Tenzij hij onverhoeds komt te overlijden vóór 25 mei 2014 zal Herman De Croo (76) zijn beroemde belofte moeten verbreken. Het is een van zijn vele oneliners: dat hij tot zijn dood in de Kamer zou blijven, en vervolgens naar de Senaat zou verhuizen. Vorige week liet hij weten dat hij straks de Kamer, waar hij al sinds 1968 vertoeft, zal verlaten. 'Mijn zoon Alexander zal op de Oost-Vlaamse Kamerlijst van Open VLD staan', zegt De Croo. 'Op zich is het geen probleem als ik op diezelfde lijst zou staan. Maar ik vond dat te veel van het goede. Bovendien dreigde ik op die manier stemmen weg te halen bij mijn zoon. En dat wil ik niet.'
...

Tenzij hij onverhoeds komt te overlijden vóór 25 mei 2014 zal Herman De Croo (76) zijn beroemde belofte moeten verbreken. Het is een van zijn vele oneliners: dat hij tot zijn dood in de Kamer zou blijven, en vervolgens naar de Senaat zou verhuizen. Vorige week liet hij weten dat hij straks de Kamer, waar hij al sinds 1968 vertoeft, zal verlaten. 'Mijn zoon Alexander zal op de Oost-Vlaamse Kamerlijst van Open VLD staan', zegt De Croo. 'Op zich is het geen probleem als ik op diezelfde lijst zou staan. Maar ik vond dat te veel van het goede. Bovendien dreigde ik op die manier stemmen weg te halen bij mijn zoon. En dat wil ik niet.' En dus verhuist De Croo senior naar de lijst van het Vlaams Parlement. 'Als ik verkozen ben, zal ik wellicht gemeenschapssenator worden', zegt hij. 'Ik geloof wel in die nieuwe taak van de Senaat. Het wordt een plek van verzoening tussen de gemeenschappen. Daar wil ik mij de komende vijf jaar voor inzetten. Dan ben ik 81 en is het waarschijnlijk genoeg geweest.' HermanDe Croo: Hij moet kunnen nadenken over de gevolgen van een beslissing. Politiek is een vorm van biljart. De eerste de beste idioot kan bal B raken met bal A. Maar weten waar bal A en bal B na vijf banden zullen liggen: dát is politiek. Dat moet je kunnen zien, kunnen voorspellen, dat is de kunst. De Croo: Dat is op korte termijn niet goed geweest voor de partij, maar het probleem is na veertig jaar wel van de baan. Er was afgesproken om B-H-V op te lossen voor een bepaalde deadline. Alexander wilde woord houden. Toen die deadline niet gehaald was, heeft hij ingegrepen. De Croo: Nee, ik denk dat deze regering het nog beter zou kunnen doen. Maar er zitten zes partijen in, die elk hun eigen belang moeten behartigen. De Croo: (blaast) Och, wij hebben ook al veel belastingen tegengehouden. De Croo: Mijn partij zal dat duidelijk maken in de aanloop naar de verkiezingen. Wij hebben veel bereikt. Wij zijn onmisbaar in deze regering, wij worden belaagd omdat wij boven ons gewicht boksen. De Croo: Ik ben niet verontrust. De Croo: Helemaal niet. U kent mijn definitie van de N-VA: de Nieuwe Vlaamse Arrivisten. Ik ben er nog niet van overtuigd dat die populistische partij zo goed zal scoren in mei. En dan nog. De mensen hebben een kort geheugen, maar tussen 1980 en 1988 zat de PS in de oppositie, met 43,9 procent van de stemmen. De Croo: Ik zeg alleen maar dat je goede papieren moet hebben om een regering te leiden of er deel van uit te maken. (schamper) Ik denk niet dat de N-VA ooit al 43,9 procent heeft behaald. Volgens mij is ze met 30 procent al content. De Croo: Ik geloof dat Open VLD het beter zal doen dan bij de laatste provincieraadsverkiezingen. Dat wil zeggen dat we in Oost-Vlaanderen meer dan 19 procent zullen behalen. In Vlaams-Brabant