Een cultureel centrum, anderhalf jaar geleden, ergens in Vlaanderen. Een kopstuk van Agalev loopt de nog lege, stikdonkere theaterzaal in en roept: "Paars!" Het was om even te oefenen, want toen mocht het p-woord nog niet hardop worden uitgesproken. Even later zitten in de foyer mandatarissen van SP, VLD en Agalev bijeen. Ze zijn er toevallig samen voor een openbaar debat en die van CVP en VU zijn al even toevallig nog niet gearriveerd. De gesprekken gaan al snel over dat paars, waar het goed voor is, hoe het zou moeten of kunnen. Migrantenstemrecht bijvoorbeeld, daar begint een lange, bijna filosofische discussie over, want de meningsverschillen zijn groot.
...

Een cultureel centrum, anderhalf jaar geleden, ergens in Vlaanderen. Een kopstuk van Agalev loopt de nog lege, stikdonkere theaterzaal in en roept: "Paars!" Het was om even te oefenen, want toen mocht het p-woord nog niet hardop worden uitgesproken. Even later zitten in de foyer mandatarissen van SP, VLD en Agalev bijeen. Ze zijn er toevallig samen voor een openbaar debat en die van CVP en VU zijn al even toevallig nog niet gearriveerd. De gesprekken gaan al snel over dat paars, waar het goed voor is, hoe het zou moeten of kunnen. Migrantenstemrecht bijvoorbeeld, daar begint een lange, bijna filosofische discussie over, want de meningsverschillen zijn groot."Paars" ligt dan nog veraf. Er wordt over gesproken met dezelfde vrijblijvende ernst als die waarmee anderen fantaseren over wat ze zouden doen indien ze de Lotto wonnen. Het gesprek neemt maar op één moment een tactische wending: wanneer de christelijke zuil ter sprake komt. Louis Tobback (SP) heeft gelijk, heet het. Paars heeft minder te vrezen van de parlementaire oppositie van de CVP dan van de institutionele weerstand, het verzet, mogelijk de sabotage vanuit de vele geledingen van de machtige katholieke zuil. Daarom, zo luidt de conclusie, moet paars - ooit, later eens - erop letten om nooit de schijn tegen te krijgen, om nooit zelfs maar de indruk te wekken dat het door vrijzinnige of antikatholieke motieven zou zijn bezield. De christelijke zuil mag dus niet te mopperen hebben en zeker geen voorwendselen toegeschoven krijgen om voor de obstructie te kiezen. Ze zal daarom met overheidsmanna worden overspoeld en vooral het katholieke schooltje zal geen strobreed in de weg worden gelegd. Dat schooltje bezit namelijk symboolwaarde. De enige historische referentie voor paars is immers 1954, toen de CVP voor de oppositie koos en de socialist Achille Van Acker een inderdaad "vrijzinnige" regering met de liberalen vormde. Het kabinet profileerde zich met een offensieve onderwijspolitiek, die de toenmalige rijksscholen meer armslag gaf in de concurrentiestrijd met het sterke katholieke onderwijs. Het vrije net mobiliseerde toen, samen met de andere katholieke zuilorganisaties, massaal voor grote betogingen om "de ziel van het kind" te redden. De hele heisa eindigde in 1958 in een klassiek compromis, het Schoolpact. GELD, JOBS, MACHTHet onderwijs, of liever de ideologische controle erop, was al sinds 1830 het sluitstuk van de ideologische en dus politieke verhoudingen in België. Met een boutade mag het zelfs heten dat België is ontstaan om de katholieke scholen te vrijwaren. Inmiddels heeft het postmoderne levensgevoel de scherpste ideologische tegenstellingen evenwel doen wegdeemsteren. Het onderwijs bleek steeds minder een politiek twistpunt. Zelfs het Schoolpact werd feitelijk opgedoekt. Maar vervluchtigde de ideologie, de betekenis van het onderwijs bleef; het kost honderden miljarden frank per jaar, en dat betekent: subsidies, jobs, macht. De schoolstrijd kwam weer in de herinnering toen na de jongste verkiezingen onverwachts toch een regering zonder de CVP ontstond, hoewel dat paars bitter weinig te maken heeft met de motieven van de regering-Van Acker destijds. Maar de symboliek kwam al bovendrijven toen de nieuwe coalitie nog maar in de steigers stond en het Vlaams Secretariaat voor het Katholiek Onderwijs (VSKO) - de "Guimardstraat" - liet blijken dat het er niet gerust op was. "De CVP deelt die vrees niet", zegt CVP-onderwijsspecialist Luc Martens, tot voor kort minister van Cultuur en hoofd van de CVP-onderwijscel in de Vlaamse regering. "Het is ook achterhaald om de CVP te zien als de bewaker van de belangen van het katholiek onderwijs." Dat laatste zou ook moeilijk kunnen, aangezien het marktaandeel van de katholieke scholen (rond de 75 procent) niet meer in verhouding staat tot dat van de CVP (amper goed voor 20 procent). Dat vindt ook VLD-voorzitter Karel De Gucht: "Uit eigen ervaring weet ik dat de vrije scholen geen CVP-scholen zijn, noch in hun personeel, noch in hun schoolbevolking." Toch bleef de CVP de geprivilegieerde politieke gesprekspartner van het VSKO. Tijdens de vorige regeringsperiode hield het zo om de zes weken topberaad met onder anderen