Sinds Rik Daems van Aarschot naar Leuven is verhuisd, dwaalt hij de hele dag met een zakjapanner door de straten. Geen steen kan worden opgebroken, geen gevel gewit, geen lamp verhangen, of Daems rekent uit of het niet goedkoper had gekund. En aangezien er tegenwoordig in Leuven meer stenen worden opgebroken dan er ooit zijn gelegd, heeft Rik de handen vol.
...

Sinds Rik Daems van Aarschot naar Leuven is verhuisd, dwaalt hij de hele dag met een zakjapanner door de straten. Geen steen kan worden opgebroken, geen gevel gewit, geen lamp verhangen, of Daems rekent uit of het niet goedkoper had gekund. En aangezien er tegenwoordig in Leuven meer stenen worden opgebroken dan er ooit zijn gelegd, heeft Rik de handen vol. Daems is de begrotingsspecialist van de VLD. Viel de regering, en het personeel van de Kamer, een keer lastig met tweeduizend amendementen. Alleen al door het daaraan verspilde papier, bleken de ingediende prognoses inderdaad niet te kloppen. Nu is begrotingsspecialist een wat ongelukkige term, in een partij die niet eens haar eigen budget kan beheren. Krijgt dankzij Luc Dhoore om en bij de honderd miljoen per jaar cadeau. Uit uw en onze zak geroofd door de georganiseerde misdaad, hier te lande fiscus genoemd. Daarvan houden de liberalen hooguit één miljoen over. Vrij pijnlijk voor wie de regering een incompetent financieel beleid verwijt. Uit de inleiding tot het Verhofstadt-interview in Knack van vorige week, onthouden wij dat ex-penningmeester Leo Goovaerts een en ander in het oor van de mannen van De Standaard heeft geblazen. Eén ding is zonneklaar: die Goovaerts weet iets ergs van Verhofstadt. Anders zou de vaudeville tussen hem en Guy Vanhengel, de andere VLD'er in de Brusselse Raad, niet zo lang duren. De dag dat Goovaerts Rik Daems op een etentje uitnodigt, eventueel samen met Marc Verwilghen, mag de voorzitter zijn boeken sluiten. Daems is door de VLD naar Leuven gestuurd om het electorale succes van Louis Tobback een halt toe te roepen, en om te buigen in winst voor de liberalen. Wie leeft zal zien, de kundigheid van de blauwe verkiezingsstrategen is legendarisch. De Leuvense begroting is alvast nooit zo op de korrel genomen als de jongste maanden. Daems zit zelf niet in de gemeenteraad, maar Hans Braquené wel. En die is graag bereid de opmerkingen van Daems tot de zijne te maken. Zo bracht hij aan het licht dat het stadsbestuur zich al voor minstens zeventig miljoen heeft misrekend bij de werken aan het station. Tobback stelt dat de verantwoordelijkheid in zo een geval bij de zittende burgemeester ligt, in casu de heer Carl Devlies. Verder kan Daems vanzelfsprekend rekenen op Patricia Ceyssens, die onlangs nog van haar oren stond te maken in een wei in Bertem, uit protest tegen de verkommering van het Sint-Merdardushof. Volgens Tobback groeit er iets tussen die twee. Elke keer hij hun beider wagens naast elkaar geparkeerd aantreft, noteert hij dat in een boekje, en belt de stadspolitie en de takeldienst. Zodat Rik te voet naar huis moet. Was Daems aanvankelijk slechts een mug op zijn olifantenvel, dan begon hij Tobback na een tijdje toch op de zenuwen te werken. Vooral toen Braquené in de gemeenteraad voorstelde om een speciale taks te heffen op gezinnen die èn een hond, èn een Vlaams parlementslid bezitten. Tobback heeft, zeker nu hij weer minister is, wel belangrijker zaken aan zijn hoofd dan het kruideniersgepeuter van Daems. Voetbalwet, drugsbeleid, asverstrooiing, stemrecht... al die delicate thema's eisten zijn aandacht op. En in de zomer komt daar telkens een trip naar Wallonië bij. Het ene jaar is de Maas of de Samber buiten haar oevers getreden, het andere dreigt een rots van veertig ton naar beneden te vallen, of schiet een trein uit de sporen. Deze keer was een vrachtwagen de helling van Stavelot afgedonderd, en had in de dorpskern een inferno aangericht. 's Avonds in het nieuws, stelde staatssecretaris Jan Peeters zoals gewoonlijk scherpe maatregelen in het vooruitzicht. Ons vertrouwen in de verkeersveiligheid is nog nooit vergroot na een verklaring van Jan Peeters. Tobback daarentegen, kwam heel wat overtuigender uit de hoek: "De schuld ligt bij de chauffeur. Hij mocht die helling niet af, zijn truck was te zwaar geladen, en hij heeft niet geremd. Vier jaar, en tien jaar rijverbod."Nadat deze formaliteit was geregeld, kwam Tobback tot de kern van het probleem: "Het punt is dat die gasten niet met een camion kunnen rijden. Om met zo een mastodont te remmen, moet ge pompen en tussengas geven. De meesten vergeten dat ge luchtdruk in uw wielcilinders moet krijgen. Anders valt de pression d'huile weg. Wacht, ziet ge die bus daar?" In wat overbleef van Stavelot, kwam een bus vol schoolkinderen voorbijgereden. Tobback sprong op het midden van de weg, gebood de chauffeur uit te stappen, en nam zelf plaats achter het stuur. Hij scheurde met jankende motor omhoog naar de top van de Haute Levée, waar hij demonstreerde hoezeer oefenen kunst baart: een perfecte bocht van honderdtachtig graden. Daarna denderde hij de helling weer af. De bus haalde binnen de vijf tellen honderd veertig per uur, tot jolijt van de krijsende inzittenden die meenden dat ze in een attractie van Walibi waren terechtgekomen. Beneden in Stavelot zocht wie nog kon zijn heil in de vlucht. Toen het al verwoeste stadscentrum op minder dan honderd vijftig meter lag, ging Tobback tot de actie over. Hij trapte vijf zes keer bliksemsnel op het rempedaal, schakelde van acht via zeven terug naar zes en vijf, stuurde wat tegen om het slippende gevaarte op zijn lijn te houden, gooide vervolgens alles tegelijk dicht en trok hem in achteruit. De bus verdween in een wolk van stof en gensters, een lawine van kiezel en zand kletterde in het rond. Wie het kon navertellen, hield vol dat er uit de banden groene olie spoot. Toen de rook was opgetrokken, en er een onwezenlijke stilte viel, stapte Tobback tevreden grijnzend weer naar buiten: "Hebde da gezien mannekens? Drolshammer remmen, dat zijn de beste."De dag nadien kelderde hij in de Kamer een wetsvoorstel dat nabestaanden het recht gaf om de as van hun overledenen mee naar huis te nemen. Binnenkort gaat in Leuven immers een splinternieuwe begraafplaats open: Père Louis. Volgens Daems worden de graafwerken onderschat. Koen Meulenaere