De mensen nemen geen risico's meer. Ze klampen zich vast aan het leven. Martelaars zijn uitgestorven. De strijd tegen de dood prevaleert : het leven is heilig. Toch blijven er idealisten.
...

De mensen nemen geen risico's meer. Ze klampen zich vast aan het leven. Martelaars zijn uitgestorven. De strijd tegen de dood prevaleert : het leven is heilig. Toch blijven er idealisten.De tijd dat de mensen zich massaal lieten mobiliseren om te sterven voor God of vaderland is voorbij. Risicovolle ondernemingen in het wilde weg, zoals de kruistochten, zou niemand bij ons nog kunnen organiseren. Er wordt integendeel oeverloos gedebatteerd over de noodzaak om een beperkte troepenmacht uit te zenden in het kader van een humanitaire missie. In de Eerste Wereldoorlog lieten zestig miljoen soldaten zich zonder morren als kanonnenvlees in de loopgraven jagen. Acht miljoen van hen sneuvelden. Nu staat een land op zijn kop als tien blauwgehelmde para's in den vreemde aan hun einde komen. Een soldaat mag niet meer sterven. Deze ontwikkelingen zijn uiteraard een spiegel van wat er zich in de rest van de maatschappij afspeelt. De mensen nemen geen risico's meer. De overheid put zich uit in het verzinnen van maatregelen om iedereen zoveel mogelijk tegen zelfs het kleinste euvel te beschermen. De burger aanvaardt doorgaans klakkeloos de batterij van regels en reglementen die dat oplevert. Als het met hem toch misloopt, kan hij terugvallen op een geneeskunde die uitmunt in het rekken van een leven. De dood is taboe geworden. Wij vinden onszelf zo belangrijk dat we er absoluut bij willen blijven. Het ideaal uit de biologie van de individuele strijd voor de overleving heeft zich comfortabel in de maatschappij genesteld. Het ligt gekoppeld aan de cultus van de onveiligheid, die extreem-rechtse partijen geen windeieren legt. Over deze evoluties voerden we gesprekken met kardinaal Godfried Danneels, professor Herman Van den Berghe van de Universitaire Ziekenhuizen van de KU Leuven, en kolonel Freddy Van de Weghe, chef van de brigade paracommando van het Belgisch leger. Van de Weghe was als blauwhelm actief in Somalië, waar hij het commando voerde over het tweede Belgische detachement, en in Kroatië, waar hij als brigadegeneraal de troepenmacht van de blauwhelmen in het door de Serviërs bezette Oost-Slavonië leidde. Hij weet dus wat risico's zijn. Van den Berghe is hoofd van het Centrum voor Menselijke Erfelijkheid (CME) van de KU Leuven, waardoor hij geconfronteerd wordt met de moeilijke evaluatie van genetische risico's : de kans op het krijgen van een erfelijk bepaalde ziekte. EEN MENS IS GEEN DOSSIERHet was aanvankelijk de bedoeling om ook een magistraat van enige renommee in het debat te betrekken. Na een procedureslag van drie maanden gaven we het op : geen enkele van de gecontacteerde magistraten bleek bereid of kreeg de toelating om mee te werken. Het is gemakkelijker de hoogste kerkelijke of militaire instanties te benaderen dan de justitiële : de kloof tussen gerecht en burger bestaat. ?Grote instituties scleroseren altijd,? zei kardinaal Danneels daarover. ?Ze moeten af en toe hervormd worden. De mensen leerden uit de gerechtelijke fouten die nu naar boven komen, dat ze voor het gerecht dossiers met een nummer waren geworden. Dat kan natuurlijk niet. Een mens is geen dossier. Ik weet uit eigen ervaring dat iemand in een gerechtshof letterlijk verloren kan lopen. Daar schort dus wat. Instituties kunnen nooit vervangen worden door, bijvoorbeeld, verenigingen zonder winstoogmerk. Maar ze moeten wel geregeld worden bijgestuurd. Dat geldt uiteraard ook voor de Kerk. Wij moeten de kracht vinden om de Kerk geregeld te herdenken.? De kardinaal ziet drie voorname redenen waarom de mensen zich vandaag zo sterk