In 1898 verscheen Tolstojs essay "Wat is Kunst?" Honderd jaar later is minder dan ooit duidelijk wat kunst is. Het antwoord dat de Russische schrijver gaf, liet aan duidelijkheid niets te wensen over maar viel niet in de smaak en werd genegeerd. Als om van de vraag verlost te zijn, mocht daarna àlles kunst zijn. Duchamps zette een fietswiel op een sokkel en werd beroemd. Rothko streek rode verf breeduit over een doek en bleek een genie te zijn. Sindsdien staan parken en musea vol tuig dat minder artistiek begaafde lieden naar het containerpark zouden dragen.
...

In 1898 verscheen Tolstojs essay "Wat is Kunst?" Honderd jaar later is minder dan ooit duidelijk wat kunst is. Het antwoord dat de Russische schrijver gaf, liet aan duidelijkheid niets te wensen over maar viel niet in de smaak en werd genegeerd. Als om van de vraag verlost te zijn, mocht daarna àlles kunst zijn. Duchamps zette een fietswiel op een sokkel en werd beroemd. Rothko streek rode verf breeduit over een doek en bleek een genie te zijn. Sindsdien staan parken en musea vol tuig dat minder artistiek begaafde lieden naar het containerpark zouden dragen. Het zij zo. Wat Tolstoj over kunst dacht, kan vandaag niet op meer bijval rekenen dan een eeuw geleden, alle postmoderne breeddenkendheid ten spijt. Kunst is, volgens de Rus, een activiteit die erin bestaat op een bewuste manier gevoelens over te brengen. Goede kunst, is kunst die gevoelens overdraagt die uit een religieuze overtuiging voortkomen. Zonder religie kan geen goede kunst bestaan. Het kerkelijke christendom, orthodox of katholiek, is echter niet geschikt om kunst voort te brengen, want het is een vervalsing van het ware christendom en kunst verdraagt geen valsheid. Goede kunst draagt de gevoelens van het èchte christendom uit, en die vloeien voort uit deze ene waarheid: dat alle mensen kinderen zijn van dezelfde goddelijke Vader, en dus dat alle mensen broeders zijn. Moeilijker dan dat is het niet. Het màg niet moeilijk zijn want goede kunst moet alle mensen kunnen bereiken, en niet slechts een opgeleide elite. Kunst is er voor werkende mensen. Boeren beleven nog de authentieke emoties en zijn daarom gevoelig voor kunst, terwijl stadslui die in weelde leven van kunst slechts vermaak verwachten. Eenvoudige mensen die niets van Goethe, Milton of Shakespeare begrijpen, hebben daarom gelijk. De werken van deze zogenaamde kunstenaars zijn obscuur en onoprecht, het zijn perversies van het ware leven, ongeschikt om christelijke gevoelens over te dragen. De figuren die zij opvoeren bestaan niet, de intriges zijn gefantaseerd, de emoties nagebootst. Niets dan duisternis ook bij Griekse schrijvers als Sophocles, Aischylos en Aristofanes, bij moderne dichters als Baudelaire en Verlaine, of bij een prozaschrijver als Maeterlinck. Componisten stichtten niet minder verwarring. Beethoven, Brahms, Schumann, Wagner brachten hoofdzakelijk onbegrijpelijke werken voort vol effectenjagerij en dubieuze bedoelingen. Schilders als Rafaël en Michelangelo bestaan dank zij de lof van critici, niet omdat ze kunst voortbrachten. DE VROLIJKE BOERINNEN ZINGENDie mening wijkt af van de gangbare. Tolstoj bekent tot de vaststelling te zijn gekomen dat ongeveer alles wat algemeen als kunst opgevat wordt, zelfs als goede kunst, géén kunst is maar een vervalsing of imitatie van kunst. Ook zijn eigen literaire werk vindt geen genade in zijn ogen. Met uitzondering van een