Mijnheer Van Rompuy, het ABVV houdt een 24-urige staking om druk te zetten op een regering waarin socialisten zitten. Het ACV staakt niet, hoewel de christen-democraten tot de federale oppositie behoren.

HERMAN VAN ROMPUY: Het ACV komt uit de christelijk-sociale cultuur, waar staken altijd is beschouwd als het allerlaatste middel. De christelijk-sociale leer is die van het overleg, het samenwerken van verschillende sociale groepen, en niet die van de klassenstrijd. De kleur van de regering is daarbij niet doorslaggevend.
...

HERMAN VAN ROMPUY: Het ACV komt uit de christelijk-sociale cultuur, waar staken altijd is beschouwd als het allerlaatste middel. De christelijk-sociale leer is die van het overleg, het samenwerken van verschillende sociale groepen, en niet die van de klassenstrijd. De kleur van de regering is daarbij niet doorslaggevend. Het ABVV verzeilt stilaan in de situatie waarin eind jaren zeventig de Britse Trade Unions zijn terechtgekomen. De ideologie die de vakbond nog aankleeft, is in de politiek al voorbijgestreefd. Socialistische partijen als de SP.A voeren, door de druk van de feiten en geplaatst voor hun verantwoordelijkheid, een beleid dat soms fel afwijkt van wat ze in het verleden hebben verdedigd. Als je deel uitmaakt van de regering, kun je door financiële en economische omstandigheden vaak niet anders dan saneren, matigen, herstructureren of privatiseren. De werkelijkheid is daar sterker dan de ideologie. De vakbond voelt die druk van de feiten niet, omdat hij die regeringsverantwoordelijkheid níet heeft. De socialistische partijen schuiven op naar het centrum, de socialistische vakbonden blijven alleen op de linkse vleugel achter. De SP.A heeft die omschakeling al gemaakt tijdens de regeringen-Dehaene. De machtsverhoudingen lagen toen ook anders dan nu. De CVP was de grootste partij, en Jean-Luc Dehaene zonder discussie de sterkste politicus. Ook omdat hij de socialisten in 1988 vanuit de oppositie naar de meerderheid had gebracht. De balance of power speelde in het voordeel van de christen-democraten, de rest was verplicht om te volgen. Nu is dat niet meer zo, omdat de PS even sterk is als de VLD. VAN ROMPUY: Ik vrees van niet. Zowel de paarse regeringscoalitie als de brede syndicale beweging ziet wel in welke moeilijkheden de vergrijzing met zich zal brengen, maar de grote fout is dat ze hun kiezers of leden daar niet op hebben voorbereid. De strategie van Paars is altijd geweest: 'Er is geen probleem. En zo er een zou ontstaan, ligt de oplossing om de hoek.' Het is pas veertien dagen geleden dat premier Guy Verhofstadt (VLD) ineens zei: 'De welvaartsstaat staat op springen.' Dat staat haaks op het verhaal dat hij al zes jaar volhoudt. Ook het ABVV blijft de feiten ontkennen, en zelfs de chef van de ACV-studiedienst publiceert een boek waarin hij zegt dat er geen probleem van vergrijzing ís. Dan kun je bij onderhandelingen natuurlijk niet akkoord gaan met drastische ingrepen. De vakbonden hebben het moeilijk met hogere leeftijden voor pensioen en brugpensioen, omdat we op dit moment nog altijd een grote werkloosheid kennen. Tegelijkertijd moeten ze hun mensen vertellen dat we over een jaar of tien met een tekort aan werkkrachten geconfronteerd zullen worden, en dat we daarvoor nu al moeten snijden. Dat is een contradictorische en dus moeilijke boodschap. VAN ROMPUY: Dat zijn middelen die al in de schatkist zaten, en die men dus elders zal tekortkomen. Eigenlijk zit men te wachten op een veel sterkere verlaging van de sociale lasten, maar dan moet er een alternatieve financiering van de sociale zekerheid worden uitgedacht. Dat vergt meer inkomsten of meer besparingen, en over geen van beide heerst eensgezindheid. Dus komt men niet verder dan wat cosmetica. De oplossingen die men nu uitwerkt, staan niet in verhouding tot de ernst van het probleem. De brede hervorming van de pensioensector zal er niet komen. Er worden enkele excessieve vormen van vervroegde uittreding weggewerkt, en de leeftijd voor brugpensioen gaat licht omhoog, maar niet voor iedereen en dan nog gespreid in de tijd. Er is veel meer nodig. VAN ROMPUY: Verhofstadt heeft twee keer 'geluk' gehad, als je die term wilt gebruiken. Om te beginnen zal de PS het wel uit haar hoofd halen om onder dit gesternte een regeringscrisis uit te lokken. En bovendien komt die meevaller net op het moment dat het ABVV staakt. De regering zal dus verder doen, en zo kan Verhofstadt zich bij zijn kiezers en in de bedrijfswereld profileren als 'de premier die het hoofd heeft geboden aan een harde vakbonds-actie'. Het ABVV doet de premier ongewild een cadeau. De feiten in