Kunst en commercie, het is vaak een moeilijk huwelijk. De artistieke en economische logica zijn niet altijd met elkaar te verzoenen. Beducht voor de aantasting van hun artistieke vrijheid, kijken kunstenaars al sinds mensenheugenis met argusogen naar hun broodheren. Subsidies en sponsoring zijn meer dan welkom, maar dan wel op voorwaarde dat de kunstenaar ongestoord zijn ding mag blijven doen. Omgekeerd zijn overheden en bedrijven bereid om te investeren in kunst en cultuur, maar daar moet dan wel een economische of op zijn minst maatschappelijke return tegenover staan. Zakenlui houden de afmetingen van hun bedrijfslogo's op de affiches van door hen gesponsorde culturele evenementen nauwlettend in de gaten en cultuurministers hebben de mond vol van 'publieksbereik' en 'maatschappelijke relevantie'. Die behoedzame, wantrouwige en bijwijlen zelfs antagonistische verhouding tussen het kunstwereldje enerzijds en de politiek en het bedrijfsleven anderzijds heeft een brede kloof tussen beide doen ontstaan die geld alleen niet kan overbruggen.
...

Kunst en commercie, het is vaak een moeilijk huwelijk. De artistieke en economische logica zijn niet altijd met elkaar te verzoenen. Beducht voor de aantasting van hun artistieke vrijheid, kijken kunstenaars al sinds mensenheugenis met argusogen naar hun broodheren. Subsidies en sponsoring zijn meer dan welkom, maar dan wel op voorwaarde dat de kunstenaar ongestoord zijn ding mag blijven doen. Omgekeerd zijn overheden en bedrijven bereid om te investeren in kunst en cultuur, maar daar moet dan wel een economische of op zijn minst maatschappelijke return tegenover staan. Zakenlui houden de afmetingen van hun bedrijfslogo's op de affiches van door hen gesponsorde culturele evenementen nauwlettend in de gaten en cultuurministers hebben de mond vol van 'publieksbereik' en 'maatschappelijke relevantie'. Die behoedzame, wantrouwige en bijwijlen zelfs antagonistische verhouding tussen het kunstwereldje enerzijds en de politiek en het bedrijfsleven anderzijds heeft een brede kloof tussen beide doen ontstaan die geld alleen niet kan overbruggen. Maar het kan ook anders. De Duitse multinational Siemens wil bewijzen dat een commercieel bedrijf wel degelijk in staat is tot een artistiek engagement dat de louter uit commerciële motieven ingegeven sponsoring van kunst en cultuur overstijgt. Zo organiseert Siemens vanaf 17 februari in Gent Say it now!, een internationaal festival over spraak(technologie) en retoriek waaraan zo'n dertig artiesten deelnemen. Het bedrijf kwam daarvoor niet alleen met 50.000 euro over de brug, maar stelde samen met het Kunstencentrum Vooruit ook het concept en de affiche samen. Say it now! is een initiatief van het zogeheten Siemens Arts Program (SAP). Het SAP is een in 1987 door de toenmalige top van het Duitse familiebedrijf opgerichte artistieke cel die onder leiding staat van zes bekwame curators. De cel krijgt ongeveer 1,8 miljoen euro per jaar van Siemens en is net als de hoofdzetel van het bedrijf in München gevestigd. 'Toch wordt onze artistieke vrijheid gerespecteerd', verzekert Joachim Gerstmeier, de 39-jarige projectmanager podiumkunsten van het SAP en medecurator van Say it now!. 'Wij hebben onze eigen kantoren en vormen geen onderdeel van de marketingafdeling bij Siemens. Hoewel we onze artistieke projecten ter goedkeuring voorleggen aan de bedrijfsleiding, werken we die volledig autonoom uit.' Het SAP telt momenteel zes curators. Gerstmeier staat zelf in voor het luik podiumkunsten, twee curators zijn verantwoordelijk voor projecten beeldende kunst, één voor hedendaagse geschiedenis en één voor hedendaagse muziek. De zesde curator zorgt voor de interne bedrijfscommunicatie en moet de werknemers van Siemens warm maken voor kunst en cultuur. Aanvankelijk was het SAP alleen in Duitsland actief. Daarna volgden Rusland, de meeste Europese landen, China en de VS. In het Kunstencentrum Vooruit is men erg blij met het engagement van Siemens. ' Say it now! is de eerste concrete samenwerking tussen Siemens en een Belgisch kunstencentrum', zegt Barbara Raes, programmator podiumkunsten. Raes is vooral opgetogen over de multidisciplinaire aanpak van het project: 'Vooruit heeft geen artistiek directeur. Net als het SAP werken wij hier met zes programmatoren. Samen met Gerstmeier hebben we een genreoverschrijdend festival uitgewerkt waarin performances, concerten, literatuur en nieuwe media een boeiende kruisbestuiving opleveren. Siemens heeft zelf het initiatief genomen om hier een kunstenfestival te organiseren. Nadien zijn we samen op zoek gegaan naar een boeiend concept en de juiste kunstenaars. Siemens betaalde 50.000 euro, wij investeren met logistiek en personeel ongeveer evenveel. Met