aan het leven vastklampen en zich niet meer voor een hoger ideaal willen opofferen : ?De mensen hebben al zoveel ideologieën zien voorbijtrekken, dat ze ervan overtuigd zijn geraakt dat de waarheid relatief is. In afwezigheid van een absoluut ideaal, zijn ze niet meer bereid het belangrijkste wat ze hebben, hun leven, prijs te geven. Geen zaak is zo zeker, dat ze er hun laatste eigen zekerheid voor willen in de waagschaal leggen. Ideologieën worden niet langer beschouwd als de waarheid, maar als een waarheid. Dat uit zich ook in de afkoeling van het idealisme van politici, over wie recent zoveel te doen is. In het oude Griekse ideaal van de stadspolitiek het woord politiek stamt van het Griekse polis voor stad deden mensen met eigen middelen aan politiek voor de hele stad. Een tweede belangrijke reden is dat de mensen heel egoïstisch zijn geworden. De maatschappij is geatomiseerd : zo sterk uit elkaar gevallen dat bijna elke mens zijn eigen keizerrijkje heeft, waarrond hij schuttingen optrekt. Hij is niet noodzakelijk tegen de anderen, maar denkt wel in eerste instantie aan zichzelf. Hij ziet niet in waarom hij zich in vraag zou stellen ten gunste van de anderen. Dat ik is tijdens de renaissance ontwaakt. Daarvoor was het wij zoals het volk uit de bijbel veel belangrijker. Het ontwaken van het ik was gezond, maar het is buiten proportie geëvolueerd. De mens van nu blaast zijn ik op, omdat hij zich wil verdedigen in een samenleving die onoverzichtelijk is geworden. Hij vraagt zich af wie er nog voor hem zal zorgen, als hij dat zelf niet meer zal kunnen. Hij loopt verloren in een samenleving, waarvan het sociale weefsel uiteengerukt is. Daarom bieden mensen dikwijls geen bijstand meer aan medemensen in nood, zoals bij een ongeval of een overval. Ze denken niet alleen aan hun lijfsbehoud ; ze zijn ook bang verstrikt te raken in eindeloze juridische en andere procedures, in het kluwen van onze complexe samenleving. Vroeger werd iemand die bij het oogsten onder een kar terechtkwam, onmiddellijk geholpen. Maar de relaties van nu zijn niet langer zo gepersonaliseerd. Ze zijn neutraler en veel zakelijker. De mensen durven zich niet meer vanzelf te engageren. Een derde reden voor het groeiende belang van het leven is uiteraard de teloorgang van het geloof in het voortbestaan na de dood. Als iemand zijn leven geeft, en er is niks meer na de dood, is hij zichzelf kwijt. De mensen vragen zich af of een offer wel vruchtbaar is, en niet louter symbolisch. Symbolen zijn voor vele mensen belangrijk, maar niet als ze ten koste van het leven gaan. Vele mensen leggen nu alle nadruk op dít leven, en proberen daaruit te halen wat eruit te halen valt.? WAARDIG STERVEN IS ZELDZAAMHoogleraar Van den Berghe weet uit ervaring met patiënten dat de meeste mensen moeizaam sterven : ?Waardig sterven, is zeldzaam. Zelfs mensen die papieren tekenden waarmee ze het recht op waardig sterven eisten, klampen zich in het zicht van de dood aan het leven vast. Vele kankerpatiënten weten op een bepaald ogenblik dat ze niet meer terug kunnen, dat de dood onherroepelijk is. Maar ze aanvaarden zelden dat ze zullen sterven. Dat kan te maken hebben met het verdwijnen van het geïnstitutionaliseerde geloof in het bestaan van een hiernamaals. Vroeger kon iemand nog soelaas vinden in het tot religieus sjabloon uitgewerkte ?eeuwig leven in gelukzaligheid?. Dat geldt nu voor steeds minder mensen. De Kerk heeft daarop ingespeeld door haar boodschap van geloof te vervangen door een boodschap van hoop : het hiernamaals bestaat, maar het is nu in het leven dat het moet gebeuren. Vele mensen zijn blijkbaar vooral bang dat ze, als ze sterven, snel vergeten zullen worden. Die vrees heeft de mensheid altijd bezig gehouden. De Latijnse auteur