Halsstarrige critici zullen het verband overtrokken vinden, maar de uitzonderlijke kracht waarmee tyfoon Haiyan op de Filipijnen toesloeg, was wellicht toe te schrijven aan de opwarming van het aardklimaat als gevolg van ons ongebreidelde verbruik van fossiele brandstoffen. Haiyan liet zien dat die opwarming gepaard zal gaan met grote economische risico's en veel menselijke ellende.
...

Halsstarrige critici zullen het verband overtrokken vinden, maar de uitzonderlijke kracht waarmee tyfoon Haiyan op de Filipijnen toesloeg, was wellicht toe te schrijven aan de opwarming van het aardklimaat als gevolg van ons ongebreidelde verbruik van fossiele brandstoffen. Haiyan liet zien dat die opwarming gepaard zal gaan met grote economische risico's en veel menselijke ellende. Er verschijnen talloze rapporten die aangeven dat de mensheid al een tijd boven zijn stand leeft en dat onze planeet dat niet meer aankan. Maar als het de bedoeling van die rapporten is om mensen aan te manen anders te gaan leven, schieten ze hun doel voorbij. Het is uiterst moeilijk om het menselijk gedrag snel en op grote schaal te veranderen. Daarom is het belangrijk dat er voortrekkers zijn: verlichte geesten én nuchtere denkers die de overgang (transitie in het duurzaamheidsjargon) naar een duurzame levensstijl in gang zetten, zonder te wachten tot het grote publiek, de klant of de consument daar rijp voor is. Want anders komen we te laat, als we de gevolgen van de aanslagen die wij op vele fronten op ons leefmilieu uitvoeren onder controle willen houden. Zo schakelen sommige bedrijven over naar duurzame productietechnieken, niet alleen om hun eigen kosten te drukken, maar ook om een milieuvriendelijker richting in te slaan. Het mijnbedrijf Umicore, met zijn 'stadsmijnbouw' op basis van recyclage van grondstoffen uit gedumpte gsm's en andere producten, is daar een mooi voorbeeld van. Net als de supermarktketen Colruyt die nog uitsluitend duurzaam gevangen vis verkoopt en zo het gedrag van de consument beïnvloedt. Sommige wetenschappers en ondernemers zijn dag en nacht in de weer om duurzame technieken en producten, van 3D-printing tot milieuvriendelijke biomaterialen, te ontwikkelen en te promoten. De transitie wordt op vele niveaus voorbereid, zowel door mensen die met dure elektrische sportwagens rijden, al was het maar om te tonen dat duurzaamheid niets met het geitenwollensokkentype te maken hoeft te hebben, als door mensen die weinig nodig hebben. Niet iedereen wordt automatisch slaaf van het ongeremde consumentisme, dat velen zo stevig in de ban heeft dat er in hun hoofd geen ruimte meer is om na te denken over hoe het anders zou kunnen. De lijst van twintig namen die Knack presenteert, is samengesteld na een beperkte enquête bij een aantal betrokkenen in de sector, en geeft niet meer dan een weliswaar relevante staalkaart van wat er in het duurzaamheidsstreven beweegt. In de top 20 vindt u vertegenwoordigers van alle maatschappelijke geledingen: van een grote industrieel en een lokale ambtenaar tot een geëngageerd individu. Want het is duidelijk dat de omschakeling naar een duurzaam maatschappijmodel alleen kan slagen als er op alle niveaus aan verandering wordt gewerkt. Wie: voorzitter van Umicore. Waarom: vormde vervuiler Union Minière om tot een bedrijf dat zich toelegt op schone technologieën. Van duurzaamheid was geen sprake bij de Belgische mijngroep Union Minière, daarvan getuigen de nog steeds vervuilde gronden in onder meer Hoboken en Olen. Maar net daar is vandaag een van de meest duurzame bedrijven ter wereld gevestigd. De man die daarvoor heeft gezorgd heet Thomas Leysen - al zal hij de laatste zijn om die eer alleen op zijn naam te schrijven. Leysen stootte de vervuilende activiteiten van Union Minière af, heroriënteerde de bedrijfskennis over metalen naar schone technologieën, en doopte het geheel Umicore. Sindsdien rijdt een op de drie wagens op de planeet met een katalysator van Umicore en staat het bedrijf - met zijn materialen voor herlaadbare batterijen, zonnecellen en brandstofcellen - aan de top wat betreft duurzame technologieën. Umicore is bovendien de grootste recyclagegroep van edele metalen ter wereld. Het recycleert massaal goud en zeldzame stoffen uit afgedankte gsm's en andere apparaten - stadsmijnbouw heet dat. Leysen is inmiddels verhuisd naar de raad van bestuur van het bedrijf, en staat vandaag vooral in het voetlicht als voorzitter van KBC. Maar het blijft wel zijn werk bij Umicore dat hem tot een van de grote Belgische captains of industry heeft gemaakt. Wie: ceo van 3D-printingbedrijf Melotte. Waarom: ziet in 3D-printing een revolutie die de economie duurzamer kan maken. Midden jaren negentig konden groene jongens de toekomst zien in Seattle, bij vliegtuigbouwer Boeing. Mario Fleurinck zag er voor het eerst experimenten met zogeheten additive manufacturing, of wat vandaag opgang maakt als 3D-printing. Daarbij worden producten laagje per laagje geprint uit harde materialen, een technologie die voor leken futuristisch overkomt. Niet voor Fleurinck. Hij begreep daar in Seattle al dat de revolutionaire productiewijze onze economie een stuk duurzamer zou kunnen maken. Enkele jaren later reorganiseerde hij de oude matrijzenmaker Melotte tot een van de Belgische voorlopers in de 3D-printsector, met een specialisatie in tandprothesen. En waarom is dat duurzaam? 'Efficiëntie. Wij produceren voorraadloos en afvalloos, honderd procent lokaal en met acht keer minder impact voor het milieu dan bij de klassieke productie in de VS of Japan. En we zijn goedkoper.' Niet voor niets won Fleurinck dit jaar een prestigieuze Energy Globe Award. Wie: directeur van de ethische bank Triodos. Waarom: beseft dat zelfs bankieren de maatschappij belangrijke stimuli qua duurzaamheid kan geven. Olivier Marquet maakte carrière in de klassieke banksector, van Anhyp over de BBL tot BNP Paribas en zelfs de marktenzaal van ING. Een cv dat je niet meteen verwacht van de directeur van een ethische bank als Triodos België. Omdat Marquet merkte dat de banken waar hij aan de slag was zich almaar minder met de lokale economie en samenleving bezighielden, besloot hij het elders te gaan zoeken. Bij Triodos gaat al het geïnvesteerde geld naar de reële economie, als die voldoet aan de duurzaamheidscriteria van de bank. Met succes: zowel het aantal klanten als de deposito's stijgen jaar na jaar. Wie: VN-rapporteur voor het recht op voedsel. Waarom: promoot wereldwijd de stelling dat een duurzame aanpak armoede kan bestrijden. Als jonge diplomatenzoon voelde hij zich schuldig over de armoede die hij in landen als India en Rwanda om zich heen zag. Olivier De Schutter kon zich toen nog niet indenken dat hij ooit zou meewerken aan oplossingen voor het armoedeprobleem. In 2008 werd deze rechtsgeleerdeaan de UCL de VN-rapporteur voor het recht op voedsel. De eerste grote voedselcrisis in twintig jaar hield de wereld in haar ban, en De Schutter moest uitzoeken hoe dat kwam. Honger is volgens De Schutter een kwestie van politiek en mensenrechten. Hij ijvert dan ook voor vrouwenrechten, kleinschalige landbouw, en tegen ggo's en biobrandstoffen - allemaal mechanismen waarvan hij zegt dat ze het internationale recht op voeding beïnvloeden. Het leverde hem het afgelopen jaar de prestigieuze Francqui-prijs op voor uitmuntende Belgische wetenschappers. En voor The Guardian mocht zelfs de Nobelprijs voor de Vrede zijn richting uit gaan. Wie: ceo van Colruyt Group. Waarom: voert als bedrijfsleider milieuvriendelijkheid hoog in het vaandel en investeert in groene energie. Hoe kan een supermarktketen zowel een prijsbreker zijn als een voorloper in het aanbieden van biologische producten? En waarom spendeert diezelfde retailer heel wat geld aan een eigen waterstofcentrale en windmolens, terwijl zijn winkels zelf zo sober mogelijk ingericht worden? Het antwoord ligt ongetwijfeld bij Jef Colruyt, de ceo van het familiebedrijf, een man bij wie zulke paradoxen haast natuurlijk lijken samen te gaan. Colruyt was een van de eerste Belgische retailers om een eigen biomerk te presenteren, en koos er ook voor om geen