Op 17 december stak de 26-jarige Mohammed Bouazizi zich in brand. De jonge Tunesische universitair vond geen werk en om toch aan inkomsten te raken verkocht hij zonder vergunning wat groenten en fruit. Toen de autoriteiten zijn stalletje aansloegen, werd hij wanhopig, hij overgoot zichzelf met benzine en stak zichzelf in brand. Dat wordt gezien als het begin van volksopstanden in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, die de olieprijs de hoogte zouden injagen. Een vat olie kostte begin december 90 dollar, nu zitten we al rond de 115 dollar. Vooral toen het regime van kolonel Muammar Khaddafi begon te wankelen, steeg de olieprijs met rasse schreden, nadat eerder Ben Ali in Tunesië en Hosni Mubarak in Egypte hadden moeten aftreden.
...

Op 17 december stak de 26-jarige Mohammed Bouazizi zich in brand. De jonge Tunesische universitair vond geen werk en om toch aan inkomsten te raken verkocht hij zonder vergunning wat groenten en fruit. Toen de autoriteiten zijn stalletje aansloegen, werd hij wanhopig, hij overgoot zichzelf met benzine en stak zichzelf in brand. Dat wordt gezien als het begin van volksopstanden in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, die de olieprijs de hoogte zouden injagen. Een vat olie kostte begin december 90 dollar, nu zitten we al rond de 115 dollar. Vooral toen het regime van kolonel Muammar Khaddafi begon te wankelen, steeg de olieprijs met rasse schreden, nadat eerder Ben Ali in Tunesië en Hosni Mubarak in Egypte hadden moeten aftreden. Libië, goed voor 2 procent van de wereldwijde olieproductie, was dan ook het eerste grote olie-exporte-rende land dat ten prooi viel aan chaos. De olieproductie viel er grotendeels stil, maar meteen sprong Saudi-Arabië bij, zodat er nergens een tekort dreigde. Analisten wijzen erop dat de onlusten in de Arabische wereld tot nu toe maar een beperkte rol hebben gespeeld in de klimmende olieprijs. 'Volgens mijn berekeningen zijn die volksopstanden verantwoordelijk voor 20 dollar van de olieprijsstijging', zegt Thijs Van de Graaf, onderzoeker internationale energiepolitiek aan de Universiteit Gent. Natuurlijk drijft de zenuwachtigheid over de toestand in die regio de olieprijs omhoog. Er wordt niet alleen gekeken naar de politieke stabiliteit, maar ook naar het stilvallen van de olieproductie en -raffinage, of de pijpleidingen intact blijven, of havens nog veilig kunnen worden aangedaan, enzovoort. Cruciaal is hoe de situatie evolueert rond de Straat van Hormuz, die de Perzische Golf verbindt met de Indische Oceaan. Het is de enige zeevaartroute waarlangs olie uit Koeweit, Irak, Iran, Saudi-Arabië, Bahrein en Qatar kan worden getransporteerd. Een vijfde van de wereldwijde olietoevoer passeert er. Daarmee is de Straat van Hormuz de drukst bevaren olieroute ter wereld. Ze wordt gecontroleerd door Iran en Oman, twee landen waar de jongste weken ook al mensen op straat kwamen om hervormingen te eisen. Hoe het in die landen verder loopt, is dan ook van het allergrootste belang voor de olieprijs. Een andere hamvraag is of de volksopstanden zullen overslaan naar Saudi-Arabië, de grootste olieproducent ter wereld, die ook de belangrijkste oliereserves bezit. Ondanks de onmetelijke rijkdom van dat land heerst er onvrede onder de bevolking. Volgens de officiële statistieken is 10 procent er werkloos. De jongerenbevolking groeit er snel en sommige schattingen zeggen dat bijna 30 procent van hen zonder baan zit. De strenge religieuze wetten en het gebrek aan democratie wekken er ook veel wrevel op. Na de omwentelingen in Tunesië en Egypte kondigde de 86-jarige koning Abdullah van Saudi-Arabië al snel een reeks economische en sociale maatregelen aan ter waarde van 37 miljard dollar. Dat is niet zo moeilijk als het geld dankzij de stijgende olieprijs rijkelijk binnenstroomt. Studenten en werklozen zouden nu financiële steun gaan krijgen en ambtenaren een salarisverhoging van 15 procent. Over politieke hervormingen werd niet gerept. Of de beloofde maatregelen zullen volstaan om te voorkomen dat de onrust ook in het belangrijkste olieproducerende land ter wereld uitbreekt? Heel wat analisten hebben daarover hun twijfels. En wat als de vonk overslaat? 'Als er onrust uitbreekt in Saudi-Arabië is er geen plafond meer voor de olieprijs. Dan kunnen we afstevenen op een hartinfarct voor de wereldeconomie', zegt Van de Graaf. 'Uiteraard dreigt er een serieus probleem als de Saudische olieproductie in gevaar zou komen', meent Paul Aarts, docent internationale betrekkingen aan de Universiteit van Amsterdam. Een vat olie kan dan 200 dollar kosten. 'Dan heeft de wereld, net bezig met een voorzichtig herstel van de economische crisis, een levensgroot probleem', stelt Aarts, maar hij wijst er ook op dat het stilvallen van de olieproductie ook Saudi-Arabië zélf veel pijn zal doen: 'Dat zal er, wie er ook de controle heeft over de Saudische olie, voor zorgen dat na verloop van tijd zaken weer back to normal zullen gaan. Je kunt olie immers niet drinken en verkopen is de meest voor de hand liggende manier om geld te verdienen.'