De namen van de cyberdaters zijn fictief.
...

De namen van de cyberdaters zijn fictief.Hij: 34 jaar, donker en gescheiden. Zij: 25 jaar, blond, sportief en vrijgezel. Hij: een vrijgezel van 1,80 meter en 78 kilogram. Zij: een bediende van 1,70 meter en 60 kilogram. Hij: kickt op U2, Tim Robbins en pasta. Zij: houdt van Ben Affleck, Chinees eten en funkmuziek. Hij: zit liefst gezellig thuis en speelt piano. Zij: was een party drinker die graag een sigaretje rookt.Op een dag surften ze samen op het wereldweb. Zij: Kathleen. Hij: Dirk. Ergens onderweg kwamen ze elkaar tegen. Het was liefde bij de eerste klik. Hun eerste bloemen vlogen door de virtuele ruimte, cadeaus en liefdesbrieven werden met één klik op de muis langs de elektronische snelweg geleverd. Amper een week na de eerste e-mail spraken ze voor het eerst af in een café in Leuven. Geen drie maanden later woonden Kathleen en Dirk samen. Vandaag zijn ze drie jaar bij elkaar, en kruipt hun zoontje van één vrolijk door de woonkamer. Welkom in een liefdesnest uit het internettijdperk. Kathleen doet graag vrolijk over hun ontmoeting: 'Zonder ADSL hadden we elkaar nooit gevonden', zegt ze lachend. 'Dirk werkte en woonde in Brussel, ik in Genk. Hij trok in zijn schaarse vrije tijd naar jazzclubs, ik hing rond in discotheken. En we waren het sociale contact al zolang verleerd, dat we op publieke plaatsen nooit naar een partner gezocht zouden hebben.'Een datingsite sloopt muren, bedenkt Dirk. 'Wie op het net zoekt, vindt makkelijker iemand die bij hem past. Geografische barrières vallen weg, het tijdstip speelt geen rol meer. En iedereen praat met iedereen: de cafégangers met de festivalbezoekers en de voetbalfans met de discotheekmeisjes. Als het klikt, ga je verder. Indien niet, volgende keer beter.'Hij zegt het met veel overtuiging, alsof hij ook anderen zijn geluk wil aanpraten. 'Een webdate is nooit helemaal verloren', weet Alexander (32), een verwoed cyberdater: 'Cyberdaten is een vorm van amusement: zelfs wie geen partner op het net vindt, houdt er met een beetje geluk een stuk of wat vrienden aan over.' Alex, Dirk en Kathleen zijn kinderen van de tijdsgeest. Voor veel late twintigers en dertigers op zoek naar een relatie is het internet het ei van Columbus. Want onze fast food-maatschappij zit danig met relaties in de knoop. Vraag aan tien vrijgezellen van rond de dertig hoe je een relatie aanknoopt, en negen zullen zeggen dat het hoploos is. De Ware Jacob en Jacoba lijken verder van elkaar verwijderd dan ooit. In de jaren '50 trouwde de gemiddelde vrouw rond haar twintigste en de gemiddelde man kon het amper langer uitzingen als vrijgezel. Geschoolde geliefden ontmoetten elkaar aan de universiteit, waar het stikte van de gewillige partners. De minder geschoolden duikelden een meisje uit het dorp op, ze plukten een vrouwtje van de werkplaats of ze scharrelden iemand op in de discotheek, waar je toen nog een praatje kon slaan. Maar dat is voltooid verleden tijd. In de voorbije vijftig jaar is de huwbare leeftijd almaar opgeschoven. Mensen trekken met diploma, maar zonder meisje of man het leven in, en aan de andere kant zorgt het stijgende aantal echtscheidingen voor een overaanbod van dertigers en veertigers op de liefdesmarkt. En waar moeten die in hemelsnaam zoeken? De werkplaats is de belangrijkste optie, want daar brengen de meeste dertigers het leeuwendeel van hun tijd door. Maar veel werknemers zien amoureuze escapades op kantoor niet zitten. Er is namelijk maar één ding erger dan een slechte collega - en dat is een slechte collega met wie je ooit nog het bed hebt gedeeld. Er zijn natuurlijk