zo'n budget kon de Vooruit artistieke risico's nemen waarvoor we anders zouden terugdeinzen. Een handvol programmatoren, ruim dertig goedbetaalde artiesten, de medewerking van het SMAK en het NTG: ik hoef u niet te zeggen dat dat een artistieke meerwaarde oplevert. Eén plus één is in dit geval geen twee, maar drie! Zo'n samenwerking tussen het bedrijfsleven en de culturele sector is zeker voor herhaling vatbaar.' Ook Gerstmeier is tevreden over de samenwerking: 'Het SAP wil een brug slaan tussen het bedrijfsleven en de hedendaagse kunstwereld. Ik denk dat dat ons in Gent gelukt is. Gewoonlijk kloppen cultuurhuizen aan bij bedrijven om steun te vragen. Wij draaien de zaken om. We kopen ons echter niet in: we vragen aan de cultuurhuizen om ook zelf centen op tafel te leggen en garanderen hen een onafhankelijke artistieke koers. We willen evenmin in de plaats treden van de subsidiërende overheden; die hebben immers hun eigen verantwoordelijkheid en mogen de kunst niet overleveren aan de vrije markt. Toch willen we als innoverend technologiebedrijf een bescheiden steentje bijdragen aan de ontwikkeling van vernieuwende kunst- en cultuurvormen.'De Telegraphen-Bauanstalt von Siemens & Halske werd in 1847 door de Duitse uitvinder en zakenman Werner von Siemens opgericht in een klein Berlijns atelier. Bijna 160 jaar later is Siemens AG uitgegroeid tot een van de grootste bedrijven ter wereld. De multinational is actief in 190 landen en heeft wereldwijd bijna 470.000 werknemers. Siemens produceert onder meer computers, lampen, huishoudelijke en medische apparatuur, maar is ook actief in de financiële wereld, op de energiemarkt en als vastgoedmakelaar. Hoewel de nazaten van Werner von Siemens zich vandaag niet meer bezighouden met de dagelijkse leiding van Siemens AG, hebben ze toch een stempel gedrukt op het familiebedrijf. De familie Siemens is altijd een kunstminnende familie geweest. En dat het bedrijf tegenwoordig via zijn artistieke cel flink wat centen veil heeft voor hedendaagse kunst, is mede te danken aan het artistieke engagement van voormalige roergangers zoals Ernst von Siemens. Hij richtte in 1972 de naar hem vernoemde muziekstichting op, die compositieopdrachten geeft en een jaarlijkse prijs van 150.000 euro uitkeert. Elf jaar later hield hij een kunststichting boven de doopvont, die musea steunt bij de aankoop van kunstwerken. En sinds 1987 is er dus het SAP. Met haar vrijgevigheid schaart de familie Siemens zich in het selecte, want dunbevolkte rijtje van moderne mecenassen die de kunsten een warm hart toedragen. Bedrijfssponsoring is weliswaar niet nieuw; het is een hedendaagse variant op het eeuwenoude particuliere kunstinitiatief in al zijn vormen (mecenaat, patronage, kunsthandel). Via sponsoring tonen bedrijven hun rijkdom en macht om zich met de 'nutteloze' schoonheid van de kunst in te laten. Maar daar zit tegenwoordig meestal een economische calculus achter: sponsoring draagt immers bij tot de naambekendheid van het bedrijf. De manier waarop Siemens de hedendaagse kunsten steunt, heeft echter meer gemeen met de klassieke wijze waarop aristocratische mecenassen eeuwen geleden te werk gingen dan met moderne marketingtechnieken. Voor de economische logica van een sponsor is een concert of toneelstuk in wezen niets meer dan een artistiek verantwoorde reclamecampagne. Een mecenas daarentegen gebruikt zijn geld om de kunst van zijn tijd nieuw leven in te blazen. Cosimo de Oude bijvoorbeeld, een telg uit het beroemde patriciërsgeslacht De Medici, spendeerde in de vijftiende eeuw een fortuin aan de bouw van de San Lorenzokerk en de Bibliotheca Laurenziana in Firenze. Onder impuls van zijn kleinzoon Lorenzo il Magnifico (zelf een niet onverdienstelijk dichter) kwam de renaissance pas echt tot bloei. Leonardo Da Vinci, Donatello en Buonarroti, allemaal hebben ze kunnen profiteren van Lorenzo's goede smaak en gulle hand. Het kunsthistorisch belang van de familie Siemens verbleekt natuurlijk in het licht van dat van De Medici's. Maar met het SAP heeft Siemens niettemin een alternatieve financieringsbron voor de hedendaagse kunst aangeboord. Hier geen onzekere overheidstoelagen waaraan gortdroge subsidiedossiers of precaire beheersovereenkomsten verbonden zijn, evenmin gênante aalmoezen van bedrijven wier belangen haaks staan op die van hun 'afgekochte' kunstenaars, maar een royaal budget en een flexibel team van deskundige curators met wie creatief samen te werken valt. Kunst is voor moderne mecenassen als Siemens letterlijk en figuurlijk een avontuurlijke onderneming. En dat dit avontuur voor de multinational tegelijk wat extra publiciteit oplevert, is natuurlijk mooi meegenomen. MEER INFO: WWW.SIEMENSARTSPROGRAM.COMJOERI NAÂNAÏ