De Nederlander Richard Schuil is de door- slaggevende factor van Maaseik, op weg naar een tweede landstitel volleybal op rij.
...

De Nederlander Richard Schuil is de door- slaggevende factor van Maaseik, op weg naar een tweede landstitel volleybal op rij.Vooraleer de nationale ploeg op 14 mei in Griekenland een stap dichter bij de kwalificatie voor de eindronde van het EK kan zetten, moet het Belgische volleybal eerst nog de playoffs afwerken. Die finales daarvan worden gespeeld op 26 en 27 april (met een eventuele belle op 30 april), maar nu al twijfelt er geen mens aan dat na de beker, ook de titel naar Sesam Maaseik zal gaan. De Limburgse club, die vorige maand als eerste Belgische club zilver haalde in de Final Four, de Champions League van het volleybal, stak vorig seizoen al met een jaarbudget van 32 miljoen frank ver boven de nationale concurrentie uit, en heeft dit jaar met de Nederlandse gouden olympische medaille Richard Schuil nog een beduidend surplus ingehaald. Richard Schuil komt uit Leeuwarden, wordt volgende maand 24 jaar, is 2.02 meter lang, heeft schoenmaat 48, en hoort al zo'n drie jaar tot de Nederlandse nationale ploeg, in de pers boven de Moerdijk te boek gesteld als ?De Lange Mannen? Zijn vader ?zat toch al op volleybal? en het spelletje trok de Fries ook wel. Hij speelde tot zijn vijftiende bij Orbi 86, ?ik bleek wel aanleg te hebben.? Dat blijkt uit zijn sprongservice, ?meer een kwestie van techniek dan van kracht. Ik ben niet eens echt sterk, maar heb een heel goed balgevoel, een snelle arm, zeg maar. Velen slaan echt vanuit hun schouder, ik sla meer op snelheid, techniek.? Als libero ?puinruimer, zeg maar? vormen Schuils aanvalskracht en serve zijn belangrijkste kwaliteiten, waarmee hij intussen al een indrukwekkende erelijst bij elkaar mepte : met Animo Sneek en Apeldoorn won hij in Nederland al drie nationale bekers en vier landstitels, met de nationale ploeg haalde hij op de World Cup in '95 en op het laatste Europees Kampioenschap zilver, en op de Spelen '96 op zondag 4 augustus 1996, na een dramatische finale tegen Italië (3-2, 17-15 in de beslissende set) goud, de triomf waarop Oranje tien jaar had gewacht. En enorm hard voor had gewerkt. De laatste drie jaar had Schuil, die zijn hogere technische studies halfweg stopzette, nauwelijks een weekje vakantie, en het ziet er niet naar uit dat daar snel verandering in komt : ?Op 5 mei begin ik weer met de nationale ploeg : achtereenvolgens naar Cuba, Korea, Rusland, Brazilië,... tussendoor nog EK-kwalificatiewedstrijden en dan nog het EK. Best leuk, maar wel zwaar. Maar ik hou het wel vol, ook omdat ik niet zo'n trainingsbeest ben. Als ik me niet echt goed voel, doe ik het gewoon rustig aan. Dat leerde ik bij de nationale ploeg. Anders hou je zes maanden voorbereiding met veel topwedstrijden niet vol. Ik kan nu echt pieken.? Daar vaarde Maaseik ook al goed mee. Zowel in de finale van de Champions League in Wenen waar eerst Treviso werd opzijgezet vooraleer de Belgen moesten buigen voor het ongenaakbare Modena , als in de bekerfinale tegen Zellik in Gent ontpopte Schuil zich als dè uitblinker bij Maaseik en ook in de finale van de playoffs wordt weer een bepalende rol van de Nederlander verwacht. HET KLIKTE VAN DE EERSTE DAGVraag is hoelang Maaseik zijn sterspeler nog kan houden. Al tijdens de Spelen toonden Italiaanse clubs interesse voor de Fries, maar die had al drie weken na de World League in mei voor Maaseik getekend. Door