zullen we vooruitgaan, onder meer dankzij Maggie De Block. De enige moeilijke provincie is Antwerpen, waar mijn partijgenoten moeten opboksen tegen Kris Peeters en Bart De Wever. Maar de algemene score zal beter zijn dan in 2010. De Croo: Daar ben ik niet zo zeker van. De mensen vinden De Wever een zeer verstandig man, maar ze weten niet wat hij zal doen. Ik hoor dat aan de toog. Mensen geloven niet meer dat De Wever Vlaanderen beter zal maken. Ze zijn verontrust, ze vertrouwen hem niet meer. Ik kan mij vergissen, maar ik denk dat veel kiezers uit behoudsgezindheid naar de oude winkels zullen gaan, in plaats van naar de nieuwe supermarkt. In feite wil de N-VA België kapot, punt. De Croo: Voor een akkoord over de verdere hervorming van de staat heb je een tweederdemeerderheid nodig. Met andere woorden: de partij die dat wil, zal de PS in de regering brengen. De N-VA is niet de ultieme tegenstander van de PS, de N-VA is de grote pleitbezorger van de PS in de regering. Of zullen ze de staat hervormen met het geweer? De Croo: En ik heb mij daarvoor verontschuldigd bij alle mentaal gehandicapten. De Croo: Ik ben 46 jaar lang verkozen door Vlamingen. Ik denk niet dat De Wever dat ooit zal kunnen zeggen. Ik heb op mijn terras hier de eerste officieuze Vlaamse ministerraad georganiseerd. Dat was in 1975, toen ik de Vlaamse minister van Onderwijs was in de federale regering. De Vlamingen vormden toen een klein groepje binnen die regering dat regelmatig apart vergaderde. De Croo: In één woord: Europa. Wij praten daar niet veel over, omdat we navelstaarders zijn geworden, maar steeds meer beslissingen over ons leven worden in Europa genomen. Neem het landbouwbeleid. Kris Peeters is behalve minister-president ook Vlaams minister van Landbouw. Welnu, als ik eens een boerse term mag gebruiken, hij heeft aan de landbouw geen kloten te zeggen. Van de prijs van de patatten tot de satelliet die ziet welke mest iemand gebruikt: dat is allemaal Europa. De Croo: Het is noodzakelijk. De baten wegen op tegen de kosten. Als we van Europa iets willen maken wat morgen nog bestaat, dan hebben we geen keuze en moeten we doen wat Guy Verhofstadt voorstelt: de Verenigde Staten van Europa. (denkt na) Een andere belangrijke verandering van de voorbije decennia is natuurlijk de vervrouwelijking. De Croo: Het is op een kunstmatige manier gebeurd, met verplichte quota. En daar ben ik als liberaal tegen. Een belangrijk argument is dat vrouwen de helft van de maatschappij vertegenwoordigen. Maar het parlement is geen afspiegeling van de maatschappij. Er zit maar één arbeidster in het parlement, tachtig procent is hoger opgeleid. Dat is geen afspiegeling. De Croo: Ik vind dat men zo langzamerhand de moed mag hebben om die quota voor vrouwen te laten vallen. Laten we ze maar afschaffen. Het alternatief is dat we ze overal invoeren. (grijnst) Misschien dien ik binnenkort nog wel eens een wetsvoorstel in om ook bij de katholieke kerk quota voor vrouwen in te voeren. Tachtig procent van de middelen van de kerk komen uit belastinggeld, dus eigenlijk zou die verplichting ook daar moeten gelden. De Croo: Er is nu niet alleen concurrentie tussen de verschillende media, maar ook tussen de verschillende journalisten bij hetzelfde medium. Elke journalist moet zich laten opmerken, wil de scoop die zijn collega heeft gemist. Journalisten moeten prat kunnen gaan op geheimen en connecties. En politici