CDI-Bwamanda, Bankstraat 75 te 3000 Leuven. www.cdibwamanda.be. rekeningnummer: 785-5429061-73.
...

CDI-Bwamanda, Bankstraat 75 te 3000 Leuven. www.cdibwamanda.be. rekeningnummer: 785-5429061-73.Een bericht uit Congo'Breng toch eens een keer goed nieuws uit Congo', roept kapucijnenpater Leonard Van Baelen in zijn ruime kantoor in Congo's hoofdstad Kinshasa uit. 'Vertel de Belgen eens dat Bunia en zijn slachtpartijen ver weg zijn, en dat in het grootste deel van Congo veel mensen in vrede leven en hard werken, dat ze koffie en maïs en andere gewassen kweken en verkopen, dat ze handel willen drijven. Congo is geen land met uitsluitend kommer en kwel. Congo is een land met mogelijkheden dat in de steek gelaten wordt.'Van Baelen weet waarover hij spreekt. In 1969 richtte hij met enkele gelijkgezinden in de missiepost van Bwamanda (in Noord-Congo) het Centre de Développement Intégral op - nu bekend als CDI-Bwamanda. Vanaf 1989 kreeg de 'onderneming' een stevige poot in Kinshasa. De aanpak van CDI-Bwamanda verschilde drastisch van het klassieke geven en bedelen dat de missies kenmerkte. Van Baelen en zijn medestanders introduceerden economische principes in de ontwikkelingssamenwerking. 'Wij bedelen niet', legt hij uit. 'Wij lenen als we geld nodig hebben en wij investeren met de opbrengst van de koffie die we uitvoeren. Momenteel zijn wij de enigen die koffie uit Congo uitvoeren. Daarbij garanderen wij de boeren een eerlijke prijs, zelfs als die een stuk boven de marktprijs ligt, zodat ze van hun werk kunnen leven. We verkopen ook producten, zoals maïsmeel, in Kinshasa, maar tegen haalbare prijzen. Uitdelen doen we bijna niet, tenzij aan de allerarmsten. Ik heb geleerd dat iedereen zijn kost moet verdienen. Ik vind dat nog altijd een goed principe.'Samen met een nog oudere Belgische collega leeft de ondertussen 71-jarige Van Baelen tussen een twintigtal jonge zwarte seminaristen in een nieuw klooster in een buitenwijk van Kinshasa. 's Ochtends overtreft de samenzang van de mannen het vroege vogelkoor. Vrijdag is visdag en zondag doet Van Baelen de mis. Af en toe is er wat ontspanning, zoals een zaterdagse werksessie op een veld of het op tv volgen van de exploten van de Belgische tennisheldinnen. Sinds kort staat Van Baelen zelf ook als 'held' geboekstaafd. Het Amerikaanse weekblad Time riep hem uit tot een van Europa's 'helden van onze tijd', naast onder meer de Franse voetballer Zinedine Zidane en de Ierse popster Bono (van de groep U2). 'Een vriendelijk klein manneke dat me een pint afluisde omdat ik met hem op de foto moest', evalueert Van Baelen de zingende wereldster Bono. 'Ik was niet van plan om naar de huldiging te gaan, maar andere mensen van CDI-Bwamanda vonden het nuttig, omwille van de publiciteit.' Van Baelen wil de spotlichten mijden, maar toch werd hij ook in Kinshasa regelmatig in de bloemetjes gezet, door zijn misgangers en door de werknemers van de koffie- en maïsverwerkende fabriek van CDI-Bwamanda in de haven, waar devoot kijkende gezinnen op de kalenders in de werkplaatsen de plaats innemen van rondborstige pin-ups. Regelmatig ventileerden mensen met wie hij samenwerkt hun ongenoegen omdat de pater zijn naaste medewerkers verbod had opgelegd uit te pakken met zijn bekroning als held. 'Ik hoef die aandacht niet', stelt hij onomwonden. 