zijn prestaties in Wenen is de Italiaanse belangstelling evenwel weer danig opgelaaid. Intussen heeft de Nederlander via de Italiaanse manager Pela concrete voorstellen van Modena, Cuneo en Treviso, de absolute top in Italië, op zak. Schuil ligt nog een jaar onder contract bij Maaseik, maar : ?Er was contractueel afgesproken dat ik wegkon als er een goed voorstel komt uit de topvijf van Italië.? Na de playoffs wil hij beslissen. De kans dat hij vertrekt, schat hij op fifty-fifty. Het gaat hem niet in éérste instantie om het geld, ?al is het financiële ook niet onbelangrijk,? wordt daar dan snel aan toegevoegd. ?Uiteindelijk praten we toch over het driedubbele.? Een hoop lires dus, maar er is afgelopen maanden ook een band gegroeid met Maaseik, dat hij altijd al als een tussenstap had beschouwd. Dat maakt een vertrek naar eigen zeggen moeilijker. ?We hebben het ontzettend goed naar onze zin, ik denk niet dat ik ooit nog in zo'n gezellige club terechtkom. En ik blijf een Fries, die zijn niet zo avontuurlijk aangelegd. Bovendien zou ik de club, die zijn positie als tweede beste club van Europa wil bestendigen, door een vertrek toch een beetje in de steek laten.? Een Fries in Maaseik : het klikte al van de eerste dag. ?Al in onze eerste gesprekken kwam de club heel overtuigend over dat het hier sportief, organisatorisch en financieel heel goed zat, een heel verschil met Apeldoorn dat toch amateuristisch werd bestuurd. Mijn enige vrees was dat het niveau in België misschien niet hoger lag dan in Nederland, dat ik een jaar kon verliezen, maar dat is fantastisch meegevallen. We spelen toch, afgezien van de playoffs, in de competitie zes tot acht wedstrijden op hoog niveau en met de Europese campagne erbij, ben ik toch heel goed aan mijn trekken gekomen. Ik ben hier aan mijn beste seizoen uit mijn hele carrière bezig, in een club die, Italië buiten beschouwing gelaten, wellicht de beste in Europa is. Ik heb dit seizoen duidelijk progressie gemaakt, ben vooral constanter geworden. Ik ben nu wel klaar voor Italië, denk ik. Dat is uiteindelijk al van jongsaf aan een doel geweest.? Alle Nederlandse internationals spelen in hooggekwalificeerde competities als Italië en Griekenland. Is dat niet de sterkte van jullie nationaal team ? RICHARD SCHUIL : In Nederland hebben we een heel goede jeugdopleiding. De periode tussen acht en twaalf vind ik heel essentieel, maar vanaf hun vijftiende houdt het wel op. Pas in het buitenland worden we grote volleyballers en dan gaan we naar het nationaal team en worden we olympisch kampioen. In principe kan België best ook een goede nationale ploeg hebben, met de ploeg van Maaseik, aangevuld met Wout Wijsmans. Die moet absoluut het EK kunnen halen, dat zou een hele grote stap vooruit zijn. Alleen wil de bond niet mee. Ze spelen voor geloof ik vijfhonderd frank per dag, dat motiveert niet echt natuurlijk. Als voorbereiding voor de wedstrijd tegen Griekenland komen ze pas aan drie dagen voorbereiding, dan kan je het gewoon niet halen. Al zie ik heus niet zo'n supergrote kloof tussen het Belgische talent en de Nederlanders. Spelers als Wijsmans, Roex, Reymen,... zouden best ook Italië aankunnen, denk ik. Maar ze mogen ook niet te vroeg vertrekken. Als je in Italië als buitenlander eerst een paar jaar op de bank moet zitten, kan je beter niet gaan. In Nederland heerst ook een heel andere sportcultuur. De topsporters krijgen er veel meer mogelijkheden. SCHUIL : Er is in elk geval