De commotie rond de dood van de giraf Marius in een Deense dierentuin had iets hypocriets, zeker in het licht van de vaststelling dat een recente wereldwijde actie tegen 'canned hunting' bijna geen respons kreeg. Canned hunting is vrij te vertalen als 'ingeblikt jagen': een extreme vorm van trofeejacht, waarbij vooral gekweekte leeuwen in een omheinde omgeving worden losgelaten om voor veel geld doodgeschoten te worden door volk dat meent zich op deze manier als held te kunnen profileren.
...

De commotie rond de dood van de giraf Marius in een Deense dierentuin had iets hypocriets, zeker in het licht van de vaststelling dat een recente wereldwijde actie tegen 'canned hunting' bijna geen respons kreeg. Canned hunting is vrij te vertalen als 'ingeblikt jagen': een extreme vorm van trofeejacht, waarbij vooral gekweekte leeuwen in een omheinde omgeving worden losgelaten om voor veel geld doodgeschoten te worden door volk dat meent zich op deze manier als held te kunnen profileren. Dierentuinen leveren inspanningen om de populaties van hun dieren zo gezond mogelijk te houden, wat noodzakelijk is omdat er geen aanvoer uit het wild meer gebeurt en de dieren losgekoppeld zijn van natuurlijke ecosystemen. De dood van Marius moet in die context gezien worden. Trofeejacht is moeilijk te begrijpen voor mensen die geen meerwaarde zien in het omleggen van olifanten of neushoorns voor persoonlijk plezier. Begin dit jaar was er lichte commotie rond het feit dat een jager van de Amerikaanse Dallas Safari Club meer dan 300.000 euro had geboden om een oude neushoorn in de buurt van het Namibische Etosha Nationaal Park te mogen doodschieten. Het dier had volgens natuurbeschermers geen 'waarde' meer, en zou op die manier geld opbrengen dat in de bescherming van het park kon worden gepompt. Er werd fijntjes op gewezen dat er veel grotere inspanningen nodig zijn om een vergelijkbaar bedrag uit ecotoerisme te halen. Canned hunting is evenwel van een ander niveau, want daar is geen enkel conservatievoordeel aan gekoppeld. In Zuid-Afrika zijn er meer dan 150 fokkerijen die leeuwen kweken. De dieren worden na twee jaar verkocht om te worden doodgeschoten in een afgesloten gebied. Er zouden elk jaar zo'n zesduizend dieren voor deze praktijk gekweekt worden. Het spreekt voor zich dat de beesten geen kans hebben, ze kunnen niet ontsnappen aan de personen die het recht kochten ze dood te schieten. De heldhaftige schutters krijgen de leeuwenkop mee, die ze thuis tegen de muur kunnen hangen als bewijs van hun prestatie. De gemiddelde prijs voor zo'n leeuw kan oplopen tot 25.000 euro - kosten van de reis niet inbegrepen. Ondertussen groeit de markt voor leeuwenbeenderen als surrogaat voor de steeds zeldzamer (en duurder) wordende tijgerbeenderen voor de Aziatische 'traditionele geneeskunde'. De markt zit dus in de lift, maar ook het verzet tegen de praktijk groeit. Helaas willen de Zuid-Afrikaanse autoriteiten canned hunting niet verbieden. De business zou te lucratief zijn - en dus zit er ook een stevige lobby achter. DOOR DIRK DRAULANSDe heldhaftige schutters krijgen de leeuwenkop mee, als bewijs van hun prestatie.