Wie macht bezit, laat dat graag zien. Machthebbers nemen een pose aan, zoeken een enscenering, omringen zich met attributen en rekwisieten. De macht veruiterlijkt zich met vaste, herkenbare symbolen en rituelen. Het lijkt een soort theater, maar het dient zeker niet de schoonheid of het amusement. Wanneer iets abstracts als de macht zich transformeert tot een beeld, wil het daarmee bij het publiek erkenning, respect en ontzag afdwingen - en bijgevolg ook bevestiging, legitimatie en bestendiging.
...

Wie macht bezit, laat dat graag zien. Machthebbers nemen een pose aan, zoeken een enscenering, omringen zich met attributen en rekwisieten. De macht veruiterlijkt zich met vaste, herkenbare symbolen en rituelen. Het lijkt een soort theater, maar het dient zeker niet de schoonheid of het amusement. Wanneer iets abstracts als de macht zich transformeert tot een beeld, wil het daarmee bij het publiek erkenning, respect en ontzag afdwingen - en bijgevolg ook bevestiging, legitimatie en bestendiging. Zeker in de twintigste eeuw, de tijd waarin het beeld triomfeert, maakt de macht gebruik van het beeld en wil ze, letterlijk, tot de verbeelding spreken. In deze eeuw ontsnapt niets nog aan het alziende oog van de camera, eerst die van de fotografie, vervolgens die van de film en de televisie. En iedereen kijkt ook mee, want deze eeuw is ook de tijd van de massa, van de democratie en van de massamedia. Het beeld dringt overal door, wordt indiscreet, respecteert op de duur nauwelijks nog de privacy. Bovendien worden de rollen omgekeerd. Niet wat gebeurt is van tel. Van belang is alleen wat door de camera is geregistreerd en, vooral, wat door de massa is gezien. Ook de macht past zich aan de nieuwe media aan. Altijd al heeft zij zich getoond zoals zij wil worden gezien, en dat is in de twintigste eeuw niet anders. Het publieke ritueel behoudt daardoor zijn belang. Sterker nog, het moet worden georganiseerd als een hapklare brok voor de media. Het beeld ontmaskert ook. Koningen, presidenten of ministers blijken maar 'gewone' mensen te zijn. Ook daarom is het ceremonieel van de macht er niet minder belangrijk op geworden. Voor dat ritueel bestaat een voorbeeld: het beeld van het staatsmanschap zoals het is gegroeid in de nationale staten, die in de negentiende eeuw vorm hebben gekregen. Niet dat machthebbers zich tevoren niet met rituelen en symbolen hebben omringd, integendeel, maar in de vorige eeuw kregen ze een uitzicht dat tot vandaag doorwerkt. In de twintigste eeuw worden de clichés daarvan overgenomen en doorgezet. En al zijn ze in hun verschijningsvorm 'moderner', de basisstructuur van het publieke vertoon verandert er niet op. Dat blijkt uit de Knack-tentoonstelling Beelden van de macht in de 20ste eeuw in het Gentse Museum voor Schone Kunsten (zie kader). Deze collectie persfoto's uit binnen- en buitenland wordt getoond in de marge van de tentoonstelling Mise-en-scène, die is opgebouwd volgens een structuur van twaalf thema's, die evenveel verschijningsvormen van de macht in de negentiende-eeuwse historieschilderkunst beschrijven. Beelden van de macht volgt deze structuur om de beeldvorming van de macht in de twintigste eeuw te illustreren. Daarmee komt niet alleen aan het licht hoezeer de negentiende-eeuwse stereotiepen zijn blijven doorwerken, tegelijk blijkt dat deze sjablonen een universeel karakter hebben gekregen, hoezeer ze geografisch of in de tijd ook kunnen variëren. Deze bladzijden tonen, bij wijze van voorproef van de tentoonstelling Beelden van de macht, het theater van de macht in de België. Marc Reynebeau