De siliconen van een onbekend sterretje spetteren je tegemoet op de juli-cover, en dat zegt genoeg. Het ging niet zo best met George, geesteskind van uitgever-hoofdredacteur John Kennedy. Het tijdschrift, vernoemd naar de aartsvader van de Amerikaanse natie, George Washington, had een oplage van 400.000 exemplaren. Niet gek voor een blad dat vooral aan politiek is gewijd.
...

De siliconen van een onbekend sterretje spetteren je tegemoet op de juli-cover, en dat zegt genoeg. Het ging niet zo best met George, geesteskind van uitgever-hoofdredacteur John Kennedy. Het tijdschrift, vernoemd naar de aartsvader van de Amerikaanse natie, George Washington, had een oplage van 400.000 exemplaren. Niet gek voor een blad dat vooral aan politiek is gewijd. Gevestigde Amerikaanse politieke tijdschriften zoals het partijdige National Review (Republikeins) blijven onder de 200.000 steken. De oplage en de advertentie-inkomsten waren kennelijk niet voldoende voor mede-uitgever Hachette Filipachi met wie Kennedy vorige week nog besprekingen voerde. George maakte na vier jaar geen winst en zou binnenkort misschien worden opgeheven. George moest een uniek tijdschrift zijn. Het wilde de politiek bezingen zoals Sports Illustrated de sport bezingt. De grenzen tussen politiek, verbeelding en media slechten. Doel was de politiek weer sexy te maken, de romantiek terug te brengen, net als, ja, in de tijd van JFK senior. Maar George kreeg nooit echt applaus in Washington, vooral omdat het onpartijdig probeerde te zijn. Kennedy, overtuigd Democraat en Clinton-aanhanger, huurde daartoe vooraanstaande Republikeinen in om voor George te schrijven. Ook de combinatie entertainment-politiek, die het glossy tijdschrift de lichte toets gaf, beviel niet iedereen. De Britse Amerika-kenner Charles Wheeler noemde het blad "een ongemakkelijke kruising tussen Cosmopolitan en The New Republic". George had zelfs een fotoroddelrubriek - We the people - waarin "spetter" Kennedy geregeld zelf middelpunt was, omringd door vrienden als CNN-ster Christiane Amanpour, haar verse echtgenoot James Rubin (woordvoerder van Madeleine Albright), de nog altijd jong lijkende Democraat George Stephanopoulos en de bijdehante postfeministische schrijfster Naomi Wolf. Op de cover werden leuke Hollywood-loopjes genomen met Washington. Op het omslag van het eerste nummer dat verscheen in het najaar van 1995, pronkte fotomodel Cindy Crawford, poserend als George Washington. Later verschenen onder meer actrice Demi Moore als Georges vrouw Martha, en model Claudia Schiffer gehuld in een rood-wit-blauwe vlag die het duo Clinton- Gore aanmoedigde op de cover. De laatste jaren werd George echter meer en meer Cosmopolitan, en steeds minder The New Republic. George was ook steeds meer een magazine voor Kennedy-fans; JFK jr. poseerde eens bijna naakt in het eigen blad. Hij maakte bij voorkeur interviews met politiek incorrecte Amerikanen zoals bokser Mike Tyson en de van moord vrijgesproken O.J. Simpson. Niet voor niets was de voornaamste ambitie van de politiek minst correcte Amerikaanse, Monica Lewinsky, "anything at George" - wat dan ook bij George. René van Rijckevorsel