alternatieven: bedrijven die liefdesproblemen oplossen, maar ondertussen als een bedrijf blijven denken, niet als een koortsachtig zoekende verliefde puber. Maar die oplos- singen zijn duur, en de drempel om je te outen als een man die geen vrouw vindt, of vice versa, blijkt voor velen te hoog. Niet verwonderlijk dus dat internet een steeds grotere hap neemt in de datingmarkt: cyberdaten is makkelijker, goedkoper en sneller dan een tochtje langs de vrijgezellenbars of een advertentie in de hartsrubrieken van de krant, en het is heel flexibel bovendien. 'Je doet het tussen het eten en de afwas', zegt Kristel, een jonge vrouw op een datingsite, 'of als je ziek bent, televisie kijkt of je onkostennota's schrijft. Of je begint eraan op een moment dat je je stierlijk verveelt.' De cyberdaters zijn mensen met heel diverse achtergronden, mensen van alle leeftijden. 'Twee jaar geleden trokken datingsites vooral jongeren aan', zegt Alexandre Badoux van Rendez-vous. com, een tweetalige Belgische koppelaarswebstek. 'Vandaag is de gemiddelde leeftijd 32 jaar.' Het fenomeen tekent zich in de hele wereld af: in de liefdeswinkels van het net zitten vaak dertigers lieve woordjes op het klavier te tikken, en ook veertigers en vijftigers laten zich niet onbetuigd - babyboomers die weduwnaar werden of gescheiden zijn bedienen zich van nieuwlichterige koppelaarstechnieken die dertig jaar geleden nog fictie waren. Zelfs vijftigplussers hebben de weg naar de elektronische liefde gevonden - cijfers van Match.com, de internationale marktleider onder de datingsites, wijzen erop dat één op de tien daters met een liefdeswens Abraham al heeft gezien. Nog opmerkelijker is dat, volgens internationale cijfers, ruim 52 procent van de cyberdaters vrouwen zijn. In een wereld waar de vrouwen op versierplekken steevast in de minderheid zijn, spelen datingsites dat als een niet te versmaden troefkaart uit. Een aas die het internet in geen tijd tot het nieuwste speeltje van de romantische zielen met een seksuele appetijt heeft gemaakt. Hoewel, nieuw: cyberdaten bestond al in een prehistorische vorm in de jaren '70, toen miljoenen Fransen zaten te chatten met hun Minitel, een postsysteem via televisie dat buiten Frankrijk nooit is doorgebroken. Maar de echte boom kwam er pas met het internet, dat de databanken groter en makkelijker toegankelijk maakte. In tegenstelling tot wat ik had verwacht, ziet een datingsite er helemaal niet flashy uit. Eén klik op de registratieknop en er verschijnt een sober opnameformulier. Mijn naam, vraagt het. 'Frank'. Ik tik het in met enige schroom en, toegegeven, alleen omdat naast het witte vakje aangegeven staat dat dit veld geheim blijft tot ik het zelf openbaar wil maken. De potentiële liefdes van mijn leven die ik langs deze weg zal ontmoeten, zullen het met mijn pseudoniem moeten doen. Het formulier wil weten hoe oud ik ben, hoe groot en hoe dik - oeps, mijn eerste leugentje, sorry. En vervolgens welke kleur mijn haar heeft en welke kleur mijn ogen, hoe mijn weekends eruit zien, welke hobby's ik heb en hoe ik me mijn meest romantische ontmoeting herinner. Ik vink het vakje voor de foto uit en klik op registreren. Vanaf vandaag ben ik een gegeerde prooi voor vrouwen van voorin de dertig op zoek naar een levensgezel. Cyberdaters die door het aanbod browsen, kunnen op mijn profiel botsen. En wees maar zeker dat de computer mij aanprijst als ze heel gericht aan het zoeken slaan naar een aaibare dertiger met grijs haar en blauwe ogen. Tenminste, daar hoop ik toch stiekem op. De eerste vrouw die mijn pad kruist, heet Ingrid. Tenminste, dat zegt ze, want in cyberspace weet je maar nooit. Ze is getrouwd, staat er in haar fiche. Plots schiet me een krantenbericht van enkele weken geleden te binnen. 