onduurzaam gevangen vissen meer aan te bieden. De groep zet leveranciers onder druk om hun verpakkingen beperkt te houden en reduceerde haar eigen belasting van het milieu tot een minimum. Bovendien stimuleert Colruyt zijn 20.000 werknemers om op eenzelfde manier naar duurzaamheid te kijken. De investeringen in grote windmolenparken in de Noordzee zijn het laatste avontuur, maar met het palmares van Jef Colruyt als ceo is er geen reden tot ongerustheid. Misschien is dat nog wel de grootste ontkrachte paradox: die tussen groen en geld. Wie: hoofd van het Europese Milieuagentschap (EEA). Waarom: onvermoeibare lobbyist voor een duurzame aanpak van onze samenleving. 'We moeten naar een koolstofarme samenleving, wat een volledige omschakeling van ons energiesysteem en ons transport veronderstelt. En we moeten ook naar een kringloopeconomie, die niet zo slordig omspringt met de beperkte grondstoffen die er in de wereld zijn.' Dat is de uitdaging waar onze samenleving voor staat, als je het aan Hans Bruyninckx vraagt. Gelukkig heeft de professor internationale politiek als hoofd van het Europese Milieuagentschap (EEA) sinds dit jaar ook de autoriteit om het beleid in die richting te duwen - al kan het EEA zelf geen regels opleggen. Voor lobby- en studiewerk deinst de voormalige voorzitter van de Bond Beter Leefmilieu evenwel niet terug, getuigen de dossiers over de Europese luchtkwaliteit, de invloed van de klimaatopwarming op gewassen en op de komst van exotische ziekteverspreiders, of de impact van het milieu op de gezondheid van mensen. En politici luisteren wel degelijk, volgens de optimistische Bruyninckx. Gelukkig maar: 'De hele wereld kijkt naar Europa als het over milieu gaat.' Wie: KU Leuven-ingenieur en voorzitter van de vzw i-CleanTech Vlaanderen. Waarom: is een uitmuntend ingenieur met een gedreven ecologisch engagement. Geen bezigere bij in het Belgische klimaatdebat dan Peter Tom Jones. Een rist boeken, honderden lezingen, opiniestukken en interviews, een politiek engagement enkele jaren geleden, en een academische carrière erbovenop. De groene boodschap is voor Jones van levensbelang - in een interview omschreef hij klimaatscepticisme ooit als 'een misdaad tegen de menselijkheid'. Al valt de burgerlijk ingenieur milieukunde ook binnen het duurzaamheidsdebat op, met zijn nadruk op een rechtvaardige samenleving. Sociale gelijkheid en een ecologische samenleving zijn in Jones' visie onafscheidelijk verbonden. Wat meteen wil zeggen dat hij een groene variant van onze neoliberale economie afwijst. Afgelopen dus met zonnepanelen installeren en vervolgens met het uitgespaarde geld naar Thailand reizen. De omschakeling naar de 'Terra Reversa', zoals zijn denktank heet, zal enkel slagen via een minder op groei gerichte economie en een nieuwe, groene ethiek van consumeren. De toekomst is 'rechtvaardig duurzaam'. Wie: industrieel biotechnoloog van de UGent. Waarom: maakt van biomassa een aanvaardbare bron voor biomaterialen en brandstof. 'Hij leerde zijn volk biobrandstof maken', kan later gerust op de grafsteen van Wim Soetaert prijken. De professor industriële biotechnologie aan de UGent is de drijvende kracht achter Ghent Bio-Energy Valley en Bio Base Europe Pilot Plant, respectievelijk een samenwerkingsverband en een open fabriek voor bedrijven die producten willen maken op basis van biologische grondstoffen. Het bekendste voorbeeld is natuurlijk biobrandstof, maar ook plastic en detergenten worden al op basis van suiker, maïs en plantaardige olie gemaakt. Zorgde al die biobrandstof niet net voor een voedselprobleem, omdat landbouwers hun teelten gingen verkopen om auto's in het Westen groener te laten rijden? Overdreven, vindt Soetaert, en er staat al een alternatief klaar. Biobrandstof 2.0, afkomstig van bijproducten van landbouw, in plaats van een vervanging ervan. Lees: maïskolven, graanstengels, papierafval, houtsnippers, enzovoorts. En de volgende generatie komt er bovendien ook aan, met algen als grondstof. 'We hebben qua kennis een voorsprong opgebouwd die uniek is in de wereld', pepert Soetaert beleidsmakers in. 