MIEKE VOGELS
...

MIEKE VOGELS"Er rijden gewoon te veel auto's op onze wegen, dat is de kern van het probleem. Alle inspanningen van de auto-industrie ten spijt, wordt het ozongevaar groter. Het gebruik van milieuvriendelijke katalysatoren wordt geneutraliseerd door het toenemend aantal auto's. De oplossing is dus: minder met de auto rijden. Als de mensen beseffen dat onnodig autogebruik mee de oorzaak is van het feit dat hun eigen kinderen niet meer buiten kunnen spelen, zullen ze al een keer met de fiets naar de bakker gaan of met de trein naar zee rijden, daar ben ik van overtuigd. Dat besef is er echter nog niet. De doorsnee burger wordt om de oren geslagen met allerlei berichten over ozongevaar, zonder verdere duiding. Bij de milieutelefoon komen steeds meer vragen binnen over wat men moet doen wanneer de weerman of -vrouw waarschuwt voor hoge ozonconcentraties. Waarom mogen gemeenten geen gebruik maken van de gegevens van het Vlaams meetnet voor ozonconcentraties om de bevolking behoorlijk te kunnen voorlichten, vraag ik me dan af. Dat zou de sensibilisering makkelijker maken. In een stad als München staan op verschillende plaatsen ozonmeters opgesteld, die meteen waarschuwen voor gevaar. Hier moet zoiets ook kunnen. Uit analyses van het autoverkeer in Gent en Antwerpen blijkt dat veertig procent van de verplaatsingen met de auto over een afstand van minder dan vijf kilometer gebeuren. Precies die verplaatsingen die ook met de fiets of te voet kunnen. Wat verdere verplaatsingen betreft, erken ik het gebrek aan een alternatief voor de auto. Al wordt ook vaak te gemakkelijk gezegd dat er geen alternatief is. Naast de E19 tussen Antwerpen en Brussel loopt een treinlijn, maar toch is er elke dag file. Dat de ozontickets van de NMBS vorig jaar weinig succes hadden, was vooral een gevolg van gebrekkige publiciteit. Als je enkel affiches in de treinstations hangt, moet je natuurlijk niet verwachten dat je de autogebruiker bereikt! Het kan dus beter en het moet beter."MICHEL PEELMANDe auto-industrie levert grote inspanningen om de aantasting van de ozonlaag als gevolg van uitlaatgassen van de auto tegen te gaan. Dat zegt Michel Peelman, directeur van de studiedienst van Febiac, de federatie van Belgische automobielconstructeurs. De kritiek van Vogels en Decaluwe is volgens hem niet geheel terecht. "Het valt niet te ontkennen dat het ozongevaar voor een groot deel afkomstig is van het verkeer. De nieuwe normen voor de emissie van schadelijke stoffen door voertuigen, moeten er echter voor zorgen dat we tegen het jaar 2010 van het ozonprobleem verlost zijn, zelfs rekening houdend met een toename van het verkeer met veertig procent. De technologische vooruitgang stelt de auto-industrie in staat om milieuvriendelijker wagens te bouwen. Daarnaast komt er ook brandstof met een lager zwavelgehalte. Een groot probleem is de veroudering van het Belgische wagenpark. De gemiddelde wagen in ons land is zeven jaar oud en dateert van voor de eerste ernstige emissiewetgeving uit '93. De meeste wagens rijden rond zonder katalysator. De katalysatoren worden bovendien niet of onvoldoende gecontroleerd. Enkele simpele en doeltreffende maatregelen worden niet genomen en in de plaats pleit men onder andere voor een snelheidsbeperking, waarvan wetenschappelijk is bewezen dat die niets uithaalt. Een wagen die 120 km/uur rijdt, stoot nauwelijks meer schadelijke gassen uit dan wanneer hij 90 km/uur rijdt. De verhoging treedt pas op als de bestuurder geregeld versnelt en vertraagt. Of in de file staat. Maar files kunnen pas worden vermeden als er een alternatief is voor de auto. De trein is dat niet. Mensen staan niet voor hun plezier in de file. Als ze konden, zouden ze wel op een andere manier naar het werk gaan. Maar wanneer je het autogebruik zwaarder belast of de mensen vraagt de wagen thuis te laten, ontzeg je hen het recht tot mobiliteit. Ik denk niet dat de auto-industrie een gebrek aan inspanningen kan worden verweten. We weten dat we er alles aan moeten doen om de nadelige milieueffecten van het autogebruik zo klein mogelijk te houden. Conventionele motoren en brandstoffen worden gezonder, en er wordt volop gewerkt aan de ontwikkeling van elektrische auto's, die vanaf ongeveer 2005 zullen worden gecommercialiseerd."Opgetekend door Bart Vandormael