Wetenschappers bestuderen graag grotere soorten, waardoor kleinere onder de radar blijven. Biologe Eveline Pinseel (UGent) focust met h...

Wetenschappers bestuderen graag grotere soorten, waardoor kleinere onder de radar blijven. Biologe Eveline Pinseel (UGent) focust met haar collega's in Nature Communications op piepkleine eencellige kiezelwiertjes in de bodem. Het betreft specifiek het 'soortencomplex' Pinnularia borealis (de langwerpige, bruine wiertjes op de foto). Dat is een kiezelwiertje dat over de hele wereld voorkomt in gematigde en koudere zones. Genetisch onderzoek wees uit dat er minstens 126 aparte soorten in dat complex zitten, die op het oog niet uit elkaar gehouden kunnen worden. De grote diversiteit ontstond in een periode van afkoeling van de aarde tussen 36 en 25 miljoen jaar geleden.