'Het komt erop aan die niet uit handen te geven.' Wie: administrateur-generaal van de Openbare Afvalstoffenmaatschappij. Waarom: maakte van OVAM een pionier in milieuvriendelijke afvalverwerking. Dat Vlamingen zowat de beste sorteerders van de planeet zijn, is sinds enkele jaren een bron van trots. En dat ons verbrande afval tegenwoordig omgezet wordt in energie voor gezinnen, doet niemand nog opkijken. Dat is in niet geringe mate de verdienste van de Openbare Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) en haar administrateur-generaal Henny De Baets. De hoeveelheid restafval per Vlaming is de afgelopen dertig jaar drastisch verkleind. Het deel van dat restafval dat we moeten storten, bedraagt bovendien nog maar enkele procenten van de hele berg. En nog lijkt het slechts het begin. De storten uit het verleden blijken vandaag immers waardevolle 'mijnen' voor allerhande grondstoffen. Zo hoopt OVAM tegen 2026 niet minder dan de helft van de grondstoffen te kunnen leveren die nodig zijn in de bouw in Vlaanderen: zand, stenen, ijzer. Wat niet recycleerbaar is, gaat in de oven en wordt omgezet in elektriciteit, warmte en waterstof. Afval is een toekomstproduct geworden. Wie: voorzitter van de Bond Beter Leefmilieu. Waarom: een van de weinige politici die echt duurzaam geëngageerd zijn. Als telg van de vroege groene beweging uit de jaren zeventig hoeft Vera Dua geen groene geloofsbrieven meer voor te leggen. Als doctor in de landbouwwetenschappen, voormalig minister van Leefmilieu en oud-voorzitter van Groen! bezit ze een berg dossierkennis en politieke ervaring. Aan gedrevenheid lijkt de Gentse groene ook na haar politieke carrière niet te hebben ingeboet. Na twee jaar studiewerk voor het Centrum Duurzame Ontwikkeling van de UGent kwam ze dit jaar weer in het centrum van het klimaatdebat te staan, nu als voorzitter van de Bond Beter Leefmilieu. 'We moeten radicaler durven te zeggen waar het op staat', liet ze al meteen optekenen. Wie: de eerste officiële Belgische klimaatambassadeur. Waarom: introduceerde het CO2-vriendelijk denken in ondernemingen. Jarenlang verschafte Serge De Gheldere met zijn bedrijf Futureproofed advies aan bedrijven over hoe ze hun kantoren duurzaam konden inrichten, inclusief gerecycleerde meubels. Toen werd hij Al Gores eerste Belgische klimaatambassadeur, en nu komen multinationals bij hem om niet alleen hun kantoren te vergroenen maar hun hele bedrijf. De tijd van groene windowdressing is duidelijk voorbij. De Gheldere merkt bij Futureproofed de groeiende vraag van bedrijven en overheden om in hun dagelijkse werking tot een aanvaardbare CO2-uitstoot te komen. Goed nieuws, maar het is niet omdat De Gheldere nu grote, overtuigde klanten heeft en met de elektrische auto Tesla rijdt, dat de strijd voor het klimaat voor hem gestreden is. Integendeel, samen met enkele andere groene denkers bereidt hij een proces voor tegen de Belgische staat. De aanklacht? Dat de overheid haar verantwoordelijkheid niet opneemt om de burgers te beschermen tegen de klimaatramp. Het dossier van de aanklager belooft stevig te worden. Wie: biologische boer en voorzitter van de koepel BioForum Vlaanderen. Waarom: wil bewijzen dat biologische landbouw een economisch haalbare kaart is. Tussen theorie en praktijk durft al eens een aardige kloof te bestaan, zeker in de landbouw. Maar landbouwingenieur Kurt Sannen is zowel in de modder als op kantoor in zijn element. Hij spendeerde een halve carrière aan het uitdenken en opstellen van strategieën om landbouw en natuurbehoud te verzoenen, bij vzw Natuurreservaten (het latere Natuurpunt), en op kabinetten en ministeries. Waarna hij zijn visie in de praktijk bracht op zijn eigen bioboerderij Het Bolhuis, tegen Diest. Hij houdt er runderen en schapen op een manier die geen conflict inhoudt tussen zijn boerderij en het omringende natuurgebied. En alle dierlijke producten worden ter plekke aan de man gebracht, om transportvervuiling en distributiemarges te vermijden. Zulke agro-ecologie vindt Sannen allesbehalve een sprookje, zo vertelt hij ook industriële veehouders op zijn lezingen. 