ongelooflijk veel sportinfrastructuur. Het sportcentrum Papendal in Arnhem is een schitterend voorbeeld. Op dat vlak staat Nederland een stuk verder. Jongeren worden echt gestimuleerd om aan sport te doen. Ook en vooral zelfs in Friesland. Wij hebben altijd de beste volleybaljeugd van Nederland gehad. We waren in Atlanta zelfs met vier : Posthuma, Solsma, Van der Meulen en ik kwamen allen van Animo Sneek. De rest van de nationale ploeg had het wel eens moeilijk met die Friese connectie. SCHUIL : Dat was dan wel voor ik er bij kwam. ( Grijnzend) Men had het wel eens moeilijk met de Friese humor en met onze manier van denken. Ik heb het ook wel : wat kan het mij schelen, ik zie het wel. En Nederlanders kunnen nogal zeiken, dat is bekend. Het Nederlandse voetbal is daar bekend voor, daar is het pas echt een puinhoop. Alles wordt opgeblazen, terwijl Friesen juist heel onverschillig zijn. Net voor de olympische finale hadden Olaf en ik het ook nog : misschien is dit de belangrijkste wedstrijd van ons leven, maar we kunnen toch maar gewoon hard inslaan, verder zien we wel. En zelfs als ik moest inkomen, dacht ik : wat kan het mij schelen, als het fout is, is het fout, dan ga ik maar weer lekker op die bank zitten. Je schoot niet echt goed op met coach Joop Alberda, die intussen werd opgevolgd door Toon Gerbrands. SCHUIL : Ik vond Alberda geen slechte trainer, wel een slechte coach. Ik wil ook niet zo ver gaan door te zeggen dat we olympisch kampioen werden ondanks Alberda, maar het is nu eenmaal zo dat toppers geen coaching nodig hebben. Aan Zwerver, Blangé, Posthuma... moet je niet gaan vertellen hoe ze moeten spelen. Daarom werkte Alberda zich maar uit op de invallers en dat zorgde voor een grimmige sfeer. Ik ben in elk geval heel blij met de komst van Gerbrands, mijn vroegere coach bij Apeldoorn. Maar ik heb niet echt problemen gemaakt met Alberda. Ik had weer zoiets van : wat kan het mij schelen ?Kan het jou nog wat schelen, een beker en een landtitel meer of minder ? SCHUIL : Oh ja hoor, ik heb al elk jaar in mijn carrière wat gewonnen. En in België is het weer een keer wat anders. De bekerfinale gaf echt een leuk gevoel, die titel willen we nu ook wel. Kan er nog wat mislopen ? SCHUIL : Het is echt niet zo dat we ons al vòòr de eindronde afvroegen tegen wie we de finale zouden spelen. Eerst zelf die finale halen, wisten we. Maar we zijn natuurlijk wel favoriet. We hebben de sterkste ploeg en de sterkste bank. En dit seizoen heeft Maaseik met Schuil een topper op wie het in de moeilijkste momenten kan terugvallen. SCHUIL : Ik weet dat ik op de belangrijke momenten hard kan toeslaan. Zodra het spannend wordt, wil ik dan ook graag die bal. Dat vind ik gewoon leuk, zeker met de serve. Vergelijk eens jouw opslag met die van Vital Heynen, ook een specialist. SCHUIL : ( grijnzend) We maken er soms wedstrijdjes in de wedstrijd van. Hij wint meestal, hij heeft één van de beste sprongservices die ik al heb gezien. Er zit helemaal geen spin op, hij float ontzettend hard. En hij kan ook hele korte. Ik vind Vital trouwens ook een schitterende spelverdeler, je kan zo lezen en schrijven met hem. Alleen komt hij op internationaal vlak wat gestalte te kort, natuurlijk, Blangé (2.05 m) kan gewoon door zijn lengte nòg sneller spelen. Ik denk zelfs dat zo'n lange spelverdeler doorslaggevend is voor het behalen van een gouden olympische medaille. Frank Buyse Maaseik is de beste club van Europa, Italië niet meegerekend.