'De relatiebureaus van het internet zijn onverbiddelijke echtbrekers', meldde het. Het stoelde die conclusie uit een onderzoek uit de Verenigde Staten, waar Beatriz Mileham, een studente aan de universiteit van Gainesville, Florida tientallen cyberdaters had ondervraagd. 'Eén echtscheiding op drie is het gevolg van een internet-affaire', concludeerde de studente. 'Virtuele ontrouw', voegde ze er nog enigszins onheilspellend aan toe, 'kan voor elk huwelijk de doodssteek betekenen.'Maar zo zit Ingrid niet in elkaar. Ze is nog wel getrouwd, maar het huwelijk is doodgebloed, zegt ze. 'Maar ik ben het versieren een beetje verleerd', grapt ze ontwapenend aan het einde van een lange chat. 'Daarom zit ik liever een halve avond voor de computer dan uren oeverloze praatjes te moeten aanhoren in een of ander café. Bij elk contact blijf ik trouwens lange tijd anoniem: ik maak me pas bekend als ik voel dat het goed zit.' 'Of dat niet gevaarlijk is?', vragen we ons af. We hebben dat niet zelf uitgevonden, we hebben het gelezen, bij Richard Booth met name, de Amerikaanse auteur die Romancing The Net schreef. 'Babbelkamers in cyberspace laten makkelijker mensen met bizarre voorkeuren gedijen, al blijft cyberdating veiliger dan een ontmoeting offline, waar je gemolesteerd kunt worden, en nog veel meer ook', schrijft de man. De ontkenning bij al onze kersverse chatvrienden verschijnt in vet op ons computerscherm: 'Natuurlijk geven websites geen garanties, maar die geeft het echte leven ook niet. Je kunt liegen over je bedoelingen, je werk, over je leeftijd of zelfs over je geslacht. Wie een partner zoekt, heeft kennelijk de neiging te lopen pralen als een pauw. Het internet verschilt daarin niet van de buitenwereld.' In dat opzicht is de nieuwe markt voor geliefden zo'n beetje als de eerste de beste groeibeurs: er is veel lucht, veel overdrijving en vaak een flinke dosis bedrog, en het blijft maar duren tot de bubbel barst. Datingsite-uitbater Alexandre Badoux haalt de schouders op: 'Een beetje liegen hoort bij het spel. We moeten er alleen voor zorgen dat het niet te ver gaat. Wees gerust, dat komt helemaal goed: naarmate de politie aan het internet gewoon zal raken en sneller zal kunnen optreden, zullen de zware misbruiken eruit worden gefilterd. Dan sporen we de amokmakers binnen het uur op aan de hand van hun IP-adres en gsm-nummer, en wij zetten ze op een blacklist, waardoor het systeem hen eraf gooit telkens als ze willen inloggen.' Maar voorlopig lijken de leugentjes om bestwil de verwoedste cyberdaters maar matig te storen. 'De kritieken wegen niet op tegen het comfort', vindt Danny, een andere liefhebber van gecomputeriseerde liefde. 'Het internet brengt het relatiebureau bij me naar binnen. Ik kan heel rustig en zonder pottenkijkers door de catalogus bladeren, of beter nog mijn computer laten zoeken op de criteria die ik het belangrijkst vind.' En soms beleven cyberdaters ook aangename verassingen. 'Daten via het internet lijkt soms heel erg op shoppen', zegt nog een andere cyberdater. 