spelen dat spel mee. U kent mijn oneliner: politici lekken om gelikt te worden. De Croo: Zo werkt dat. En omdat ook de concurrentie van het internet steeds groter wordt, moeten alle media voortdurend korte en opvallende berichten hebben. Of ze waar zijn of niet is bijzaak. Als het maar sensationeel is. De melk moet overkoken, want dan stinkt de stoof. De Croo: Dat is een van mijn mooiste spreuken: als de melk overkookt, dan stinkt de stoof. Dat hebben journalisten graag. Dat de stoof stinkt. En wat doen ze dan? Ze zetten de vensters even open, ze spuiten met een luchtverfrisser, en na een paar dagen is de stank verdwenen en kookt het potje op een andere stoof over. Ik denk dat de media op die manier zichzelf opeten. De Croo: Ik denk dat, ja. Er zijn ondertussen zo veel media, en overal staan de potjes over te koken. Met dat systeem kunnen de media zichzelf én de politiek kapotmaken. Dat is een risico. De Croo: Fientje is een verstandige vrouw en ze schrijft verstandige dingen. Maar dat stuk heeft ze volgens mij vooral geschreven omdat we volop in de selectie voor de volgende wedstrijd zitten. De lijstvorming is bezig. Het is zoals in de koers: de eerste die demarreert, doet dat niet om te winnen maar ook om in de aandacht te komen. De Croo: Nee. En daar heb ik twee goede remedies voor. De eerste is historisch: ik heb dertig jaar geen televisie gehad. Zelfs niet toen ik partijvoorzitter was in 1995. Men verklaarde mij gek, maar ik trok mij daar niets van aan. Elk partijbureau begon met een bespreking van De zevende dag. Maar na tien minuten was dat voorbij en konden we praten over andere dingen. De Croo: Geduld. Toen ik voor het eerst minister werd, in 1974, stond er een spreuk op mijn bureau: Niets is zo dringend dat het niet tot morgen kan wachten. Je moet het nieuws altijd laten afkoelen, zoals de soep. Je moet als politicus vaak de kracht hebben om niet te reageren, en dat is iets helemaal anders dan de kracht hebben om wel te reageren. De Croo: Nee, ik ben een ruiter. Als een paard weigert een obstakel te nemen, moet je desnoods een hele dag wachten tot het verder wil. Want als je dat niet doet, zal het nooit meer voorbij dat obstakel raken. En als je paard een beetje ziek is, stuur je het het best de weide op. Ofwel verergert het, en dan bel je de veearts. Ofwel geneest het vanzelf. Zo is dat ook met politieke relletjes: als het potje overkookt, hoef je vaak alleen maar even te wachten tot het potje helemaal leeg is en niemand er nog over praat. De Croo: Een klinkend voorbeeld was de berichtgeving over de aftredingsvergoeding van de parlementariërs. Blijkbaar is iedereen vergeten dat parlementariërs daarvoor hun hele parlementaire loopbaan betalen: elke maand 600 euro. Ik had 26 jaar geleden al met pensioen kunnen gaan, maar heb dat niet gedaan. Ik heb dus aan de Kamer ongeveer 250.000 euro bijgedragen waarvan ik nooit een euro zal terugzien. De Croo: (fijntjes) Men zal die aanpassing vroeg of laat weer ongedaan maken. Ik zal u uitleggen waarom, dat is zo'n voorbeeld van zien waar de biljartbal zal terechtkomen. Wie nu vrijwillig het parlement verlaat, krijgt geen aftredingsvergoeding meer. Gevolg? Er zal de komende vijf jaar geen enkele opvolger het parlement binnenkomen. Wat zeer jammer is, want op die manier krijgen jonge politici vaak een kans om even te rijpen. De Croo: Maar men krijgt geen grote zak met geld. De berichtgeving over die