'Het gaat hier niet om mijn persoon, maar om een project van vele mensen. Je hoeft zelfs het rekeningnummer van CDI-Bwamanda niet bij je verhaal af te drukken. Maar ik kan de aandacht gebruiken om mensen te wijzen op het belang van het feit dat ze onze koffie kopen. Hoe meer eerlijke koffie ze drinken, hoe meer boeren er in Congo en elders een menswaardig bestaan uit hun labeur kunnen puren. Als we dankzij deze titel 50 ton koffie meer zouden verkopen, zou dat een geweldig succes zijn.'Van Baelen verkoopt Congolese koffie via het eerlijkehandelscircuit Max Havelaar, dat zijn producten niet alleen in wereldwinkels, maar ook in supermarkten aan de man brengt. Vijfhonderd ton per jaar neemt het label momenteel af, wat te weinig is, zodat Van Baelen de rest van de 1500 tot 2000 ton koffie die CDI-Bwamanda momenteel opkoopt op de gewone markt kwijt moet, tegen te lage prijzen. Hoe meer westerse consumenten Max Havelaarkoffie kopen, hoe meer Congolese boeren CDI-Bwamanda leefbare prijzen kan betalen. 'En het is een absoluut fabeltje dat Max Havelaarkoffie van slechte kwaliteit is, omdat hij geleverd wordt door kleine boerkes in een alternatief circuit', benadrukt Van Baelen. 'Onze koffie is excellent. Koffie van Max Havelaar is wat duurder, dus mag hij zeker niet slechter zijn dan andere merken. Het fabeltje van de slechte kwaliteit wordt bewust in stand gehouden door grote koffieproducenten als Douwe Egberts, die hun markt willen afschermen. Iedereen vindt paters geweldig als ze wat uitdelen aan de arme mensen waar rijke handelaren van profiteren. Maar als een pater zich mee op de markt beweegt om de armen een beetje economische macht te geven, wordt hij aangevallen.' Onlangs kregen Van Baelen en CDI-Bwamanda een schadeclaim van bijna 2 miljoen euro te verwerken, van een Belgische koffie-opkoper die vond dat ze hun contract voor een regelmatige levering van koffie niet hadden nageleefd. Wat nogal moeilijk was, omdat er als gevolg van de oorlog in Congo meer dan een jaar lang absoluut geen transport over de rivieren mogelijk was. De koffiehandelaar wilde van de gelegenheid profiteren om deze vervelende speler van het veld te laten verwijderen, maar de rechter ging niet op zijn vraag in. 'En de eerste boot die vanuit het Congolese binnenland Kinshasa bereikte, was volgeladen met koffie en maïs van CDI-Bwamanda', stelt Van Baelen niet zonder trots. 'Toch blijft de slabakkende economie, en het geringe vertrouwen van het buitenland in Congo, een prangend probleem voor een massa boeren. Overal in het binnenland zitten boeren met een onverkoopbare stock aan koffie achter hun hut. Dat is niet stimulerend om hun veld te blijven bewerken. Het is hoog tijd dat Congo weer op een normale manier kan functioneren.'CDI-Bwamanda heeft stevig voet aan de grond in de vruchtbare Evenaarsprovincie boven de Congostroom. De oorspronkelijke missiepost is er uitgegroeid tot een heus complex dat niet alleen landbouwactiviteiten coördineert, maar ook de gezondheidszorg en het technisch onderwijs in een grote regio organiseert, en niet minder dan 400 kilometer wegen onderhoudt - een van de weinige wegennetwerken in Congo die nog bruikbaar zijn. 'De mensen hier beseffen goed hoe waardevol CDI-Bwamanda is', vertelt projectchef Alexis Makweta in de Evenaarsprovincie. 