In de zomer van 1829 hadden de Londense muziekuitgever Vincent Novello en zijn vrouw Mary in Salzburg een toevallige ontmoeting met Wolfgang Mozart, de jongste zoon van de beroemde componist. Van hem noteerde Mary deze prachtige uitspraak: "Het is onmogelijk de muziek van mijn vader zo te verpesten dat geen enkel fijn detail meer overblijft, of niets nog emotie zou kunnen oproepen."
...

In de zomer van 1829 hadden de Londense muziekuitgever Vincent Novello en zijn vrouw Mary in Salzburg een toevallige ontmoeting met Wolfgang Mozart, de jongste zoon van de beroemde componist. Van hem noteerde Mary deze prachtige uitspraak: "Het is onmogelijk de muziek van mijn vader zo te verpesten dat geen enkel fijn detail meer overblijft, of niets nog emotie zou kunnen oproepen." Aan deze uitspraak van Mozarts zoon moest ik denken na de première van "Don Giovanni" in het Koninklijk Circus in Brussel, nu twee weken geleden. Globaal gezien een afgang. Enkele schaarse mooie momenten bleven overeind dankzij Mozarts genie, het behoorlijk spelende Mahler Chamber Orchestra, een hele resem prima stemmen, en vooral dankzij de Britse dirigent Daniel Harding. Hij is pas 23, maar barst van talent. Voor grote lijnen mist hij nog ervaring en rijpheid - onder meer te merken in de ouverture die hij tot wat Hackfleisch herleidde - maar voor de rest bespeelt hij het orkest op een meesterlijke wijze. Ik zeg: het orkest, want in het aangeven van de zangers moet hij nog veel opsteken van zijn leermeester Claudio Abbado. Dat aangeven van de zangers is namelijk een van de geheimen van een groot operadirigent. Zoals Antonio Pappano dat is bijvoorbeeld. De man die roet in al die op zich uitstekende ingrediënten is komen gooien, is regisseur Peter Brook (73). Hij wordt beschouwd als een van de grootste Britse theatermannen, is doctor in van alles en nog wat en zwaar beladen met onderscheidingen. Die krijg je niet zomaar: hij heeft inderdaad heel opmerkelijke dingen gedaan. Zijn faam is echter geen reden om slaafs aan zijn voeten te liggen. Over de Don Giovanni van het Da Ponte-libretto heeft hij zo zijn eigenzinnige mening, wat zijn goed recht is. Eén ding vergeet Brook echter: boven dat alles staat de muziek van Mozart, zonder dewelke over dat Da Ponte-libretto nu amper nog zou worden gesproken. Mozarts muziek is zo fijn geciseleerd, zo expressief geraffineerd, zo tekstgebonden dat die voor honderd procent moet worden gerespecteerd. KABOUTER PLOP-KLEURENAls theaterman schijnt Brook daar niet zo'n besef van te hebben. Zijn muzikaal gehoor in het algemeen trek ik trouwens in twijfel, anders zou hij het Circus met zijn gammele akoestiek niet als locatie hebben gekozen. Maar goed, blijven we bij de opera zelf: zo laat hij Don Giovanni de Commendatore met een knuppel doodslaan, terwijl in de muziek heel duidelijk te horen is dat er een scherp duel met degens plaatsvindt. Dat edellieden bovendien nooit met knuppels vechten, kan hem blijkbaar niet schelen. Hij heeft trouwens dik maling aan het standenverschil: de adel, de burgerij, de boeren. Don Giovannni en zijn knecht Leporello: wat onderscheidt hen bij Brook nog? Donna Elvira, Donna Anna, Zerlina: ze zijn dezelfde. De scène is kaal. Het meubilair bestaat uit knalrood gelakte keukentafels en bankjes uit de tijd van de geitenwollen sokken. Of er hangen palen in Kabouter Plop-kleuren. Brook is überhaupt kinderlijk in zijn fantasie. Zoals ik met mijn kleindochter Sara (3) een trein opbouw uit keukenstoelen, zo maakt hij grafzerken uit verticaal opgestelde zitbanken. De "stenen gast" - een dramatisch hoogtepunt - is verdwenen; de Commendatore gedegradeerd tot een sullige vent in maatpak. Tot zover kan je het allemaal best een toffe repetitie vinden, een prima schoolvoorstelling. De vergissing van Brook is echter, dat hij van opera puur theater wil maken. Hij drilt de zangers in die richting. Maar als zangers hun lichaamstaal niet kunnen aanpassen aan de zang,dan worden ze houterig en onnatuurlijk.Het resultaat is dan een flop. En dat washet. Fons de Haas