kwestie is waanzinnig onjuist geweest. Zo'n vergoeding krijg je per maand uitbetaald, nog X-aantal maanden, dus nooit in één keer. Dus een parlementariër die beweert dat hij een deel van zijn aftredingsvergoeding aan een goed doel heeft geschonken, die liegt gewoon. De Croo: Ik zou daar recht op hebben. Maar ik heb ook recht op een pensioen. En het verschil tussen een pensioen en die vergoeding is minimaal, ik weet niet of het de moeite loont om die vergoeding te verkiezen boven het pensioen. De Croo: Als we nog wat meer gaan beknibbelen op wat politici verdienen, dan zitten er straks alleen nog gedetacheerde ambtenaren in het parlement. Zoals Siegfried Bracke, die met verlof is bij de VRT, en Jan Peumans, die met verlof is bij De Lijn. Zij kunnen zich dat permitteren. Dat is pas zelfbediening. Iemand die echt risico loopt, zal straks niet meer in de politiek willen. Als we niet uitkijken, moet je straks betalen om in het parlement te zitten. De Croo: Dat is duidelijk. De Croo: Ik ben niet arm geboren, daar kan ik ook niets aan doen. Maar ik zal u zeggen hoe men rijk wordt. Niet door wat men verdient, maar door wat men niet uitgeeft. De Croo: Dat is een pertinente opmerking. Maar als u die redenering doortrekt, komt u uiteindelijk bij Lenin terecht. Die vond dat dokters evenveel moesten verdienen als postbodes. Resultaat: na enige tijd waren er geen dokters meer. De Croo: Ik denk dat ik meer sukkelaars bezocht heb dan gelijk welke andere politicus. Mijn vader was burgemeester in Michelbeke. Op zondag gingen wij altijd mannen bezoeken die met een stoflong in het ziekenhuis lagen. Ik ging naar school in Mons, en reed ongeveer elke week met de trein naar daar. In derde klasse. Wel, ik was de mascotte van de mijnwerkers in die trein. En ik heb mijn hele jeugd gespeeld met de kinderen van de straat. Niemand kan zeggen dat ik de wereld niet ken. De Croo: Nee, ik ben te vrij om vrijmetselaar te zijn. En ik ben de enige die zich onthouden heeft bij de stemming over adoptie door holebi's. En ik was toen Kamervoorzitter, dus dat was erg ongewoon. Het homohuwelijk, daar heb ik wel voor gestemd, om pragmatische redenen: als je wilt dat holebikoppels dezelfde rechten krijgen, kun je het best het huwelijk openstellen. De Croo: Voor mij is dat iets te kunstmatig. Ik heb het gevoel dat we hier de randen aan het aftasten zijn, en dat we op den duur te ver zullen gaan. Ik geef u een ander voorbeeld waarvan ik ook nog niet weet of ik het wel zal goedkeuren: euthanasie voor dementerenden. De Croo: In beide gevallen moet je ergens de grens trekken. In principe zou je denken: als weldenkende progressieve liberaal moet je daar allemaal voor zijn. Maar als je een beetje vooruitdenkt, als je probeert te voorspellen waar je biljartballen zullen terechtkomen, dan ben je beter wat voorzichtig. Als we euthanasie voor dementerenden goedkeuren, wat is dan de volgende stap? Wat zullen we dan op termijn doen met mensen die een onomkeerbare last zijn voor de maatschappij? De Croo: Ik vergelijk het ene niet met het andere. Ik heb ook niet tégen de adoptie gestemd, ik heb mij onthouden. Uit voorzichtigheid, meer niet. De Croo: Daar ben ik tegen. Ik heb al genoeg ontwenningsklinieken bezocht om te weten dat zogenaamde lightdrugs heel vaak leiden tot zware verslavingen en harddrugs. De Croo: Ik vertrouw de leider van Gaia, die Michel Vandenbosch, niet. Ik twijfel aan zijn oprechtheid. De