'Minder verspilling, meer cyclus, meer kwaliteit.' Geen wonder dat de man ook voorzitter is van koepelorganisatie BioForum Vlaanderen. Wie: directeur van Regionaal Landschap Kempen en Maasland. Waarom: promoot de visie dat biodiversiteit ook een economische return kan hebben. Hij werd dit jaar toegelaten tot het kransje klimaatambassadeurs van Al Gore, als tweede Belg na Serge De Gheldere. Maar dat hoeft Ignace Schops waarschijnlijk al niet meer te verbazen, sinds hij in 2008 de Goldman Environmental Prize kreeg in de VS, niet minder dan de groene Nobelprijs. Allemaal omdat Schops, directeur van Regionaal Landschap Kempen en Maasland, er twee jaar eerder in geslaagd was het eerste en voorlopig enige nationaal park van België op te richten: het nationaal park Hoge Kempen, in Limburg. Waarom valt zoiets Amerikaanse klimaatgoeroes op? Omdat er in een straal van een uur rijden zes miljoen mensen wonen rond de Hoge Kempen, het bijna 6000 hectare groot park duizenden banen schiep in een door mijnsluitingen verarmde regio, én de dik 700.000 bezoekers per jaar voor enkele tientallen miljoenen omzet zorgen. Onafhankelijke onderzoekers schatten de jaarlijkse omzet, direct en indirect, van het park op 191 miljoen euro. Een huzarenstuk met andere woorden, al ziet Schops dat zelf zo niet. 'We doen geen buitengewone dingen, maar blijkbaar doen we gewone dingen buitengewoon goed.' Al Gore spreekt hem niet tegen. Wie: 'Low Impact Man'. Waarom: leerde Vlaanderen de ecologische voetafdruk kennen. Vijf jaar geleden nam Steven Vromman een half jaar loopbaanonderbreking om te proberen zijn ecologische voetafdruk te verkleinen. 1,6 hectare was het doel, volgens Vromman het ecologische maximum wil iedereen op de planeet eenzelfde comfortniveau hebben - en in elk geval een heel pak lager dan het gemiddelde van 5,6 hectare in ons land. Canvaskijkers zagen Vrommans calvarietocht en gruwden van de armoede. Maar vandaag is duurzaam voor Vromman een levensstijl geworden en verdient hij als de 'Low Impact Man' zijn brood met boeken, lezingen en advies. Sinds dit jaar zit hij ook in de Gentse gemeenteraad. Mensen die hem leren kennen, verbazen er zich over dat Vrommans comfortniveau helemaal niet zo schrikbarend laag is. Hij vult één PMD-zak in een jaar, eet geen vlees (-0,3 hectare), doet alles met de fiets, poetst met een rolstofzuiger en drinkt water van de kraan. Zelfs Vrommans verkiezingscampagne zal weinig impact op het milieu hebben gehad, met zijn affiches van vier bij vijf centimeter. Minder kan veel meer zijn. Wie: onderzoekscoördinator duurzaam materialenbeheer VITO. Waarom: lag aan de basis van het transitiedenken bij VITO. Als er één organisatie is waarmee zowat alle mensen in deze duurzame lijst hebben samengewerkt, dan wel het Vlaams Instituut voor Technologisch Onderzoek (VITO). Niet alleen omdat technologisch onderzoek - van 3D-printing over groene energie tot stadsmijnbouw - een grote rol speelt in de groene toekomst. Maar ook omdat de instelling zelf de afgelopen jaren overtuigd is geraakt van de noodzaak van een omschakeling naar een duurzame samenleving. 'We plaatsen ons onderzoek almaar meer in een maatschappelijk perspectief', zegt Vrancken. 'De vraag welke toepassingen we nog meer uit nieuwe technologie kunnen halen - de zogenaamde technology push - staat niet langer centraal. Doelstellingen van het VITO-onderzoek vertrekken nu vanuit de ontwikkeling van duurzame oplossingen, de sustainability pull.' Voor Vrancken is het duidelijk dat het consumptiegedrag zal veranderen en dat bedrijven hun producten en businessmodellen daarop moeten afstemmen. Wie: schepen van Leefmilieu in Balen. Waarom: bewijst dat groen beleid begint bij de kleinste gemeenten. Van een milieubeurs waar mensen met hun groene vragen terechtkunnen, over investeringen in de unieke natuurlijke omgeving tot de voorstelling van klimaatfilms en andere bewustmakingsprojecten: er gaat geen maand voorbij in de Kempense gemeente Balen of er gebeurt wel iets rond duurzaamheid en klimaat. Drijvende kracht achter al die initiatieven is Zjeen Reynders, nu al zeven jaar de schepen van Leefmilieu en Natuur, Recreatie, Mondiale Samenwerking en Volksgezondheid. 