De sociale zekerheid moet begrijpelijker, meer arbeidsgericht en billijker zijn. Die basisgedachten formuleren 82 professoren van de Katholieke Universiteit Leuven in een standpunt over de sociale zekerheid en het loopbaaneinde. Het solidariteitssysteem wordt volgens hen transparanter door de gezondheidszorgverzekering en de gezinsbijslagen te financieren met algemene (fiscale) middelen en door inkomensvervangende uitkeringen (pensioen, werkloosheid, invaliditeit, arbeidsongevallen en beroepsziekten) te betalen met sociale bijdragen uit arbeid. De arbeidsgerichtheid wordt groter door...

De sociale zekerheid moet begrijpelijker, meer arbeidsgericht en billijker zijn. Die basisgedachten formuleren 82 professoren van de Katholieke Universiteit Leuven in een standpunt over de sociale zekerheid en het loopbaaneinde. Het solidariteitssysteem wordt volgens hen transparanter door de gezondheidszorgverzekering en de gezinsbijslagen te financieren met algemene (fiscale) middelen en door inkomensvervangende uitkeringen (pensioen, werkloosheid, invaliditeit, arbeidsongevallen en beroepsziekten) te betalen met sociale bijdragen uit arbeid. De arbeidsgerichtheid wordt groter door te waken over het principe dat iedereen die gezond, niet te jong en niet te oud is, moet willen werken. Daarbij denken de academici ook aan een harmonisering van de opzeggingstermijnen en -vergoedingen van arbeiders en bedienden. De billijkheid ten slotte kan worden versterkt door bijdragen en uitkeringen meer op elkaar af te stemmen. Bijster origineel zijn die stellingen niet. Er wordt in veel middens mee ingestemd. Maar een politiek draagvlak dat groot genoeg is om ze in de praktijk om te zetten, is er niet. Paars II heeft in het Generatiepact met veel zwoegen en zweten een compromis over de sociale zekerheid opgenomen. De combinatie van nieuwe lastenverlagingen (voor jonge en oude werknemers, voor ploegen- en nachtarbeid), nieuwe alternatieve inkomsten (een deel van de roerende voorheffing en van de accijnzen op tabak) en welvaartsvaste uitkeringen (via een regeling die de volgende regering engageert) is gemorrel in de marge en geen structurele hervorming. Een sociale zekerheid met inkomensaanvullende en inkomensvervangende uitkeringen die verschillend gefinancierd worden, zoals de professoren van Leuven voorstellen, roept bij de Franstaligen het schrikbeeld van een splitsing op en is daarom onbespreekbaar. Het valt trouwens op dat het Leuvense standpunt communautair gekleurde weerstanden omzeilt. Twee auteurs - de juristen Danny Pieters en Paul Schoukens - maakten meer dan tien jaar geleden deel uit van de Vlaamse Onderzoeksgroep Sociale Zekerheid 2002. Die wilde de ziekteverzekering en de gezinsbijslag volledig naar de gemeenschappen overhevelen. Nu wordt voorzichtig geopperd dat er een gesprek nodig is over 'het beleidsniveau waarop het een en ander dient te worden ingericht'. Ook de realisatie van andere Leuvense ideeën zal nog een tijd op zich laten wachten. Vorige week legde Luc Coene, ex-kabinetschef van premier Guy Verhofstadt (VLD) en nu vicegouverneur van de Nationale Bank, in dit blad uit hoe groot het taboe rond een fiscaal gelijke behandeling van lonen en uitkeringen is. Over de harmonisering van het statuut van arbeiders en bedienden moest er volgens het jongste loonakkoord eind 2005 'een verslag' van de sociale partners zijn, maar een daarvoor opgerichte werkgroep heeft amper vergaderd. Wie de zestig jaar oude sociale zekerheid ingrijpend wil veranderen, moet een heel lange adem hebben. PATRICK MARTENS