Horatius wist dat al, toen hij schreef : ik zal niet helemaal sterven.? Kolonel Van de Weghe benadrukt dat de training van een militair, en zeker van een paracommando, essentieel gericht is op het beheersen van de schrik : ?Schrik is nooit absoluut te beheersen daarvoor is ze te diep in het lichaam gebed maar ze is te domesticeren : we kunnen onze mannen leren ermee te leven, en ze te overwinnen. Dat is een proces zonder einde. Iemand die zegt dat hij duizend parachutesprongen heeft gemaakt zonder dat hij ooit schrik had, liegt. De paracommandotraining is zo opgebouwd dat de manschappen geleidelijk met de risico's vertrouwd worden. Ze worden geconditioneerd om risico's gewoon te vinden.? Vroeger stierven vele mensen voor hun God. Kruisvaarders die sneuvelden onder het zwaard van de heidenen, kregen in de hemel een plaatsje met zicht op God. De beloning was zelfs afhankelijk van de wreedheid van de dood. Dat hoger doel roept nu afkeer op. Zelfmoordacties wekken, zeker bij ons, onbegrip. Toen de extremistische Jood Yigal Amir na zijn moord op de Israelische premier Yitzhak Rabin zei dat hij in opdracht van God handelde, reageerde het Westen geschokt. Nochtans was God niet zo lang geleden een goede reden om te doden. Een wrede oorlog zoals die in ex-Joegoslavië, werd gekruid met religieuze argumenten. ?Fanatisme is altijd een neveneffect geweest bij de evolutie van idealen naar ideologieën,? zegt kardinaal Danneels. ?Als een godsdienst deel wordt van een ideologie, is dat heel erg, want de ideologie wordt dan gekoppeld aan de kracht van het geloof. Religiositeit is een universeel gevoel dat heel diep in de mens geworteld zit. Als dat gemobiliseerd kan worden, komt er een krachtige energiebron vrij. Daarom is religieus fanatisme het gevaarlijkste fanatisme, en proberen totalitaire regimes hun nationalistische boodschappen met godsdienst te doordrenken. Denk maar aan het Gott mit Uns van de Nazi's. Dat heeft natuurlijk niets te maken met het dienen van God, maar alles met het zich bedienen van God. Het probleem met godsdienst is dat hij zo krachtig is, dat hij niet alleen de goede dingen beter maakt, maar ook de slechte dingen slechter.? De kardinaal trekt hier de parallel met de technologie : ?De moderne technieken verschaffen ons instrumenten waarmee het kwade nog kwader kan worden gemaakt, hoewel het goede ook beter kan worden. Alle morele mogelijkheden waarover we beschikken, kunnen met de technologie verdiept worden. Dat illustreert ruimschoots het belang van een doorgedreven morele opvoeding. Die is noodzakelijk, nu we allemaal leerling-tovenaars aan het worden zijn. De morele ontwikkeling van de mensen moet gelijke tred houden met de technologische evolutie.? OORLOGEN ZONDER SLACHTOFFERSDe technologie heeft enerzijds massavernietigingswapens geproduceerd, maar anderzijds het aantal doden in de recentste oorlogen beperkt. ?De publieke opinie aanvaardt niet langer dat er in een oorlog slachtoffers vallen,? zegt kolonel Van de Weghe. ?Kanonnenvlees is uit de mode geraakt. Omwille van onder meer het machtsevenwicht tussen de twee blokken in de Koude Oorlog, heeft onze cultuur vijftig jaar lang geen oorlog meer gekend. De mensen hebben twee generaties lang de tijd gehad om na te denken over de catastrofes die de wereldoorlogen waren. Ze hebben daaruit gelukkig de juiste lessen getrokken, en hun mentaliteit gewijzigd. Tegelijk bewees de technologische evolutie in de Golfoorlog dat het mogelijk is een oorlog te voeren en te winnen door het vernietigen van doelen zonder dat daarbij meer dan een beperkt aantal slachtoffers valt. Technologie en het omgaan met de dood evolueren hand in hand. De mensen wennen daaraan. Maar we moeten voorzichtig blijven. Technologie blijft altijd een middel