Croo: Dat is niet juist. In mijn gemeente komen elke week minstens twintig mensen gratis rattenvergif halen in het gemeentehuis. Ik heb in een debat eens gevraagd aan Vandenbosch of hij die ratten wil verdedigen. Weet u wat hij zei? Niets. Ofwel verdedig je alle weerloze schepsels, ofwel ben je hypocriet. Wat Vandenbosch probeert te doen, zo zegt men mij, is oude kinderloze vrouwtjes overtuigen om een deel van hun erfenis aan Gaia te schenken. De Croo: De generatie van mijn zoon Alexander is bijna ongevoelig voor mijn argumenten. Maar ik zal nooit toegeven, al ben ik de laatste die staat te roepen in de woestijn. De dag zal komen dat men iedereen een chip zal inplanten. Op een centraal scherm zal men dan kunnen zien wie een woedeaanval dreigt te krijgen, of wie pedofiele appetijten ontwikkelt. De Croo: Dat is allemaal mogelijk. En als we alle kinderen een chip inplanten, kunnen we hen makkelijk terugvinden als ze verdwijnen. Ik weet dat ik iets verkoop wat onverkoopbaar is. Ik weet dat het belangrijkste argument onze veiligheid is. Maar ik zeg u: wie de kiezer een risicoloze maatschappij verkoopt door hem bang te maken, die verkoopt de maatschappij zelf. De Croo: (denkt na) Daar had ik geen bezwaar tegen gehad. Ik denk niet dat ik ooit iets gezegd heb waar ik op gepakt kan worden. De Croo: Ik heb meer dan 100.000 dossiers met dienstbetoon. Als burgemeester en parlementslid heb ik van meet af aan op tientallen plaatsen mensen ontvangen die met vragen en problemen zaten. Maar bij al die dossiers zit er geen enkel dat u niet mag meenemen en morgen in uw blad zetten. Dat heb ik altijd tegen mijn medewerkers gezegd: elke brief die je schrijft, moet morgen in de krant kunnen staan. De Croo: Ik deed nooit dingen die niet mochten. Ik kwam nooit tussenbeide in rechtszaken, ik heb nooit magistraten aangeschreven. Ik hielp mensen die niet wijs raakten uit hun papieren. Mensen die in de knoei zaten met hun communicatie met de overheid. Mensen die niet goed weten hoe je een cv moet opstellen. Zo heb ik veel geleerd. De Croo: Dat heel veel documenten ongelooflijk complex zijn. Toen Alexander geboren werd, heb ik geprobeerd om zelf de aanvraag voor het kindergeld in te vullen. Welnu, ik had zes fouten gemaakt. Toen begreep ik dat zoiets andere mensen ook kan overkomen. De Croo: Ongetwijfeld. Je moet als politicus een koel onderscheid maken tussen mensen die wel en mensen die niet voor je kunnen stemmen. (denkt na) Ik ga iets heel pretentieus zeggen. Ik bekijk Herman De Croo statistisch. Ik zit sinds maart 1968 onafgebroken in het parlement. In die periode zijn er meer dan tweeduizend parlementariërs geweest. Toch ben ik de enige die het 46 jaar lang heeft uitgehouden. De vraag die ik mij nu stel, is: hoe komt dat? De Croo: Ik heb altijd acht dagen per week gewerkt. In 1968 was ik al advocaat, burgemeester en docent aan de ULB. Toen ik ook nog eens werd verkozen als Kamerlid, wist ik dat Jan Verroken, die toen fractieleider was voor CD&V, mij goed in de gaten zou houden. En dus bleef ik altijd tot hij weg was, zodat hij mij niet van luiheid kon beschuldigen. Zo liet ik me opmerken en heb ik een enorme populariteit opgebouwd, ook door in al die jaren op tientallen plaatsen aan dienstbetoon te doen. Die populariteit geeft je het respect van de partij. De Croo: Dat is de belangrijkste les die ik in mijn leven heb geleerd: je hebt maar iets te zeggen als je thuis de