'Je gaat winkelen voor een jas, en uiteindelijk keer je met een pantalon naar huis terug.' Cyberdaten is spannend, verrassend en efficiënt, getuigen reguliere gebruikers in koor. Bovendien is het vaak bijna gratis, of in elk geval spotgoedkoop als je het met de reguliere sector van de relatiebemiddeling vergelijkt. De duurdere relatiebureaus factureren doorgaans tussen de 1000 en de 2000 euro voor een jaar. Het maandelijkse lidgeld loopt bij een datingsite op tot maximaal een euro of tien, enkele mogelijke opties buiten beschouwing gelaten. De goedkoopste sites in België rekenen pas maandgeld aan als je berichtjes begint te versturen: Rendez-vous. be, een van de belangrijkste Belgische sites, vraagt één euro per maand vanaf het eerste bericht; Monamour.be en Deeplove.be, twee andere Belgische operatoren, hanteren een vergelijkbaar betalingssyteem. De Nederlandse sites die ook op de Belgische markt actief zijn, rekenen meestal iets forser door, maar zijn ook internationaler van karakter: relatieplanet. nl laat je gratis rondneuzen, maar vraagt bijna 20 euro per maand als je van alle faciliteiten wilt genieten; e-Matching.com rekent voor toegang tot zijn bestanden, inclusief een cursus romantisch e-mailen, 12 euro per maand door. Het tiental sites dat zich in België bezighoudt met het aan elkaar koppelen van webdaters met een liefdestekort, zweeft momenteel tussen break-even en een lichte winst. Het bvba'tje van Badoux haalt een 300.000 euro per jaar en een kleine winst. Het fietst daar cyberdatinggewijs mee aan de kop van Belgische peloton. 'Even rendabel als in het buitenland zal het wel nooit worden', beseft Badoux. 'Wij houden zoveel mogelijk gratis - het is een marketingkeuze, we zien de site als een teaser, mensen moeten pas betalen als ze participeren. Maar dan houden we de prijzen bewust laag: nu 1, straks waarschijnlijk 2 euro per maand, omdat de helft altijd bij de gsm-operator blijft plakken. Veel hoger kunnen wij niet gaan: alleen met onze dienstverlening en onze prijzen kunnen we ons van de buitenlandse concurrentie onderscheiden.' Die buitenlandse concurrentie boert overigens uitstekend. In het buitenland is cyberdating een gigantisch succes, zowel financieel als qua publieke opkomst. Surfers in de hele wereld zoeken koortsachtig naar partners op het net. In de Verenigde Staten verdringen zich miljoenen mensen in romantisch geïnspireerde babbelboxen. TheNew York Times schreef onlangs nog dat 45 miljoen Amerikanen zich minstens eenmaal per maand op een virtuele koppelsite begeven: dat is één Amerikaan op de zes. Het online daten werd ook in Europa in een mum van tijd razend populair: de boom van de geldsites en de beleggers- tips is voltooid verleden tijd, de sleutelwoorden op het net zijn nu liefde, seks en koppeltjes. Het heeft de sector bepaald geen windeieren gelegd: in amper twee jaar tijd vertienvoudigde de omzet van de naar schatting duizend datingsites die wereldwijd actief zijn. Wereldleider is Match.com, een Australisch-Amerikaans liefdesportaal dat in België te bereiken is via msn. be, haalt tegen het eind van 2003 waarschijnlijk een mammoetomzet van 1,6 miljard euro. Geheel verzameld met de ledenbijdragen en folietjes van de naar schatting acht miljoen mensen die van de dienst gebruik maken. Match schrijft naar eigen zeggen wekelijks 38.000 nieuwe leden in, die met de glimlach de maandelijkse factuur van de directeur Flirting & Dating betalen: 40 Australische dollar (ongeveer 25 euro) per maand is kennelijk niets te veel voor een dienst die u koppelt aan trouwlustigen die aan al uw verzuchtingen voldoen. Maar ook de ware nichespelers gedijen in de virtuele liefde. Zelfs al kom je er bij hen niet zomaar in: Date-a-Doc. com is voorbehouden voor romantische internauten met een artsendiploma, Christian Connection aanvaardt alleen dominees met een kinderwens, op GreatBoyfriends. com komen alleen mensen die door hun ex'en aangeprezen worden. En wie bij Goodgenes. com in de databank wil, moet een diploma kunnen voorleggen van een prestigieuze universiteit uit de Ivy League - de