in handen van mensen. De massavernietigingswapens blijven bestaan om gebruikt te worden. Als er ooit een nieuwe grootschalige oorlogssituatie zou komen, vrees ik dat er opnieuw veel slachtoffers zullen vallen.? Ook de moderne geneeskunde stelt de morele ontwikkeling, waarover de kardinaal zich zorgen maakt, op de proef. De geneeskunde vecht tot in het absurde toe voor het zo lang mogelijk bewaren van elk lichaam dat leven bevat. Mensen klagen over de lange wachttijden voor een orgaantransplantatie. Ze smeken de artsen om een donororgaan, hoewel daarvoor iemand moet sterven. Er woedt concurrentie om in leven te blijven. Het eigen individu primeert, desnoods ten koste van een ander. De studie van de erfelijkheid, die de geneeskunde van de volgende eeuw zal opleveren, voegt elke dag nieuwe en dikwijls meetbare risicofactoren aan een al lange lijst toe. Binnenkort zal die kennis in eenvoudige (maar dure) tests te quantificeren zijn. Is het nodig dat wij allemaal van tevoren weten waaraan we kunnen sterven ? Geneticus Van den Berghe : ?Ik kom in mijn praktijk dagelijks in contact met mensen die belangrijke beslissingen moeten nemen inzake het doorgeven aan hun kinderen van afwijkingen die ontmenselijkend kunnen zijn, of met mensen die de wetenschap moeten aanvaarden dat ze binnen twintig jaar een dodelijke aandoening zullen krijgen. In het inschatten van die risico's schuilt veel irrationaliteit. Sommige mensen vinden een risico van een procent onoverkomelijk. Anderen vinden 25 procent aanvaardbaar. Een lijn is daar niet in te trekken, hoewel we slechts zelden zien dat mensen echt slechte beslissingen nemen. We zitten nu in de geneeskunde op een punt van grote doorbraak. Het aantal opspoorbare genetische aandoeningen die frequent voorkomen, is op een paar jaar tijd gestegen van een handvol naar vele honderden. Elke week komen er nieuwe bij. Daarenboven zal binnenkort de techniek voor de prenatale diagnose waarmee de aanwezigheid van afwijkingen bij heel jonge embryo's kan worden aangetoond sterk vergemakkelijken door de mogelijkheid om een afwijking op te sporen in cellen van het embryo die in het bloed van de moeder terechtkwamen. We evolueren dus naar een situatie waarin de mensen naar de kliniek zullen komen om gerustgesteld te worden over specifieke risico's. We gaan naar een vorm van kwaliteitsbewaking. Dat is totaal nieuw. Het zal onze risicoperceptie op de proef stellen, zoals ze nooit eerder op de proef is gesteld. De ervaring leert dat slechts een minderheid van de mensen zich verzet tegen tests die, bijvoorbeeld, hun gynaecoloog hen voorstelt.? LIJDEN IS ALTIJD ZINLOOSMoeten we dan echt alles weten ? Van den Berghe : ?De huidige maatschappij beperkt de kennis niet meer. De mensen van morgen zullen een lastiger leven leiden dan die van de vorige generaties, omdat ze zoveel informatie zullen moeten verwerken. Het risico bestaat dat er in de maatschappij veel mensen zenuwziek zullen worden, zeker als ze niet worden voorbereid op het omgaan met de informatie die ze zullen krijgen. Maar de mens aanvaardt niet meer dat hij het voorwerp is van een blinde natuurlijke selectie, die hem met fouten opzadelt. De Kerk heeft lang gehamerd op de zingeving van het lijden een concept dat pas de voorbije twintig jaar is verdwenen. Ik ben zelf geneigd te stellen dat lijden altijd zinloos is geweest. Daarin ligt de oorsprong van de geneeskunde. De mens is duizenden jaren geleden begonnen met het exploreren van de kennis om ze maximaal te laten renderen. Dat is een irreversibele tocht.? De beheersbaarheid van de dood leidde tot een andere evaluatie van de waarde van het leven. Massagraven wekken de huiver van bijna iedereen die zich informeert over een oorlog. Kindersterfte wordt niet meer aanvaard. Elk