Geen tabel met kiesintenties bij deze enquête. Het onderzoeksbureau MAS peilde wel naar het stemgedrag, maar omdat van de 750 respondenten 181 niet wensten te antwoorden en 55 anderen zich beperkten tot 'geen idee', mogen de resultaten eigenlijk niet geëxtrapoleerd worden tot het hele Vlaamse kiezerspubliek. Toch leveren de antwoorden inzake het kiesgedrag op 13 juni 1999 en de kiesintenties nu een aantal nuttige inzichten op.
...

Geen tabel met kiesintenties bij deze enquête. Het onderzoeksbureau MAS peilde wel naar het stemgedrag, maar omdat van de 750 respondenten 181 niet wensten te antwoorden en 55 anderen zich beperkten tot 'geen idee', mogen de resultaten eigenlijk niet geëxtrapoleerd worden tot het hele Vlaamse kiezerspubliek. Toch leveren de antwoorden inzake het kiesgedrag op 13 juni 1999 en de kiesintenties nu een aantal nuttige inzichten op.Want wat blijkt? Als we ons beperken tot de respondenten die een 'enkelvoudige keuze' - dezelfde partij voor zowel Kamer, Senaat als Vlaams parlement - uitbrachten op 13 juni en die vergelijken met de 'enkelvoudige keuzes' vandaag, dan zijn er een aantal merkwaardige verschuivingen. Het aantal VLD-stemmers blijft gelijk, de aanhang van Agalev groeit met 1,3%. De SP ziet haar fanclub dan weer inkrimpen met 3,7%. Die laatste vaststelling zou wel eens kunnen overeenkomen met de relatief bescheiden populariteit én de geringe naambekendheid van de meeste SP-ministers, Steve Stevaert en Frank Vandenbroucke uitgezonderd. Bovendien lijkt de SP weinig populair bij de 'nieuwe kiezers' (die op 13 juni nog niet mochten stemmen), maar hun aantal in deze steekproef lijkt te klein om er verregaande conclusies aan vast te knopen. Vreemd toch. Hoewel de tevredenheid van de respondenten met het gevoerde beleid bijzonder groot is (en hoewel dat goede gevoel zich ook vertaalt in een mooie stijging van de populariteit van premier Verhofstadt), toch zijn het de oppositiepartijen die een electorale beloning zouden krijgen. Eén uitzondering: de Volksunie, waarvan de achterban met 2,1% inkrimpt. Maar de anderen doen het wel goed. De CVP stijgt met 2,2% en lijkt - alweer met de nodige reserves wegens de beperktheid van de steekproef - opnieuw populair bij de jongste generatie. Het Vlaams Blok stijgt opnieuw met 2,4%. Wie nog in de illusie zou leven dat de kiezers van het Vlaams Blok vooral uit ontevreden 'proteststemmers' bestaan, komt opnieuw bedrogen uit. Uit de enquête blijkt duidelijk dat het om een vastberaden en trouw publiek gaat, geen samenraapsel dat in een plotse colère dan maar op het Vlaams Blok stemt. Dat komt bijzonder goed tot uiting in het feit dat van de 44 respondenten die verklaarden dat ze op 13 juni op het Vlaams Blok gestemd hadden, er nu amper één is die nog niet definitief heeft beslist om dat opnieuw te doen. Abstractie gemaakt van de 'weet niet'-antwoorden, geeft gemiddeld 84% van de ondervraagden te kennen dat zij opnieuw voor dezelfde partij zullen stemmen als op 13 juni 1999. Partijen die boven dat gemiddelde zitten, hebben dus het trouwste kiezerspubliek. Dat is het geval met de CVP. Niet minder dan 93% van de kiezers die op 13 juni 1999 voor de CVP stemden, zegt dit opnieuw te zullen doen bij de volgende wetgevende verkiezingen. Het is een indicatie dat de CVP niet alleen haar historisch dieptepunt bereikt heeft, maar ook dat ze aan haar sociologisch minimum zit: de CVP heeft nauwelijks stemmen kunnen sprokkelen buiten haar trouw kernpubliek. Bij de voormalige coalitiepartner SP komt een heel ander beeld naar voren. Slechts 70% van de kiezers die in 1999 voor de SP stemde, zegt dit nu ook te zullen doen. De conclusie is dat de SP, een partij die net als de CVP een historisch slechte verkiezingsuitslag behaalde, wél nog een ruime marge heeft om verder te dalen. Haar sociologisch minimum is alleszins nog niet bereikt. En hoe veerkrachtig zijn deze twee oude instituten? Van alle respondenten die zeggen dat ze vandaag voor de CVP zouden stemmen, heeft 88% dat ook gedaan op 13 juni. Met andere woorden: 12% van de huidige kiezers van de CVP bestaat uit 'nieuwe kiezers'. De CVP zag na 13 juni dus 7% ontgoochelden vertrekken, en kan nu 12% nieuwkomers binnenhalen. De eindafrekening is positief. Ook hier geen rooskleurig beeld voor de SP. Niet minder dan 92% van degenen die nu SP zouden stemmen, deed dat ook op 13 juni. Een aanwinst van 8% nieuwe kiezers, maar tegelijk een vertrek van 25% resulteert natuurlijk in een blijvend dalende aanhang. Na 13 juni vergaten velen de SP tot het verliezende kamp te rekenen, omdat de partij meteen aan de onderhandelingstafel zat. Als de trend van deze enquête zich evenwel blijft doorzetten, is de kans klein dat Vande Lanotte, Stevaert en Vandenbroucke na de volgende verkiezing nog veel regeerakkoorden zullen schrijven. Een peiling is natuurlijk geen verkiezing, zo zal de ter zake gelouterde premier zijn coalitiepartner wel troosten. Maar toch.