baas bent, als je in je eigen stad of gemeente de meeste stemmen behaalt. Een politicus is niets zonder zijn troepen. Caesar kon destijds maar de Rubicon oversteken omdat hij tienduizenden goedgetrainde soldaten uit Gallië had meegebracht. De Croo: Och, daar zullen er wel een paar in zitten. Mijn partij heeft mij niet altijd gesteund, bijvoorbeeld toen ik het opnam tegen Guy Verhofstadt voor het voorzitterschap. Maar eigenlijk heb ik mij daar nooit mee beziggehouden. De Croo: Ik heb veel fouten, en twee ervan zijn zelfverzekerdheid alias naïviteit. De Croo: Als je te zelfverzekerd bent, zie je uit naïviteit soms dingen over het hoofd. Maar ik heb mij daar nooit zorgen over gemaakt. En ik heb zelf nooit mensen een mes in de rug gestoken. De Croo: Ik was toen voorzitter van de belangrijkste oppositiepartij. Behalve Elio Di Rupo was nog een andere minister in opspraak gekomen, Karel Pinxten (die verdacht werd van fiscale fraude, nvdr.). Het was mijn taak om de eerste minister daarover te interpelleren. Elio heeft toen maandenlang niet tegen mij gepraat, maar ondertussen hebben wij dat als grote mensen bijgelegd. De Croo: (blaast) Dat is wellicht mijn eigen schuld geweest. In 1985 zat ik in de regering en had ik partijvoorzitter kunnen worden. Maar de koning zelf vroeg mij om in de regering te blijven. Als ik toen partijvoorzitter was geworden, had ik eind jaren tachtig misschien wel een kansje gehad om premier te worden, wie weet. Als ik in mijn leven één vergissing heb begaan, dan is het misschien die wel. Ik ben toen misschien wat te braaf geweest. De Croo: Nee. Ik zal eens iets stouts zeggen, zonder mensen bij naam te noemen: politici die in een bestendige overdrive leven, zijn soms een tikje onzeker. Het is die onzekerheid die ze compenseren met een ongelooflijke inzet, met netwerking, met verleiding, soms door een beetje aan overacting te doen. Dat is soms briljant, hoor. Maar het zou een beetje beneden mijn waardigheid zijn. Ik heb dat nooit gedaan. Ik heb ook nooit mensen onder druk gezet of afgedreigd. Ik heb nooit iemand opzettelijk gekwetst of vernederd. De Croo: Ik ben een vrij man, zowel mentaal als materieel. En ik geloof heel sterk in de homogeniteit van de persoon. Dat wil zeggen dat je nooit een rolletje moet spelen, dat je altijd dezelfde moet zijn, in alle omstandigheden. Ik heb nooit souffleurs gehad, of spindoctors. Misschien was dat verkeerd, misschien was ik te zelfverzekerd. Maar ik heb nooit iemand iets misdaan. Als u iemand vindt die het tegendeel beweert, mag u het zeggen. De Croo: Helemaal niet. Ik ben bij de jezuïeten naar school geweest, dat wel. Plus est en vous: ik vind het nog altijd een prachtig devies. Als iedereen zijn talenten zou benutten om een verdienstelijk leven te leiden, zou de wereld er veel beter uitzien. Dat heb ik van mijn ouders geleerd: als je iets voor iemand anders doet, is het ook goed voor jezelf. Maar de wereld van de politiek is zó verwrongen dat u mij waarschijnlijk niet eens gelooft als ik dat zeg. DOOR JOËL DE CEULAER, FOTO'S JELLE VERMEERSCH'Je moet als politicus vaak de kracht hebben om niet te reageren. Je moet het nieuws laten afkoelen, zoals de soep.' 'De mensen vinden Bart De Wever een zeer verstandig man, maar ze vertrouwen hem niet meer. Ik hoor dat aan de toog.' 'Ik ben een vrij man. Ik heb nooit souffleurs gehad, of spindoctors. Maar misschien was dat verkeerd en was ik te zelfverzekerd.'