sterfgeval dat gekoppeld raakt aan de belangrijke notie van ?vermijdbaarheid? wekt woede. De honderden jonge verkeersslachtoffers die elk jaar vallen, beroeren alleen de naaste familie. Tegen de plaatsing van verkeersdrempels wordt luid geprotesteerd, behalve door mensen die een kind verloren als gevolg van onverantwoord rijgedrag. Verkeersslachtoffers zijn de collaterale schade de term uit het moderne militaire jargon die onschuldige slachtoffers van militaire operaties beschrijft die voortvloeit uit de dwingende noodzaak om zich gezwind te verplaatsen. Maar de vier meisjes die werden vermoord door pervert Marc Dutroux, brachten driehonderdduizend Belgen op straat. Deze moorden waren in de ogen van de publieke opinie vermijdbaar. ?Er wordt te veel geïnvesteerd in een individueel leven om dat zo maar te grabbel te gooien,? stelt Van den Berghe. ?Vroeger plantten de mensen zich ongeremd voort. Veel kinderen krijgen, was de norm. De kindersterfte was hoog, maar meestal bleef een aantal kinderen in leven. Af en toe volgde er een nakomertje met een mentale handicap. Ook dat werd aanvaard. Tegenwoordig wordt de voortplanting kwantitatief beperkt, maar de eisen inzake kwaliteit zijn verzwaard. Voor een gehandicapt kind wordt nog wel gezorgd, maar het vanzelfsprekende waarmee dat vroeger gebeurde, is gedeeltelijk verdwenen. De mens koestert zich te veel in zijn welvaart om de minder fraaie aspecten van het leven even gemakkelijk als vroeger te aanvaarden. Als de zaken mislopen, vluchten vele mensen in drugs en alcohol. De meesten streven in eerste instantie naar vermijdbaarheid. Ze evolueren zo dat ze het onherroepelijke aanvaarden, hoewel niet altijd gemakkelijk, en het vermijdbare incalculeren.? Kardinaal Danneels is weinig enthousiast over de therapeutische hardnekkigheid : ?We moeten de mens, mens laten blijven. We moeten hem menswaardig laten leven én sterven. De mens mag niet tijdens zijn leven op sterk water komen te staan. Vele artsen dienen met hun experimenten vooral zichzelf, en niet de patiënt. De mens mag zelfs in een terminale toestand geen laboratorium worden. De mensen moeten aanvaarden dat de dood een deel van het leven is, zoals de Kerk hen altijd heeft voorgehouden. Het vastklampen aan het leven is niet altijd verdedigbaar. De mensen moeten leren leven met het idee dat ze gaan sterven. Dat is geen lugubere gedachte, maar een realiteit. Een gezond besef van eindigheid is fundamenteel menselijk, en maakt ook gelukkig. Maar ik geef toe dat dit, in de afwezigheid van een geloof, een bijna bovenmenselijke inspanning vraagt. De mens is zeer merkwaardig gemaakt.? HET LEVEN HEEFT NOG EEN GEWETENDe kardinaal vindt het een goede zaak dat blauwhelmen worden ingezet in vredesoperaties : ?Zoiets toont aan dat het leven nog een geweten heeft.? Daar mogen risico's aan te pas komen : ?Goedkoop idealisme bestaat niet.? Maar niet iedereen denkt er zo over. Toen Belgische soldaten eind '92 naar Bosnië werden gestuurd om er hulpgoederen te transporteren door de oorlogszones, werd er openlijk over desertie gesproken. De transporteurs hadden geen dienst genomen om in een ver land risico's te gaan nemen. De dood van tien Belgische para's in 1994 in de Rwandese hoofdstad Kigali houdt het debat over de noodzaak van het sturen van blauwhelmen nog altijd warm. Waarom moeten landgenoten sterven voor een doel dat ver van hun bed ligt ? Kolonel Van de Weghe : ?De paracommando is per definitie een vrijwilliger, dus ook voor operaties. Er hebben zich in andere eenheden initieel problemen voorgedaan met de inzet van personeel voor vredesoperaties in verre landen, maar die werden geleidelijk opgelost door de introductie van een mentaliteitsverandering. Het nemen van risico's voor het beveiligen