'We zeggen het niet graag, maar in de oorlog organiseerden jonge mannen uit de streek zich om te voorkomen dat het project geplunderd werd. Ze waren bereid hun leven te geven om het te redden. Ze doodden zelfs twee militairen, maar hun vastberadenheid had succes: het project werd niet geplunderd. We blijven helaas wel een soort enclave, want de grens met de Centraal-Afrikaanse Republiek is gesloten, en het is nog altijd moeilijk om goederen over de rivieren te transporteren. Maar vooralsnog houden we het hoofd boven water.'Meer dan zesduizend kleine boeren, die amper één zak koffie per jaar produceerden, zijn in het project opgenomen, en kunnen hun productie zo tot drie zakken per jaar opdrijven. Ze worden geselecteerd door dorpscomités onder leiding van de burgemeester en gecontroleerd door agenten van CDI-Bwamanda. Zelfs in 1999, toen het absoluut onmogelijk was koffie te vervoeren, bleef CDI-Bwamanda koffie aankopen om het leven van de boeren in het project niet te veel te hypothekeren - een groot financieel risico. 'Voor ons is de aankoop niet in de eerste plaats een kwestie van economie, maar een sociale daad', legt Makweta uit. 'Met het geld dat de mensen verdienen, kunnen ze naar het ziekenhuis en kunnen ze hun kinderen naar school sturen. Ze kunnen kleren kopen en hun huis onderhouden. En het staat hen vrij met hun koffie te doen wat ze willen. Ze zijn niet verplicht aan ons te verkopen. Als ze iemand vinden die een hogere prijs betaalt - des te beter. We weten ook wel dat er geklaagd wordt dat de prijzen nog altijd te laag zijn. Maar we kunnen ons helaas niet helemaal van de wereldmarkt loskoppelen.'Simon Timola runt de sociale projecten van CDI-Bwamanda in de Evenaarsprovincie, die geconcentreerd zijn in vijf ziekenhuizen en onder meer strijd tegen de slaapziekte inhouden. 'Allemaal verliesgevend,' geeft hij toe, 'maar de gezondheidszorg moet voor iedereen toegankelijk zijn. Wij vragen de mensen een forfaitair bedrag voor verzorging, dat ze betalen via hun lidmaatschap van een ziekenfonds. Alles daarboven is gratis. Dat geldt voor iedereen in de regio, dus niet uitsluitend voor de boeren die in ons programma zijn opgenomen. We runnen ook scholen waarin we verpleegsters, mecaniciens en boeren opleiden. Een goede technische ondersteuning is altijd een van de pijlers van onze projecten geweest.'In Kinshasa verdeelt CDI-Bwamanda maïsmeel, dat tegen haalbare prijzen verkocht kan worden dankzij een jaarlijkse subsidie van 2 miljoen euro van de Europese Unie. 'Ik heb er geen moeite mee om deze subsidie te aanvaarden, omdat de Congolese markt overspoeld wordt door landbouwproducten uit het buitenland, die hier goedkoper dan de lokale producten verkocht kunnen worden omdat ze zwaar gesubsidieerd zijn', stelt pater Van Baelen. 'Het is toch godgeklaagd dat onze eigen kippen en eieren hier duurder zijn dan import uit Kempische gemeenten. Maar ik benadruk wel dat alleen de verkoop van maïsmeel gesubsidieerd is, omdat de koopkracht van de mensen te laag is. Onze aankopen betalen we helemaal zelf.'Op 173 plaatsen in Kinshasa worden zakken maïsmeel tegen lage prijzen verkocht. In het ziekenhuis van de Zusters van de Armen kunnen de patiënten van de voordelige tarieven genieten. In de parochie van Sint-Mbaga zijn het zevenhonderd armen die voor de zakjes in de rij staan. Zelfs de armste mensen zijn trots en komen goed gekleed en verzorgd naar de distributie - een meisje draagt zelfs een T-shirt van haar grote idool Britney Spears. 'Voor de allerarmsten is het maïsmeel gratis', zegt zuster Laurentine Ebambe die de voedselhulpverdeling van CDI-Bwamanda controleert. 