Als het over musicals gaat, lijken er twee mensensoorten te zijn. De eerste soort gaat er prat op dat ze musicals haat. Tijdens gesprekken maken ze met plezier telkens dezelfde neerbuigende opmerking over het genre - meestal met een nog beroerdere onderbouwing dan die waarvan de gemiddelde islamofoob zich bedient. Dat snobisme is onbegrijpelijk, want er zijn geweldige musicals geschreven. De Amerikaan Stephen Sondheim is bijvoorbeeld een meesterlijke, geestige componist-schrijver. In de Lage Landen maakte ...

Als het over musicals gaat, lijken er twee mensensoorten te zijn. De eerste soort gaat er prat op dat ze musicals haat. Tijdens gesprekken maken ze met plezier telkens dezelfde neerbuigende opmerking over het genre - meestal met een nog beroerdere onderbouwing dan die waarvan de gemiddelde islamofoob zich bedient. Dat snobisme is onbegrijpelijk, want er zijn geweldige musicals geschreven. De Amerikaan Stephen Sondheim is bijvoorbeeld een meesterlijke, geestige componist-schrijver. In de Lage Landen maakte Annie M.G. Schmidt voorstellingen die vandaag nog even amusant zijn. En Chicago van John Kander en Fred Ebb, waarvan de verfilming in 2002 de Oscar voor beste film won, blijft ongemeen goed. De tweede mensensoort, een kleinere maar meer toegewijde, begint al te glunderen als het woord 'musical' nog maar valt. Lopen drie jongens in een film in gelijke tred over straat, dan gaat die soort op het puntje van zijn stoel zitten, in de hoop dat er een minutenlange choreografie volgt, begeleid door een fanfare die uit een steegje komt aanmarcheren. Een hele tijd geleden werd er over die soort ook weleens beweerd dat ze 'een ziekte' had. Ik dacht nochtans tot de tweede soort te behoren. Al wekenlang vraag ik me af waarom ik naar Crazy Ex-Girlfriend blijf kijken, een lauwe comedyserie op Netflix over een jonge vrouw die stapelverliefd blijft op een man die ondertussen een veel knapper mokkel aan de haak heeft geslagen. Het antwoord is eenvoudig: minstens twee keer per aflevering bestaat de kans dat de personages écht beginnen te dansen op straat, of dat de zoveelste crisis van het arme kind uitloopt in een duet met een ingebeelde vriend. Om maar te zeggen: ik zat te kirren van geluk toen ik het openingsnummer van La La Land zag en hoorde. Op het einde van van de film zat ik dan weer te huilen, omdat de hele musical na dat nummer, Another Day of Sun, stilletjes was leeggelopen. Als een felgekleurde ballon. Laat u maar niet verleiden door de jubelende recensies: uw teleurstelling zou groot zijn. In La La Land zit niet genoeg muziek om een half album mee te vullen - ook al ligt er een bijna zesenveertig minuten lange soundtrack in de winkel. En de decors en scenes zien er weliswaar prachtig uit, maar scenarist-regisseur Damien Chazelle had blijkbaar niet genoeg fantasie om meer te verzinnen dan een flinterdun liefdesverhaaltje. Nee, diepbedroefd ben ik dan maar - fluks tapdansend - de nacht ingegegaan. Door PETER CASTEELSLaat u niet verleiden door de jubelende recensies van 'La La Land': uw teleurstelling zou groot zijn.