van, bijvoorbeeld, een zwarte bevolking is opnieuw een kwestie van een goede conditionering van onze manschappen. Het Belgisch leger evolueert nu zo dat iedereen die dienst neemt, weet dat hij uitgezonden kan worden in het kader van een humanitaire operatie. De dood moet voor een soldaat weer een beroepsrisico worden, waarover gepraat kan worden. Dat was een tijd geleden misschien niet meer het geval. Het debat over de moord op de tien para's wekt ten onrechte de indruk dat de brigade paracommando niet meer bereid is risico's te nemen in het kader van de vredeshandhaving. Ik wens dat hier formeel tegen te spreken. De dood van onze mannen heeft iedereen in de brigade geschokt, vooral omdat het om een wrede moord ging, en niet om een sneuvelen in de strijd. Maar de grote massa van mijn mannen popelt om de publieke opinie te tonen dat ze nog altijd bereid zijn om naar onverschillig waar te vertrekken mits ze een werkbaar mandaat meekrijgen. We hebben inzake veiligheid onze lessen getrokken uit wat er in Kigali is gebeurd, maar we hebben daar geen psychose rond gecreëerd.? Begin december werd een aantal para's in Duitsland gedecoreerd, omdat ze in 1994 in Kigali grote risico's hadden genomen om Duitse onderdanen te redden. Van de Weghe heeft persoonlijk drie van zijn paracommandoblauwhelmen voor decoratie voorgedragen, omdat ze in Somalië hun leven hadden gewaagd om zwaargewonde collega's te redden. Toch wil hij niet horen dat deze mannen helden zijn : ?Wij hebben een cultuur van ploeggeest, geen cultuur van individueel heldendom. Er zijn natuurlijk omstandigheden, waarin iemand door de feiten gedreven wordt om speciale daden te stellen. Ik denk echter dat ieder van ons dat zou doen. Dat is de normale houding. Ik denk ook dat de meeste burgers in goede conditie en met de juiste motivatie, bereid kunnen worden gevonden om hun schrik te overwinnen, en zich voor een nobel doel in te zetten.? Wetenschappelijk onderzoek heeft tot dusver geen typische kenmerken blootgelegd bij mensen die zich in een of ander drama in positieve zin lieten opmerken. Alle klassen van de maatschappij waren vertegenwoordigd. Sommige mensen moesten nadenken over hun daad, andere sprongen spontaan in de bres. Sommigen waren bang, anderen niet. Sommigen bleken uit medelijden te hebben gehandeld, anderen reflexmatig. Ook in humanitaire operaties wagen mensen, zoals hulpverleners, hun leven, zonder dat ze daarbij een ander motief hebben dan hun inzet of eventueel de kick en de uitdaging. Is het zinvol levens te riskeren voor inspanningen, die niet noodzakelijk concreet resultaat opleveren ? Kardinaal Danneels : ?Dat is heel belangrijk. Het verflauwen van een maatschappij is een algemeen verschijnsel, maar van de weeromstuit springen er altijd weer idealistische mensen uit, die reageren op de teloorgang. Dat is cruciaal, zelfs als het effect van die acties niet merkbaar is. De machtigste dingen die in een maatschappij gebeuren, zijn symbolisch. Symbolen zijn hefbomen. Een volk zonder visioenen wordt wild. Het leeft in een mist of in een rook, en ziet niets. Het kan zich niet meer richten, en trapt doelloos om zich heen. Om dat te vermijden, zijn er mensen nodig die zich belangeloos inzetten.? Dirk Draulans Een volk zonder visioenen wordt wild. Om dat te vermijden zijn er mensen nodig die zich inzetten. Kardinaal Godfried Danneels : Als iemand zijn leven geeft, en er is niks meer na de dood, is hij zichzelf kwijt. Professor Herman Van den Berghe : Er wordt teveel geïnvesteerd in een leven, om dat zo maar te grabbel te gooien. Kolonel Freddy Van de Weghe : De dood moet voor een soldaat een beroepsrisico worden, waarover gepraat kan worden. Vele artsen dienen met hun medische experimenten vooral zichzelf, en niet de patiënt.