Dat Kristien Hemmerechts voor haar eerste artikel meteen zes bladzijden kreeg toegewezen, terwijl alle andere Knackredacteurs moeten bedelen voor één, en het dan nog lijkt alsof elke letter die zij schrijven schade toebrengt aan het imago van het blad, is slecht gevallen. Zeker omdat in datzelfde nummer een andere debutant, Geert Van Istendael, er prompt drie kreeg. Die verhouding onderling mag dan min of meer kloppen met de kwaliteit van de beide auteurs, in vergelijking met de ruimte die de reguliere cheffen en redacteurs wordt toegemeten was ze danig scheefgetrokken.
...

Dat Kristien Hemmerechts voor haar eerste artikel meteen zes bladzijden kreeg toegewezen, terwijl alle andere Knackredacteurs moeten bedelen voor één, en het dan nog lijkt alsof elke letter die zij schrijven schade toebrengt aan het imago van het blad, is slecht gevallen. Zeker omdat in datzelfde nummer een andere debutant, Geert Van Istendael, er prompt drie kreeg. Die verhouding onderling mag dan min of meer kloppen met de kwaliteit van de beide auteurs, in vergelijking met de ruimte die de reguliere cheffen en redacteurs wordt toegemeten was ze danig scheefgetrokken. Op de vorige redactievergadering klonk het protest luid door. Het werd onder het tapijt geveegd door onze chef-Wetstraat die, sinds hij hoofdredacteur is, een totaal ander mens is geworden. Begripvoller, en zelfs sociaal meevoelend. Behalve met ons. Ruimdenkender ook. Duldde vier neoliberalen op de cover, en ging persoonlijk de asielzoekers in de kerken een hart onder de riem steken. Dit was vroeger ondenkbaar. Asielzoekers uit de kerk wegjagen... ja, dat was iets voor onze chef-Wetstraat. Als hij een kerk binnenstapte, was het om discreet met de Heer te confereren. Of om schallend op zijn tuba het requiem enig volume bij te zetten. Maar niet om er geconfronteerd te worden met een bende veelkleurige wildkampeerders. Gebukt onder zijn nieuwe verantwoordelijkheden evenwel, lezen wij nu plotseling: "De slordigheid en het cynisme waarmee de overheid omspringt met de verworpenen der aarde is stuitend." Haha, onze chef-Wetstraat! Marxist geworden. Dat ook eens iemand anders dan Chris De Stoop het in Knack voor de armen opnam, stoorde niemand. Maar tussen dat en ineens zes pagina's aan Kristien Hemmerechts geven, is een groot verschil. Het zat er dus bovenarms op. Zeker toen onze chef-Wetstraat, een beetje overdrijvend in zijn nieuwe roeping, uit zijn slof schoot: "Maar die vrouw heeft veel verdriet gehad. Leest gij geen kranten misschien? Kijkt ge geen radio, of luistert ge niet naar de televisie? Het is, me dunkt, uitgebreid aan bod gekomen." Zeg dat wel, dat het leed van mevrouw Hemmerechts uitgebreid aan bod is gekomen. Wij hebben het eens op een zaterdagnamiddag op de radio aangehoord van in Ternat tot voorbij Jabbeke. Rond Brugge waren wij zelf in tranen. Maar, niet iedereen is even gevoelig. Aangezien hij van zijn eigen rubriek twee bladzijden aan Hemmerechts en één aan Van Istendael had moeten afstaan, veerde onze chef-economie als eerste boos recht: "Oh, maar als dat het criterium is, ik heb ook veel verdriet gehad. Ik eis dus deze week vier pagina's bij." Ook andere cheffen maakten zich op om in snikken uit te barsten. Onze chef-Wetstraat was niet onder de indruk: "Verdriet? Gij, verdriet? Is er weer een kalf gestorven misschien?" Dat was erop. Lezers van deze rubriek weten dat onze chef-economie een uitgebreid assortiment dieren kweekt, in afwachting van de fatale beurscrash en de daaropvolgende derde wereldoorlog. Zelf beweert hij dat hij van die dieren houdt. Daarom kreeg hij begin oktober van onze chef-Wetstraat, toen die nog poogde zich als nieuwe baas niet alleen gevreesd maar ook geliefd te maken, vier dagen rouwverlof nadat zijn schaap was overleden. Tot een week later uitkwam dat hij het zelf had geslacht en opgegeten. Despiegelaere kon zo gauw niets treurigs bedenken, maar kreeg steun van zijn collega van wetenschappen, zelf pas op het matje geroepen omdat er, onder het mom van wetenschappelijke terminologie, te veel scabreuze details in zijn artikels stonden. "En de manier waarop uw vriendin met die aap poseert op de kaft van uw nieuw boekske, bevalt me evenmin", had Van Cauwelaert eraan toegevoegd, fijntjes alluderend op enkele opvallende anatomische details van de bonobo in kwestie. Draulans had dit node geslikt, al was dat van die aap uiteraard ook hem niet ontgaan. Met het reisverhaal van Kristien Hemmerechts zag hij zijn kans schoon. "Mag ik even citeren", snauwde hij met overslaande stem. "Ik zie mensen in het openbaar pissen, overgeven, slijm uitspuwen. De kakkende Indiër is uit het straatbeeld verdwenen, maar stranden zijn nog altijd geliefde kakplaatsen. Zelf veeg ik mijn kont af met wc-papier en met mijn rechterhand, waarmee ik nadien eet en de liefde bedrijf. En, o summum van bezoedeling, ik menstrueer. Einde citaat. En zo zes bladzijden lang. Hoe noemt ge dat? Zullen we de 'n' alvast uit onze titel weren?" Onze chef-Wetstraat had vanzelfsprekend dat stuk van Hemmerechts niet gelezen, aan elke nieuwe job zijn grenzen. Het was er ingesluisd door Piet Piryns, die preventief de meest scatologische passages al wat gefatsoeneerd had. Van Cauwelaert geloofde nauwelijks wat hij hoorde. "Wel?" herhaalde onze chef-wetenschappen, die de overwinning binnen schot wist. Onze chef-Wetstraat was even aangeslagen, maar speelde toen zijn laatste troef uit: "Dat is literatuur jongen. Dat zijn letterkundige metaforen, die we in uw boeken helaas niet vaak aantreffen." Daarmee waande hij zich weer de overwinnaar. Maar ook dat genoegen was van korte duur, want onze chef-boeken legde met een afgemeten gebaar de "Agusta-crash" op tafel, en vroeg aandacht voor enkele merkwaardige alinea's. Waarna onze chef-Wetstraat dan weer "Het klauwen van de leeuw" uit zijn boekentas toverde, en er twee minuten later als vanouds werd gevochten. Kristien Hemmerechts schreef ooit het Knack-kerstverhaal. Over Leopold en Kaatje. Mensen toch, wat daar allemaal in stond! Laten wij het terwille van de goede smaak cryptisch samenvatten: het is niet voor de hygiënische gebruiken van figuren als Leopold en Kaatje, dat Constant Wolfgang Schneider het chemisch toilet heeft uitgevonden. Goed, het was nog vóór de Commissie Verwilghen, maar niettemin. Wij herinneren ons de reactie van onze chef-Wetstraat toen hij deze "vuilschrijverij" onder de neus van onze directeur zaliger ging duwen: "Sus, waar hebt ge in 's hemelsnaam die vieze marsjoefel opgeduikeld?" O tempora, o mores. Koen Meulenaere