een garantie voor een oorverdovende kakofonie. Niets van dat alles in Nice. Het gezelschap trad in gesloten slagorde op en hield de eerste dagen haast altijd de tanden op elkaar. Pas als Gerlache, die als orkestmeester optrad, een teken gaf, gingen de monden open. Voor Gerlache, die vorig jaar door Verhofstadt bij de RTBf-televisie werd weggeplukt en die zijn weg in het Europees labyrint nog zoekt, was dit een welgekomen repetitie voor het Belgische voorzitterschap. De voormalige journalist manifesteerde zich in Nice als een weinig spraakzame dirigent. Soms leek hij een staatsman, dan weer een vlijtige schoolmeester. Vanaf 1 juli 2001 krijgt België de leiding van de EU-operaties en de regering is nu al met de aftelling begonnen. Dat het informatiebeleid bijzondere aandacht krijgt, is evident. Tenslotte is Europa sinds het einde van de jaren tachtig het gereserveerd domein van de eerste ministers. In België ging dat niet zonder slag of stoot en Wilfried Martens (CVP) moest lang knokken vooraleer zijn partijgenoten Leo Tindemans en Mark Eyskens, de toenmalige ministers van Buitenlandse Zaken, het leadership van de premier aanvaardden. Jean-Luc Dehaene (CVP) had het vlugger voor elkaar en probeerde na een korte inrijperiode zijn dominante positie op de Europese topontmoetingen te verzilveren. Tijdens die vergaderingen trok zijn woordvoerster Moniek Delvou het informatiebeleid naar zich toe, waardoor het departement Buitenlandse Zaken en de diplomatie met een tweederangsrol vrede moesten nemen. Bij momenten had dat hilarische persbriefings tot gevolg. Omdat Delvou het Europese jargon en de Unie-dossiers nauwelijks beheerste - niemand nam haar dat overigens kwalijk - en ze niets durfde te vertellen waarvan ze niet met zekerheid wist dat het de premier niet kon verstoren, waren de briefings niet zelden inhoudsloze pareltjes. In maart 1999, op de top van Berlijn, kwam het tot de onvermijdelijke aanvaring tussen de Belgische media en de tandem Dehaene-Delvou. Sinds dat luidruchtig incident kreeg de permanente vertegenwoordiger, in casu ambassadeur Frans Van Daele, meer ruimte om tekst en uitleg te geven. Tijdens de eerste Europese toppen van de regering-Verhofstadt (Tampere, Helsinki, Lissabon en Feira) werd aan dat labiele evenwicht niet geraakt. In Biarritz en zeker in Nice kwam er een bijsturing. Het viel op dat de Wetstraat 16 de controle op de Belgische nieuwsstroom verstrakte. In tegenstelling tot vele andere premiers bleef Verhofstadt in de beste Dehaene-traditie dagenlang uit de buurt van de pers en moest Gerlache, al dan niet geflankeerd door de andere woordvoerders, de klus klaren. Toen het Franse voorzitterschap zaterdag zijn eerste synthesetekst voorlegde, moest er hard geargumenteerd worden vooraleer ambassadeur Van Daele het document kon toelichten. Op verzoek van hogerhand voegde Gerlache er wel aan toe dat er alleen technische vragen geformuleerd mochten worden. In een dossier waar zelfs de komma's en punten politiek geïnspireerd zijn, is dat geen sinecure, maar wel ridicuul. Om de nieuwshonger te stillen, daalde minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel voor een goed verhaal naar de perszaal af. Na drie dagen conclaaf onthulde hij dat de onzichtbare premier in grote doen was en strijdlustig. Het was niet gelogen. Toen Verhofstadt maandagochtend om 5 uur uitlegde waarom hij het akkoord slikte, was hij zo combattief dat hij na de persconferentie onmiddellijk de zaal uitliep. Zonder één interview aan radio of televisie. Zelfs zijn bonkige voorganger deed hem dat nooit voor.Paul Goossens