'Maar wel op basis van een vorm van sociale zekerheid, want de anderen betalen iets meer voor hun meel, waarmee ze ook de bijdrage van de armsten dekken. De gemeenschappen bepalen zelf wie in aanmerking komt voor een gratis bedeling. We controleren uiteraard of het meel dat de mensen krijgen niet aan een hogere prijs op de markt wordt doorverkocht, want dat is natuurlijk niet de bedoeling.'In het lyceum van Kabambare worden zakken maïsmeel tegen een redelijke prijs aan de leraren doorverkocht. Met de opbrengst worden de beste leerlingen gesubsidieerd - momenteel een tachtigtal, die dankzij de steun verder kunnen studeren. 'We laten die leerlingen in de vakanties wel klusjes op school opknappen, als een soort compensatie voor de hulp die ze krijgen', zegt de prefect, zuster Alphonsine Mbuyi-Betu. 'Want CDI-Bwamanda huldigt het principe dat iedereen moet werken voor wat hij krijgt.'Het succes van CDI-Bwamanda valt uiteraard op. Er komen dagelijks aanvragen binnen voor nieuwe initiatieven op andere plaatsen - veel te veel om allemaal gehonoreerd te kunnen worden. Bruno Lapika van de Congolese organisatie Maison Africaine, die strijdt tegen de armoede op het platteland, had wel geluk. Op zijn verzoek begon CDI-Bwamanda ook in de provincie Bandundu een project. 'De mensen waren er gestopt met de productie van koffie en maïs, want er was geen markt meer voor', legt hij uit. 'Maar omdat CDI-Bwamanda koopt, is er weer hoop. Ik was al betrokken in klassieke ontwikkelingsprojecten, waar wel een mooi boek uit voortvloeide, maar waar er voor de mensen te velde niets veranderde. Het concept van CDI-Bwamanda maakt echter wel degelijk een groot verschil voor de boeren.'Het lot van de boeren - daar blijft het om draaien. 'We proberen zoveel mogelijk koffie te exporteren, en we proberen een zo groot mogelijke markt voor maïsmeel in de steden te creëren, alleen maar om meer afzet voor de producten van de boeren in het binnenland te genereren', herhaalt pater Van Baelen met ijzeren regelmaat. 'We beseften snel na de start van ons project dat we de economie moesten aanpakken als we succes wilden hebben. We moesten greep krijgen op de structuren van de maatschappij, wat ons in zekere mate ook gelukt is, met uitzondering van - helaas - de politiek.'Het hele concept van eerlijke handel ( fair trade in het jargon) draait in Van Baelens visie uiteindelijk om waardigheid van de boeren: 'In de Evenaarsprovincie zit een massa mensen op een veld van 1,5 hectare te boeren zonder garantie op een inkomen voor hun familie. En dat in een tijd van globalisering en wereldeconomie. Dat kan toch niet. Ik breek mijn hoofd al jaren over de vraag: hoe raken we daar uit? En daaraan gekoppeld de vraag: moeten we hier wel mee doorgaan? Nergens in Afrika is de landbouw er de jongste tijd op vooruitgegaan.' Van Baelens frustratie is dat zijn boeren na 34 jaar onverdroten inspanningen nog altijd met een machete op hun kleine veld staan. Als hij de kracht blijft hebben, wil hij nog graag de landbouw moderniseren: 'In de jaren zeventig zijn we ooit met mechanisatie begonnen, maar we zijn ermee gestopt. De mensen hadden wel een hogere omzet, maar ze maakten ook meer onkosten, zodat het eindresultaat negatief was. Project afgevoerd wegens proef mislukt. Maar nu denk ik aan een vorm van semimechanisatie, met kleine tractors en een beetje meststoffen, zodat boeren 10 hectaren aankunnen, wat hen een menswaardiger bestaan moet opleveren. Zoiets moet mogelijk zijn. Op voorwaarde, uiteraard, dat de afzetmarkt voor onze producten mee groeit. En daar kan de westerse consument voor zorgen.' Dirk Draulans'Als we dankzij deze heldentitel 50 ton koffie meer verkopen, zou dat een geweldig succes zijn.''Het is toch godgeklaagd dat onze kippen op de Congolese markt duurder zijn dan import uit België.'