toenmalig senaatsvoorzitter Frank Swaelen, minister-president Luc Van den Brande, Cultuurminister Martens, enkele CVP-leden van het Vlaams parlement en Georges Monard, de CVP-gezinde secretaris-generaal van het departement Onderwijs. En nauwelijks was de nieuwe Vlaamse regering geïnstalleerd of er ontplofte al een bommetje. Gemeenten blijken het verstrekken van onderwijs niet meer tot hun opdracht te rekenen en dragen hun scholen steeds vaker over aan het katholieke net. Moeten zij dan alleen nog de katholieke godsdienst doceren? Natuurlijk, vindt het VSKO. Maar de vier coalitiepartners in de nieuwe Vlaamse regering denken daar anders over: de leerlingen in die scholen moeten nog altijd kunnen kiezen uit een pluralistisch pakket van cursussen godsdienst (en niet alleen de katholieke) en zedenleer. Karel De Gucht, die zich in deze kwestie sterk maakte, acht dat vanzelfsprekend: "De hele gemeenschap heeft altijd in die scholen geïnvesteerd, ze hebben altijd voor iedereen opengestaan. Het onderwijslandschap staat nu al onder druk omdat één speler tachtig procent van de markt bezet. Het mag niet verder verschralen doordat gemeentescholen hun open karakter zouden verliezen. Als het vrij onderwijs dat niet wil aanvaarden, moet het maar van die scholen afblijven." Eind vorige week volgde een tweede incident. Wanneer vastbenoemde leerkrachten overtallig worden, kunnen zij naar een andere school worden overgeplaatst ("gereaffecteerd"). Volgens een besluit van de vorige Vlaamse regering (dus mét CVP-ministers), dat overigens een uitloper was van een syndicaal akkoord, beslist een commissie over deze reaffectaties. De Raad van State heeft dat besluit overigens zopas zijn zegen gegeven (de Raad voor Taaladvies trouwens ook) en op 31 augustus zal de nieuwe regering het ongetwijfeld bekrachtigen, kwestie van de gemaakte afspraken met onder andere de vakbonden na te komen.DE CVP IS WAAKZAAMDaar wil pater Toon Boone, bij het VSKO verantwoordelijk voor het secundair onderwijs, niet van horen. Het vrij onderwijs wil de volledige autonomie bewaren bij de keuze van wie in het vrije net komt lesgeven en kan dat niet zomaar aan de reaffectatiecommissie overlaten. Het is zaak, zo suggereerde Het Volk vrijdag, de krant waarin Boone zijn ongenoegen liet blijken, dat "atheïsten" het "katholieke opvoedingsproject" niet komen verstoren. Die kritiek viel niet in goede aarde bij minister van Onderwijs Marleen Vanderpoorten (VLD). Zij had over de zaak immers al een gesprek gehad met Boone en kanunnik André De Wolf, directeur-generaal van het VSKO. Zij benadrukte dat ze zich aan de bestaande afspraken te houden had, maar dat een discussie altijd mogelijk bleef. Het was de minister bovendien liever geweest had het VSKO gewacht met zijn kritiek tot zij haar intenties had kunnen formuleren via de Septemberverklaring van de Vlaamse regering en in haar eigen beleidsbrief. Wij willen geen nieuwe schooloorlog, zo heet het overal. Maar het conflict lijkt zich welhaast bij wijze van self-fulfilling prophecy aan te melden. Het regeerakkoord, zo geeft Luc Martens toe, geeft nu reeds reden tot waakzaamheid. "Er wordt bij herhaling gepleit voor openheid en pluralisme", zegt hij, "en daar zijn wij ook voor, maar niet wanneer dat zich keert tegen elk gekleurd, levensbeschouwelijk initiatief." Daar ligt de essentie van de zaak. Het overheidsinitiatief opteert voor het interne pluralisme, waarbij alle filosofische overtuigingen binnen de school aan bod kunnen komen. De vrije scholen berusten daarentegen op het principe van het externe pluralisme, het naast elkaar bestaan van scholen met, zoals dat in het onderwijsjargon heet, een verschillend "karakter", katholieke en andere. Het Vlaamse onderwijslandschap bewaart de schoolvrede door een evenwicht in die opties te zoeken. De volwaardige, intern-pluralistische school, een kortstondige droom uit de vroege jaren '70, heeft in Vlaanderen nooit een voedingsbodem gevonden, bij gebrek aan politieke wil daartoe. VLD-voorzitter De Gucht, die de vorige regering herhaaldelijk heeft verweten dat ze al te veel toegevingen deed aan het vrij onderwijs, wil, als goed liberaal, binnen dat model van het externe pluralisme een reële keuzemogelijkheid gegarandeerd zien. Hij beschouwt de sterke machtspositie van het vrij onderwijs in het scholenaanbod als een beletsel daarvoor. Op een bepaalde manier valt Luc Martens hem daarin zelfs bij, zij het om geheel andere redenen. "Het katholiek onderwijs moet zich niet te veel op sleeptouw laten nemen door het verlangen naar marktmaximalisatie", vindt hij. "Dat kan contraproductief werken. Want dan sturen de ouders hun kinderen naar de vrije scholen omwille van de kwaliteit - of wat zij zich daarvan voorstellen - die ze er denken te vinden. En niet om levensbeschouwelijke redenen. Daardoor dreigt de eigenheid van die scholen te verwateren."Marc Reynebeau