'De Knack-cover die mij het dierbaarst is, verscheen na de dood van mijn broer Sus in 1997', zegt Misjoe Verleyen. 'Zodra bekend werd dat de hoofdredacteur van Knack was overleden, stonden alle telefoons op de redactie roodgloeiend. De hele tijd belden lezers die zwaar aangedaan waren en hun deelneming wilden betuigen. Het was alsof ze Sus als een lid van hun eigen familie beschouwden. Heel pakkend.'
...

'De Knack-cover die mij het dierbaarst is, verscheen na de dood van mijn broer Sus in 1997', zegt Misjoe Verleyen. 'Zodra bekend werd dat de hoofdredacteur van Knack was overleden, stonden alle telefoons op de redactie roodgloeiend. De hele tijd belden lezers die zwaar aangedaan waren en hun deelneming wilden betuigen. Het was alsof ze Sus als een lid van hun eigen familie beschouwden. Heel pakkend.' Is het ook door uw broer dat u destijds bij Knack bent terechtgekomen? Misjoe Verleyen: Eerder door een vergetelheid van mijn broer. (lacht) In 1979, het Jaar van het Kind, had hij met Roularta-baas Rik De Nolf afgesproken om tijdens de zomermaanden een kinderkrant te maken, maar dat was hij uit het oog verloren. Op de valreep vroeg hij onze vader, die jeugdboekenschrijver was, om zich over die kranten te ontfermen. Toen dat geen succes bleek, heb ik het overgenomen. Hoewel ik in die tijd lesgaf, heb ik de kinderkrant en de opvolger ervan nog een paar jaar gemaakt en begon ik gaandeweg ook meer artikels te vertalen. Vandaar dat ze in mijn richting keken toen er in 1983 een vacature vrijkwam op de buitenlandredactie. Het gevolg was dat ik moest kiezen tussen het onderwijs en de journalistiek, en ik ben nog altijd blij dat ik de sprong heb gewaagd. Daarna heb ik bij Knack 25 jaar lang over de meest uiteenlopende onderwerpen geschreven, van buitenlands nieuws tot onderwijs. Was u niet een van de eerste vrouwen op de redactie? Verleyen: Klopt. Er was me nog maar één vrouw voorgegaan. Dat was op andere redacties trouwens niet anders. Waren er al vrouwelijke journalisten, dan mochten ze hoogstens schrijven over zogenaamde zachte onderwerpen, zoals opvoeding. Dat ik op de buitenlandredactie werkte, was dus best opvallend. Al deed ik aanvankelijk vooral deskwerk: als er een buitenlandse reportage moest worden gemaakt, dan deed een van de mannen dat. Ik herinner me ook nog dat ik als enige vrouw aanwezig was op een persconferentie van toenmalig premier Mark Eyskens (CD&V). Toen hij me zag, zei hij: 'Mevrouw, deze conferentie is alleen voor journalisten.' (lacht)Wat is de mooiste herinnering die u aan uw jaren bij Knack overhoudt? Verleyen: Dat de redactie weerstand bood tegen alle mogelijke inmenging van buitenaf. Knack was van óns. Dat bleek onder meer toen oud-premier Paul Vanden Boeynants (PSC), die door fraudezaken in opspraak was gekomen, de hele tijd rechten van antwoord eiste in een poging de redactie lam te leggen. Na een poos besliste Sus om die epistels niet meer te publiceren. 'Ik ga nog liever de gevangenis in', zei hij. Ook in 1985, toen de regering had beslist dat er in de weken voor de verkiezingen geen opiniepeilingen meer mochten verschijnen, hebben we ons daartegen verzet. In het grootste geheim lieten we een peiling uitvoeren en toen die werd gepubliceerd, stond er in grote letters een artikel uit de grondwet op de cover: 'De drukpers is vrij.' Welk advies zou u de redactie nog willen meegeven? Verleyen: Simpel: content, content, content. Het is niet de taak van een journalist om een medespeler te zijn in de politiek of vriendschap te sluiten met politici, maar wel om de grote massa aan informatie zo objectief, helder en correct mogelijk te vertalen zodat iedereen het kan begrijpen. 'Mijn bomma die in bad zit, moet het verstaan', zeiden wij vroeger. Vandaag, nu mensen met nog veel meer informatie worden overspoeld dan in mijn tijd, is dat belangrijker dan ooit. Het is zoals Sus altijd zei: in wezen is een journalist een schoolmeester zonder krijtje.