Charleroi zijn laakbaar, maar hoeven voor een partij niet dramatisch te zijn. Alleen doet het in het zuiden van het land het hele Agusta- en Dassaultsyndroom weer opleven. Elio Di Rupo was erin geslaagd het beeld van een corrupte partij om te buigen, en nu blijkt, althans in de brede perceptie, dat de stal níet is uitgemest. Ik denk dat we in Vlaanderen ondertussen sterkere controlemechanismen hebben uitgebouwd. Sociale huisvestingsmaatschappijen bijvoorbeeld, werken bij ons al enkele jaren met officiële wachtlijsten, volgens datum van inschrijving. Alleen met de toelating van een regeringscommissaris mag men in uitzonderlijke gevallen van die volgorde afwijken. Ook inzake vergoedingen in intercommunales hebben wij gesaneerd, vaak tot ongenoegen van plaatselijke mandatarissen. Dat zijn structurele ingrepen die men in Wallonië veel minder heeft toegepast. VAN ROMPUY: De cumul van Di Rupo is meer een teken van onmacht dan van macht. Hij is willens nillens minister-president geworden, omdat niemand anders die post op een geloofwaardige manier kón invullen. Dan is het toch ver gekomen, met een partij. Wat Michel Jadot zegt, is niets nieuws. Het land wordt al vele decennia door een heel kleine groep bestuurd: de premiers, de vice-premiers, en een paar partijvoorzitters. Als die het niet met elkaar kunnen vinden, sta je voor een explosieve toestand. Ons politiek systeem is broos, en er moet een delicaat evenwicht worden gezocht tussen Vlaanderen en Wallonië, tussen links en rechts, soms tussen katholieken en vrijzinnigen. Dat kun je alleen met een beperkt aantal mensen rond de tafel, en als nadien niemand raakt aan het gesloten akkoord. Voor parlementen is dat bijzonder frustrerend. Een parlementslid van de meerderheid mag in geen geval de porseleinen constructie doen barsten, tenzij hij de regering wil doen vallen. En naar een parlementslid van de oppositie wordt niet eens meer geluisterd, zelfs niet naar technische amendementen. Op die manier zorgt de machtsconcentratie voor een uitholling van de democratische instellingen. Maar dat is al vele jaren aan de gang. VAN ROMPUY: Er lijkt plots een nieuw patriottisme te zijn ontstaan. Verheven principes over nationale solidariteit worden kwistig rondgestrooid, maar de oorsprong van dit verhaal is minder verheven. De Raad van Europa diende om de VLD te verlossen van 'de hypotheek-Dedecker'. Jean-Marie Dedecker is een loslopend atoom, populair bij een groot deel van de VLD-achterban en altijd bereid keet te schoppen. Dan zijn er twee mogelijkheden: ofwel gooit men hem buiten, zoals Karel De Gucht heeft voorgesteld, ofwel geeft men hem een post die hij zo lang mogelijk wil houden. Zoals een ministerspost, maar dan moet iemand anders plaats ruimen. Vermits Verwilghen zelf weg wou, was dat het ideale scenario. Ik vind dat geen hoogstaande motivatie voor een mensenrechtencommissaris. En mocht die functie Verwilghen nu op het lijf geschreven zijn, zou je nog zeggen. Maar dat was niet het geval. De buitenlandse delegaties hebben die machinatie goed doorzien, de schuld op Van den Brande steken is minnetjes. In elk geval blijft de VLD met de hypotheek-Dedecker zitten. VAN ROMPUY: De logica van vandaag zegt dat men moet wachten met nieuwe toetredingsgesprekken, met wie dan ook. Volgens alle specialisten was er een Europese grondwet nodig om de uitgebreide EU bestuurbaar te maken. Die grondwet ís er niet, stop dan met uitbreiden en met de Unie nog méér onbestuurbaar te maken. Ik vrees dat hoe meer Turkije we hebben, hoe minder Europa. Bovendien is bij de referenda over de Europese grondwet in Frankrijk en Nederland gebleken dat de mogelijke toetreding van Turkije voor veel kiezers een reden was om 'neen' te stemmen. Opinieonderzoek bevestigt die onderstroom. Ook de regeringen van op zijn minst twee grote lidstaten als Frankrijk en Duitsland zijn niet echt voor toetreding. Als je dat alles koppig blijft negeren, organiseer je je eigen mislukking. En Europa zít al in een diepe crisis, na het mislukken van de grondwet en de meerjarenbegroting. Sommigen wijzen met een beschuldigende vinger naar de Commissie-Barosso, die in dit debat afwezig is gebleven, maar dat is te gemakkelijk. De grote problemen van de EU worden veroorzaakt door de lidstaten, niet door de Commissie. VAN ROMPUY: Ze heeft om politieke redenen haar standpunt moeten aanpassen, en door de laattijdigheid ervan is dat extra in de verf gezet. Een triestig verhaal, want het schaadt het vertrouwen in internationale rechtsinstanties, en in de onpartijdigheid van het gerecht. Koen MeulenaereHerman Van Rompuy: 'Hoe meer Turkije we hebben, hoe minder Europa.'