Het is met ge-mengde gevoelens dat de Europese leiders tegen de tweede ambtstermijn van de Amerikaanse president George W. Bush aankijken: met gematigd optimisme, maar ook met een zekere gelatenheid. Een gevoel dat je als volgt zou kunnen samenvatten: 'Het goede nieuws voor de transatlantische relaties komt van het slechte nieuws in Bagdad: Bush kan ons niet langer minachten of negeren, want hij heeft ons, alsook de internationale gemeenschap in haar geheel, broodnodig.'
...

Het is met ge-mengde gevoelens dat de Europese leiders tegen de tweede ambtstermijn van de Amerikaanse president George W. Bush aankijken: met gematigd optimisme, maar ook met een zekere gelatenheid. Een gevoel dat je als volgt zou kunnen samenvatten: 'Het goede nieuws voor de transatlantische relaties komt van het slechte nieuws in Bagdad: Bush kan ons niet langer minachten of negeren, want hij heeft ons, alsook de internationale gemeenschap in haar geheel, broodnodig.'De leiders zijn allemaal dezelfde gebleven: Bush, zijn Franse collega Jacques Chirac en de Britse premier Tony Blair zijn nog steeds op post. En zowel aan Amerikaanse als aan Europese zijde bestaat een zekere bereidwilligheid. Maar de feiten zien er compleet anders uit. In Georgië en Rusland triomfeerde de democratie, er was de dood van de Palestijnse president Yasser Arafat, er is de trieste situatie in Irak, er waren de tsunami's. Gebeurtenissen genoeg die erop wijzen dat Amerika en Europa diplomatiek en humanitair eigenlijk op één lijn zitten. En dat ze in feite zelfs beter af zouden zijn als ze zouden samenwerken, als ze opnieuw normale relaties zouden aanknopen. Trouwens, hebben de tsunami's ons niet verplicht om ons als 'burgers van de planeet' te gedragen, en zo onze onbeduidende verdeeldheid te relativeren? Gaan we even dieper in op het voorbeeld van Irak. In Bagdad hebben de transatlantische verhoudingen grote schade opgelopen. En de sleutel om ze te herstellen ligt wellicht in Jeruzalem. Als Amerika het respect van de wereld wil terugwinnen, zal het land - met de hulp van Europa - zwaar moeten investeren in een oplossing van het probleem in het Midden-Oosten. Er zijn natuurlijk wel mogelijkheden: de dood van Yasser Arafat geeft het vredesproces een nieuwe kans. Maar iedereen is moegestreden, en dus zullen de vredesgesprekken moeten worden aangemoedigd. Als ze de nieuwe Palestijnse president Mahmoud Abbas en de Israëlische premier Ariel Sharon willen steunen in hun strijd tegen het extremis-me, moeten Europa en de Verenigde Staten samenwerken en elk hun eigen invloed aanwenden. Washington tegen-over Israël, en Europa tegenover de Palestijnen. Het is een waardevol doel. Maar er zal méér nodig zijn dan een tocht door het moeras om het Westen opnieuw uit te vinden. De herverkiezing van Bush heeft voor veel Europeanen immers bevestigd dat Amerika een vreemde plek is - een land waarvan de keuzes onvoorspelbaar zijn en moeilijk te verstaan. En dat blijkt ook uit de houding van Washington tegenover Europa: de Amerikanen verwaarlozen Europa en tegelijk raken ze erdoor geïrriteerd. Als de toekomst dan toch in Azië te vinden is, en de grootste uitdagingen in het Midden-Oosten liggen: waarom zou iemand zich nog druk maken over een continent, dat - door de vergrijzing van zijn bevolking - zelfs niet langer het 'land van onze voorvaderen' is? Het ziet ernaar uit dat Amerika onder Bush-II een radicaler binnenlands beleid zal voeren en een meer gematigde buitenlandse politiek. Maar dat kan de transatlantische spanningen niet temperen. Akkoord, vroeg of laat zullen de negatieve en soms hevige emoties die door de crisis in Irak nog werden aangewakkerd, wel verzwakken. Maar het klimaat van vertrouwen en samenwerking dat de relaties ooit kenmerkte, komt nooit meer terug. © Newsweek DOMINIQUE MOISI