Politiek is niet voor doetjes. Want politiek is bikkelen om de macht en macht is nooit mensvriendelijk. Er moet hard worden gewerkt, vele uren lang en op onregelmatige tijden, het is slecht voor de bloeddruk en het gezinsleven. Het milieu is ruw, de ondankbaarheid groot, het loon bescheiden. Het is een mannen-, ja een machowereld, zeggen vrouwen wel eens. De heren hebben hoe dan ook de lelijke gewoonte om niet om te kijken naar vrouw en kroost.
...

Politiek is niet voor doetjes. Want politiek is bikkelen om de macht en macht is nooit mensvriendelijk. Er moet hard worden gewerkt, vele uren lang en op onregelmatige tijden, het is slecht voor de bloeddruk en het gezinsleven. Het milieu is ruw, de ondankbaarheid groot, het loon bescheiden. Het is een mannen-, ja een machowereld, zeggen vrouwen wel eens. De heren hebben hoe dan ook de lelijke gewoonte om niet om te kijken naar vrouw en kroost. Toch vinden de meeste politici hun carrière pas geslaagd als ze minister worden. Al geven ze dat niet graag toe. Waarom niet? Bang om machtsgeil te lijken? De valse bescheidenheid ligt er te dik op om geloofwaardig te zijn. Of valt daar iets te verbergen? Kom, een beetje eerlijkheid, alstublieft. Minister zijn is tenslotte een zeer eervol beroep. Het hangt er maar van af wat men doet met de macht. Ook vrouwen willen het graag. Vaneigens. En terecht. Zoals de kersverse minister van Economie, de slimme en bijdehante Fientje Moerman. Maar wie haar tijdens de jongste regeringsvorming vroeg wat ze dacht over een eventueel ministerschap, kreeg te horen: ofwel word ik minister, ofwel word ik gelukkig. Dat was natuurlijk gejokt. Géén minister worden had haar pas ongelukkig gestemd - en terecht. Vrouwelijke politici beweren vaak dat zij de politiek van zijn domme machismo kunnen ontdoen. Heel goed. Die vrouwelijke stijl tempert de primitieve bruutheid van de macht. Dat bevordert de mensvriendelijkheid en vooral de kwaliteit van de politiek. Er is nu dus hoop, met zoveel vrouwen in de regering. Hoewel. Neem nu Patricia Ceysens, kersvers Vlaams minister. Zij besloot 'bewust' om niet na te denken toen haar werd gevraagd om minister te worden, zei ze vorige week in Humo. Bewust niet nadenken, hoe doe je dat? Dat is bewust bewusteloos zijn. En dat als het gaat om zoiets gewichtigs als minister worden. Maar minister Ceysens wil wel quality time met de kids, in de 'heilige momenten' van het ontbijt. Zou het? Die momenten, zo blijkt meteen, zijn toch niet zó heilig, want ze wil ze graag opgeven voor praatjes in een populair ochtendprogramma op de radio. Anissa Temsamani, kersvers staatssecretaris, meent het daarentegen oprecht. Bij haar staat de gsm 's ochtend gewoon af. Zo wordt ontbijten met de kinderen pas echt 'heilig'. Ach, Ceysens spreekt dan wel via de webcam met de kinderen. Al die uitvluchten. Ceysens illustreert dat de brandende ambitie zo hoog kan oplaaien dat ook vrouwen niet altijd anders en beter aan politiek doen, maar soms alleen de oude politieke cultuur bestendigen. Ze wilde zo dolgraag minister worden dat alles haar goed is, tot collaboreren met de macho's toe. Om haar kennelijke schuldgevoel te maskeren, sleurt ze iedereen in die waanzin mee. De 'actieve welvaartsstaat' komt haar dus van pas om ons te voorspellen dat ook wij 'hard zullen moeten blijven werken'. En: 'na halfacht alleen nog naar televisie kijken, dat zal niet meer kunnen.' Caramba, een tv-verbod, bij decreet van de Vlaamse regering! Beseft Ceysens wel wat ze zegt? Al dat gekwek. Achter Ceysens' geveinsde gezinsvriendelijkheid schuilt alleen de wens om met de macho's te mogen meespelen. Andere vrouwen werden minister van quasi-niets, zoals Freya Van den Bossche, die zich in het ministerschap alleen als stemmenkanon moet profileren. En die arme Fientje Moerman mocht meteen de vuile commissies doen: onwettig belastingen verhogen. Ondertussen blijven de heren de baas en doen ze aan politiek zoals altijd. Ze zullen eens goed gelachen hebben, de macho's. Marc Reynebeau