'In het begin was dat nog allemaal schoorvoetend, maar vandaag zit de nadruk op duurzaamheid in het hele beleid, over alle bevoegdheden heen', zegt Reynders. De gemeente wil voortaan eerder een ondersteunende rol spelen. 'De initiatieven rond duurzaamheid moeten meer en meer van onderuit komen, van de inwoners zelf.' Wie: vennoot schildersbedrijf Tintelijn. Waarom: draagt zowel professioneel als in zijn privéleven een groene boodschap uit. Nadat professioneel schilder Bram Klüssendorf voor de zoveelste keer de verfresten van zijn armen en benen had gewassen met white spirit, vroeg hij zich af of dat allemaal niet gezonder kon. Hij werd vennoot bij Tintelijn, een schildersbedrijf in het Oost-Vlaamse Sint-Amandsberg dat werkt met natuurverven, en zag de populariteit daarvan jaar na jaar stijgen. Vandaag is de coöperatieve vennootschap een kleine kmo met een eigen winkel en een groen bewustzijn - zelfs al het vuile water wordt van de werven meegenomen en in de eigen waterzuivering gegoten. Klüssendorf trok de duurzame lijn door in zijn privéleven: de bouw van zijn ecologische nulenergiewoning kon iedereen volgen op zijn blog. Wassen en plassen doet hij sindsdien met regenwater, en op de openhuizendagen kan iedereen bij hem terecht voor groen advies. Wie: oprichter Zeronaut.be. Waarom: wil meer aandacht geven aan het duurzaamheidsdebat in de (sociale) media. Het viel freelancejournalist Floris Van Cauwelaert op dat de transitiegedachte en de noodzaak van een duurzamere samenleving in de klassieke media maar sporadisch aandacht krijgt. Zijn open blog Zeronaut.be, nu een jaar oud, wil daar een antwoord op bieden. Vrijwilligers posten er artikels uit de vele niches die de transitiebeweging rijk is - van 3D-printing tot tips voor tuinieren volgens de permacultuur. 'Ik heb zelf moeten ontdekken dat transitie om veel meer gaat dan je afval recycleren, en dus willen we met zulke informatie nu ook dynamiek geven aan het duurzaamheidsdebat in Vlaanderen', stelt Van Cauwelaert. De blog wordt de komende maanden nog fors uitgebouwd. 'Als we niet radicaal en duurzaam innoveren, knallen we tegen de muur.' Wie: hoofd van de milieudienst van de gemeente Schoten. Waarom: bewijst dat lokale ambtenaren een verschil kunnen maken. Een kwarteeuw geleden moest Dirk Vercammen het gemeentebestuur van Schoten nog overtuigen van het nut van een duurzaamheidsambtenaar. De functie werd aanvankelijk ingevuld op de Wereldwinkelmanier: eerlijke handel en biologische koffie promoten, en sensibiliseren rond herbruikbare luiers. Gaandeweg kreeg Schoten het imago van voortrekkersgemeente op het vlak van milieu en duurzaamheid, en vandaag heeft diezelfde ambtenaar een spilfunctie in het bestuur - zowel in Schoten als in andere gemeenten. Vercammen is nog steeds hoofd van de milieudienst. Het is nu de bedoeling om van Schoten een klimaatneutrale gemeente te maken. Schotenaars komen allang niet meer met vragen over hun moestuin, maar willen aan het eerstelijns-energieloket weten welke subsidies er zijn om duurzaam te bouwen en welke materialen ze moeten gebruiken. Geen wonder dat nieuwe woningen in Schoten er in een onderzoek van het Vlaamse Energieagentschap als meest energiezuinig uit kwamen. Wie: vijf dames uit diverse sectoren. Waarom: ze bewijzen dat duurzaam leven leuk kan zijn. Er was het afgelopen jaar geen boek dat beter de groene tijdsgeest vertegenwoordigde dan Groeten uit Transitië. De tips, recepten, tekeningen en handleidingen willen aantonen dat groen leven in de eerste plaats leuk is, dus niet saai en vol ontberingen. De vijf auteurs - Eva Peeters, Mme Zsazsa, Joke Rous, Kristien Hens en Dorien Knockaert - vormen een prima staalkaart van de nieuwe generatie groene voorvechters. Die geniet complexloos van het leven en is nergens belerend of apocalyptisch. DOOR DIRK DRAULANS EN JELLE HENNEMAN