Wie later in de annalen van het jaar 1999 over de naturalisatie en inburgering van 'nieuwe Belgen' leest, kan de indruk krijgen dat het om het volgende ging: een poging van de Franstaligen om de positie van de Vlamingen in Brussel te verzwakken, en een charmeoffensief van de VLD voor haar rechterflank.
...

Wie later in de annalen van het jaar 1999 over de naturalisatie en inburgering van 'nieuwe Belgen' leest, kan de indruk krijgen dat het om het volgende ging: een poging van de Franstaligen om de positie van de Vlamingen in Brussel te verzwakken, en een charmeoffensief van de VLD voor haar rechterflank.Alles wijst erop dat in het debat over het samenleven van autochtonen en allochtonen ook het komende jaar emoties en afleidingsmanoeuvres zullen overheersen, veeleer dan de rede. De gemeenteraadsverkiezingen staan immers voor de deur. Dan duiken overal de taboes weer op: die van links en rechts, zwart en wit, politiek correct en incorrect. Ook een constante in de jaren negentig: met de allochtonen zelf werd zelden gepraat. Sluit daarom de annalen van 1999 en ruil ze in voor die ene bedenking van Tarik Fraihi in De Morgen. Volgens Fraihi sluit het ene 'kamp' de ogen voor de nefaste gevolgen van een gebrek aan reële integratie en vraagt het alleen maar begrip voor de oorzaken (achterstelling, discriminatie). Het andere 'kamp' blaast de gevolgen op om zijn conclusie "aanpassen of opkrassen" te onderstrepen. Het ene staat goed in progressieve pamfletjes, het andere op dreigende verkiezingsaffiches. Fraihi heeft het, na Mohammed Chakkar en anderen, ook nog over het taboe onder allochtonen zelf om over hun eigen verantwoordelijkheid te praten. "Het is wel degelijk mogelijk de oorzaken te begrijpen en de gevolgen niet te aanvaarden", vat Fraihi de vermijdbaarheid van het in dit debat algehele onvermogen samen. Dit gaat over inburgeren, en dat is veel meer dan het verwerven van de Belgische nationaliteit. De belangrijkste hefboom daarvoor, het stemrecht, bleek vorig jaar (opnieuw) geen haalbare kaart, hoewel vier van de zes regeringspartijen er voor zijn. Het werd vervangen door een versnelling van de (ook al eerder meermaals versoepelde) procedure van naturalisatie. Die "snel-Belg-wet" wordt volgende week in het parlement gestemd. De aanvraag om Belgisch staatsburger te worden, volstaat als blijk van integratie. Louter juridisch, tenminste. De discussie is daarmee niet ten einde. Hangende blijft namelijk de kwestie van de inburgering, en dus eigenlijk van het samenleven ten gronde. Allochtonen moeten niet alleen sneller Belg kunnen worden, ze moeten ook betere Belgen worden. En dat vergt ook van de autochtonen wat meer burgerzin. Vlaams minister van Gelijke Kansen Mieke Vogels (Agalev) belooft dat ze nog deze lente een decreet over inburgering zal indienen. Dat zal zeker niet de vorm aannemen van het wat karikaturale voorstel van de liberalen eind vorig jaar: een verplichte inburgeringstest met sancties voor alles wat gekleurd is in dit land. Als het onderwerp ten gronde wordt behandeld, moet het uitmonden in een actualisering van het werk dat koninklijk commissaris Paula D'Hondt tien jaar geleden ondernam, een herijking van het integratiebeleid. Een groter aanbod aan "taallessen" is onontbeerlijk in een goed onthaalbeleid voor nieuwkomers. Maar er is meer nodig. Een Marokkaanse vrouw van zestig hoeft de weg naar het station niet meer te leren vragen in het Nederlands. Een hier geboren kind van Turkse ouders moet samen met alle andere kinderen naar school kunnen gaan, en overmorgen evenveel kansen krijgen op de arbeidsmarkt als de autochtone jongeren. Dat is de echte inburgeringstest die door alle maatschappelijke actoren moet worden afgelegd. En wie de geboden kansen niet grijpt, moet zonder onderscheid van persoon op zijn plichten gewezen worden. Gelijke lusten, gelijke lasten. "We zijn pas in 1989 begonnen met een beleid", zegt Agalev-kamerlid Fauzaya Talhaoui. "Na twintig jaar woestijn. Het zal dus veel creativiteit vergen en meer, véél meer kennis van zaken dan tot nu toe het geval was". Veel kans evenwel dat de discussie blijft steken in de eerste fase, die van de inburgering van nieuwkomers. En meer bepaald in de kostprijs daarvan. Het Nederlandse voorbeeld leert dat inburgeringscontracten zo'n twee miljard per jaar kosten. En de discussie dreigt ook te stokken door de verkiezingen. Spoedig zullen niet weinig politici zich geneigd voelen om zich 'koest' te houden over bepaalde onderwerpen.F.R.