De Belgian Olympic Academy (BOA) werd voor het eerst georganiseerd in 1982, in navolging van de Internationale Olympische Academie (IOA), die de professoren John Ketseas en Carl Diem in 1962 in het Griekse Olympia boven de doopvont hielden. Doel was en is nog steeds educatieve sessies houden ter ondersteuning van het Olympisch Ideaal, zoals ooit door Pierre de Coubertin voorgeschreven. Dit jaar en in 2003 wordt nu al voor de vijfde keer een 'Olympische Academie' georganiseerd. De vorming is in de woorden van voorzitter Jacques Rogge van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) geëvolueerd naar 'een evenwicht tussen sportspecifieke managementtechnieken, de manageriale vaardigheden en de olympische waarden'.
...

De Belgian Olympic Academy (BOA) werd voor het eerst georganiseerd in 1982, in navolging van de Internationale Olympische Academie (IOA), die de professoren John Ketseas en Carl Diem in 1962 in het Griekse Olympia boven de doopvont hielden. Doel was en is nog steeds educatieve sessies houden ter ondersteuning van het Olympisch Ideaal, zoals ooit door Pierre de Coubertin voorgeschreven. Dit jaar en in 2003 wordt nu al voor de vijfde keer een 'Olympische Academie' georganiseerd. De vorming is in de woorden van voorzitter Jacques Rogge van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) geëvolueerd naar 'een evenwicht tussen sportspecifieke managementtechnieken, de manageriale vaardigheden en de olympische waarden'. Intussen organiseren al een honderdtal IOC-leden Olympische Academies. De Belgische is met die van Singapore, Canada en de VS een van de weinige die zich niet zozeer richt op de Olympische Gedachte, het grote ideaal van de sport, als wel op het management. De meeste landen, de Scandinavische voorop, vrezen bij die benadering dat de vrijwilliger zal wegblijven, maar Marc Maes, directeur van het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC), benadrukt het belang van de opleiding van sportmanagers en noemt de academici 'olympische ambassadeurs'. Maes: 'Door doping, het grote geld en de steeds grotere mediatisering dreigt de sport af te glijden tot een spektakel waarin de basiswaarden van de sport niet meer te herkennen zijn. Vroeger was de ideale driehoek: sport-televisie-geld. Nu dreigt dat de driehoek van Bermuda te worden: de regels van de sport worden aangepast aan de wetten van de televisie en het geld. Op de Spelen in Atlanta kon maar moeizaam worden vermeden dat de marathon ter wille van televisiezender NBC op de middag, bij 39° Celsius en 90 % vochtigheid, zou worden gelopen. Dat de televisie een groter tafeltennisballetje wil, kan ik nog begrijpen, maar dat bij het beachvolleybal de outfit van de vrouwen minimaal moet zijn, dat volg ik niet meer. Om daarop te anticiperen, moet je al de belangen van media, marketing en business rond de topsport kennen.' De opleiding van drie weken wordt één week volledig ingevuld door de gereputeerde Solvay Business School en de Vlerick Management School. Veel aandacht gaat naar 'softmanagementtechnieken': teambuilding, emotionele intelligentie, stressbestendigheid... Bovendien zijn er ook zogenaamde uitdiepingssessies in de sponsorbedrijven van het BOIC. Pas nadat men een eindwerk heeft gemaakt en een mondelinge en schriftelijke proef heeft afgelegd, mag men zich academicus noemen. Met de Olympische Academie lijkt het BOIC een aanvulling te bieden op de optie sportmanagement van de universiteiten in Leuven, Gent en Antwerpen. De BOA telt inmiddels een tachtigtal academici, van wie de grote meerderheid een functie heeft in een van de olympische federaties. De Olympische Academie is trouwens ook in eerste instantie opgericht als service voor de federaties. De kandidaten moeten worden voorgedragen door een Belgisch of landelijk georganiseerde sportfederatie of door de sportadministraties en het BOIC. Het BOIC draagt dan ook 75 procent van de kosten, zo'n 140.000 euro, de rest wordt gedragen door de veertig deelnemers, die elk 1250 euro betalen. Mag iemand als Marleen Renders, die als topatlete laatst haar subsidies van BOIC en VAL weer zag inkrimpen, zich de bedenking maken: weer geld voor de bobo's, niet voor de atleten? Maes pareert: 'Er zijn natuurlijk nog wel een aantal anachronismen, maar Eddy De Smedt is als directeur van het departement Topsport toch al een tijdje bezig met iedereen die in Vlaanderen rond topsport werkt samen te brengen op één forum. We staan nog niet waar we moeten staan, maar zijn wel op goede weg.' Op de indrukwekkende sprekerslijst (van Jacques Rogge en Karel Van Miert tot Dominique Van Roost) staan veel academici, maar nog meer mensen uit het veld. Maes: 'Hun ervaringen zijn heel verrijkend. We kunnen de cursisten niet alle wetenschap meegeven, we kunnen ze wel aangeven waar ze die kunnen vinden. De opleiding stopt ook niet op 8 november 2003, er volgen daarna nog infosessies, seminaries... Er worden op zo'n academie trouwens over de grenzen van de sport heen naast professionele ook vriendschapsbanden gesmeed.' En een Belg op de hoogste sport van het IOC kan maar inspirerend werken. Maes: 'Vooral omdat Jacques Rogge beseft dat sport een ingewikkelde materie wordt die een ernstige benadering verdient. Daarom hebben we met het BOA de taak sleutelfiguren proberen te doordringen van het olympische gedachtegoed. Door de Belgian Olympic Academy flakkert de olympische vlam weer op, ja.'Frank Buyse