verzamelnaam voor Brown, Columbia, Cornell, Dartmouth, Harvard, Penn, Princeton en Yale. Volgens internetconsultants is het allemaal nog maar het begin. Het gestaag groeiende aantal internetaansluitingen, en bij uitbreiding het feit dat meer mensen vanuit de privacy van de eigen huiskamer kunnen inloggen, laat een ongebreidelde groei van de relatiebureaus van het web verhopen. Optimistische toekomstvoorspellers hebben becijferd dat de internetflirters tegen 2007 ook in Europa een slordige 100 miljoen euro per jaar in het laatje moeten brengen, tegenover 20 miljoen euro vandaag. In de VS zou de groei wel worden afgeremd, maar de komende jaren zeker niet worden gestuit. Nu zijn groeiprognoses over internet vaak nattevingerwerk en zijn dergelijke voorspellingen in het verleden wel eens wat overtrokken gebleken, maar er zijn niettemin redenen om te geloven dat het wel goed komt met de sector van de cyberdaters. Elektronische liefde levert namelijk het businessmodel waarmee de wereld van de websites zichzelf weer op de wereldkaart wil zetten - een sector die geen dure winkelruimtes of bureaus nodig heeft, en geen afdeling onderzoek en ontwikkeling die kapitalen verslindt, en een sector die vlot inkomsten kan genereren. Dezelfde mensen die hun kredietkaart angstvallig in hun portefeuille houden als een infosite of een zoekmachine om het nummer ervan vraagt, schieten wel met een glimlach in hun achterzak om een e-mail naar een potentiële geliefde te kunnen sturen. En waarom eigenlijk? 'Cyberdating werkt omdat het niet alleen inhoud biedt, zoals de meeste websites, maar omdat het ook een dienst verleent', zegt Rebecca Jennings, een analiste bij de internetconsultancy Forrester Research in Londen. 'Het is overigens een van de weinige internetdiensten die geld opbrengen. Nu ik erover nadenk: de enige andere echt winstgevende dienst is porno.'En het groeipotentieel is ronduit hallucinant, verzekeren analisten. Vooral in Europa ligt er nog terrein braak voor de liefdeshandelaars van het net. Match. com heeft alvast een grootscheeps offensief ingezet. Eerst nam het bedrijf Udate.co.uk over, met 4,5 miljoen gebruikers zijn belangrijkste concurrent . Sinds kort stort Match zich - in samenwerking met telecomoperator T-Online, internetportaal MSN en het Springer Verlag, uitgever van de notoire pulpkrant Bild Zeitung - op de Duitse markt. Met als kortetermijndoelstelling: 70 procent van de markt inpalmen en, zoals de vrouwelijke manager het in Der Spiegel verklaart, 'om het daten op internet uit het verdomhoekje te halen.' De reguliere relatiebureaus dreigen de belangrijkste slachtoffers te worden van de hoge vlucht die internet in relatiebemiddeling neemt. Uit een studie van eind 2002 door de consumentenorganisatie Test -Aankoop bleek dat het omzetcijfer van die sector gestaag achteruitboert. En al ontkennen verschillende relatiebureaus de onmiskenbare concurrentie: de groei van de datesites heeft daar ongetwijfeld een stevige hand in. 'De relatiebureaus van de echte wereld vechten een verloren veldslag', schrijft de e-Commerce Times, een vakblad voor internethandelaars. 'Het internet en de virtuele relatiebemiddelaars zijn een hemelse match. Offline-relatiebureaus verdienen nu nog veel geld - ze vragen duizenden leden tussen de 800 en de 3000 euro per jaar - maar tegen de cyberdaters kunnen ze op termijn niet opboksen. Als Bridget Jones over tien jaar nog altijd naar Mister Goodbar zoekt, zal het ongetwijfeld op het net zijn.' Frank Demets'De relatiebureaus van de echte wereld vechten een verloren veldslag.'Eén op de tien daters met een liefdeswens heeft Abraham al gezien.