Het belang van Berlijn?

Afrika werd niet verdeeld tijdens het Congres van Berlijn in 1885. De onderhandelingen moesten net een halt toeroepen aan de toenemende Europese competitie over Afrikaans grondgebied. Vrijhandelsclausules gaven alle deelnemende landen toegang tot de Afrikaanse markt. Territoria innemen om commerciële redenen was dus niet meer nodig. Toch zouden Europese kolonisatoren Afrika stap voor stap verdelen in de decennia na het Berlijns Congres.
...

Afrika werd niet verdeeld tijdens het Congres van Berlijn in 1885. De onderhandelingen moesten net een halt toeroepen aan de toenemende Europese competitie over Afrikaans grondgebied. Vrijhandelsclausules gaven alle deelnemende landen toegang tot de Afrikaanse markt. Territoria innemen om commerciële redenen was dus niet meer nodig. Toch zouden Europese kolonisatoren Afrika stap voor stap verdelen in de decennia na het Berlijns Congres.Het lot van Congo werd gelijktijdig met het Congres van Berlijn bepaald. Een reeks bilaterale onderhandelingen maakten van Leopold koning van Kongo-Vrijstaat. Welk gebied hij exact bestuurde, zou de tijd uitwijzen.Voor Europa was Congo grotendeels onbekend terrein in 1885. Slechts een handvol Europeanen hadden het gebied doorkruist. De kaart van Congo was leeg, op een paar meren en rivieren na. Bij gebrek aan beter had de Vrijstaat voornamelijk lengte- en breedtegraden gekregen als grens. Leopold regeerde aanvankelijk over een vierkant territorium in het hart van Afrika. Expedities zouden de kaart van Congo inkleuren en de toekomstige grenzen bepalen.Leopold was overtuigd van het simplistische idee dat een groter koloniaal gebied meer opbrengsten genereerde. Daarom zond hij verkenningsexpedities naar alle uithoeken van Congo. Die expedities moesten zoveel mogelijk gebieden inpalmen. Dat deden ze door verdragen te sluiten met Congolese leiders. Leopold negeerde bestaande grensafspraken met naburige kolonies of interpreteerde ze in zijn voordeel. Snelheid was cruciaal. Hij wilde zijn buren voor een voldongen feit stellen.Leopolds bezettingspolitiek bracht hem in het vaarwater van zijn buren. In 1889 kwam de Vrijstaat in conflict met Frankrijk. Het noorden van Congo was rijk aan ivoor. Leopolds expedities eisten heel het gebied op, ook grote stukken die bij Frans Congo hoorden. Frankrijk zond soldaten. Spanningen liepen hoog op. Beide partijen raakten regelmatig slaags. Leopold bond pas in toen Frankrijk een groot leger stuurde om de regio te veroveren. Vanaf 1894 vormden de rivieren Ubangi en Mbomu de nieuwe noordelijke grens van de Vrijstaat.Ook Portugal kreeg te maken met Leopolds ambities. De koning aasde op het rubber van het Lunda-rijk. Daarom eiste hij grote delen van het Kwango-bekken en het Kasaï-bekken op. De Vrijstaat sloot verdragen met lokale leiders. De Portugezen deden hetzelfde. Het kwam echter nooit tot schermutselingen zoals met Frankrijk. Al in 1891 sloten Portugal en Leopold een tijdelijk grensverdrag. In 1893 bepaalde een gezamenlijke expeditie de definitieve grens. Daardoor boekte de Vrijstaat enorme terreinwinst zuidwaarts.In Katanga botste Leopold op de ambities van het Britse rijk. De regio was rijk aan mineralen zoals koper. De Vrijstaat had niet de middelen om de afgelegen regio effectief te bezetten. Als snel verschenen er kapers op de kust. De British South Africa Company van Cecile Rhodes bestuurde Brits Centraal-Afrika. Rhodes' oog viel ook op Katanga. Tevergeefs probeerde hij de lokale vorst Msiri te overtuigen om zich bij de Britten aan te sluiten. In 1891 bereikten Leopolds mannen eindelijk Katanga. Ze vermoordden Msiri en bezetten zijn rijk. In 1894 bevestigde een nieuw grensverdrag met Groot-Brittannië Leopolds rechten op de koperrijke regio.In Katanga stonden de Vrijstaat en het Britse rijk tegenover elkaar. In het noordoosten van Congo werkten beide partijen echter nauw samen tegen de Franse expansie en tegen de islamitische Mahdilegers die zich verzetten tegen het Egyptisch-Britse gezag in Sudan. Het Verenigd Koninkrijk gaf Leopold een gigantisch ivoorrijk gebied langs de Nijl in pacht: de zogenaamde Lado-enclave. Na Leopolds dood ging die enclave terug naar Sudan.Met Duits Oost-Afrika kwam Leopold nooit in conflict. Het Tanganyika-meer was een duidelijke natuurlijke grens. Ten noorden van het meer waren beide kolonisatoren amper aanwezig. Pas in 1910 bepaalden België en Duitsland de grens tussen het Tanganyika-meer en het Kivu-meer.De verdragen van 1894 maakten een einde aan de conflicten tussen de Vrijstaat en zijn buren. Op een aantal kleine aanpassingen na lagen de grenzen van Congo voortaan vast. Een grens van meer dan tienduizend kilometer daadwerkelijk controleren bleek echter onmogelijk. De Vrijstaat had niet de nodige middelen. In zekere zin bleef de kolonie grenzeloos.Gebrekkige grenscontrole kwam de Vrijstaat duur te staan. De reeds bestaande handelsroutes die Congo verbonden met Noord-Afrika en de Atlantische en Indische Oceaan liepen nog steeds over de kersverse koloniale grenzen heen. Handelaars smokkelden grote hoeveelheden rubber en ivoor naar de Portugese, Duitse, Franse en Britse gebieden. Vuurwapens en munitie werden de Vrijstaat binnengesmokkeld. Met die wapens konden Congolese heersers Leopolds gezag uitdagen.Het gebrek aan grenzen had nog een groot nadeel. De Vrijstaat dwong de Congolezen om voor de staat te werken of een rubberbelasting te betalen. Grensbewoners staken tijdelijk de grens over wanneer Leopolds mannen langskwamen om arbeiders te ronselen of om belastingen te innen. Daarnaast migreerden volledige dorpen naar naburige kolonies om te ontsnappen aan de terreur en onredelijke eisen van de Vrijstaat. Voor Leopolds administratie betekende vlucht en migratie een groot verlies aan inkomsten en mankracht.