tweetal korte verhalen verwerpt hij zijn hele oeuvre. Is er dan niets dat deugt? Zeker wel, en het hoeft niet ver gezocht te worden. Volkslegenden, sprookjes, de verhalen van Isaac, Jacob en Jozef in de bijbel, de profeten, de parabels van de evangeliën, dat is ware kunst. Deze verhalen zijn toegankelijk voor iedereen en brengen nobele gevoelens over. Ware kunst kan gemakkelijk van valse onderscheiden worden, want zij maakt zichzelf onmiddellijk kenbaar. Op een dag, toen hij in een neerslachtige stemming thuiskwam van een wandeling, hoorde Tolstoj een groep boerinnen zingen. De vrouwen vierden zijn dochter die pas getrouwd was en hen een bezoekje bracht. Uit het gezang klonk zoveel vreugde en vrolijkheid dat Tolstoj diep geroerd en met opgewekter gemoed zijn huis betrad. Ware kunst werkt aanstekelijk. Diezelfde avond bezocht een uitmuntend pianist het huis en speelde de sonate opus 101 van Beethoven. Na afloop prezen de aanwezigen het werk uitbundig hoewel op hun gezicht slechts verveling te lezen viel. Toen Tolstoj de vergelijking maakte met de zang van de boerinnen kreeg hij slechts meewarige blikken als antwoord. Toch wist hij dat de vrouwen ware kunst brachten en de sonate van Beethoven alleen maar een niet geslaagde poging tot kunst was. Op zijn zoektocht naar kunst doorploegde Tolstoj de werken van Zola, Kipling en vele anderen, en stootte dan op een verhaaltje van een onbekende Russische verteller. Een arme weduwe heeft met veel moeite wat witte bloem kunnen kopen. Wanneer ze even buiten gaat om gist te halen, pikt een kip al de bloem op. De verslagenheid is groot. De kinderen die tijdens de afwezigheid van de moeder op de bloem hadden moeten letten, krijgen een standje en huilen. De moeder, van zoveel kinderverdriet overstelpt, bakt dan maar een roggebrood en leert haar kroost het oude Russische spreekwoord dat zegt dat roggebrood de grootvader is van wit brood. Waarna de kinderen het uitkraaien van de pret. Terwijl de romans van Zola hem koud lieten, bewoog dit verhaal Tolstoj tot diep in het gemoed. Hier gaat het om echte gevoelens van echte mensen, begrijpelijk voor iedereen. Om diezelfde reden is ook "De Hut van Oom Tom" ware kunst, en de romans van Dostojevski, en "De Rovers" van Schiller, maar niet "Les Fleurs du Mal" van Baudelaire, niet de "Divina Commedia" van Dante, niet de drama's van Schakespeare, niet de Nibelungen van Wagner. FATAAL MENGSEL VAN EERLIJKHEID EN RADICALITEITWat is kunst? Men hoeft het niet eens te zijn met al de voorbeelden die Tolstoj geeft, om begrip te hebben voor zijn standpunt, of zelfs zijn mening te delen. Het antwoord dat hij geeft, is niet provocerend, ook niet naïef, alleen maar ongewoon eerlijk en radicaal. Zijn mening over kunst steunde op zijn religieuze overtuiging, en religie die eerlijk is, is radicaal. Eerlijkheid is echter gevaarlijk, en in combinatie met radicaliteit onvermijdelijk noodlottig. Wie zoveel deugd beoefent, moet die van de heldhaftigheid erbij nemen, want de verguizing kan dan niet veraf zijn. Vrijwel niemand heeft de oude beeldenstormer gevolgd. De twintigste eeuw verkondigde een andere opvatting. Dante en Shakespeare prijken nog op hun voetstuk. Beethoven wint het nog altijd van de boerinnen. Dat de productie van deze eeuw zelf niet op die van de bewonderde meesters lijkt, hindert niet. Want wat is kunst? Zolang niemand het weet, hoeft niemand zich over iets te verbazen.DOOR GERARD BODIFEE