In 1804, even voor de keizerskroning, doorkruiste Napoleon Vlaanderen opnieuw. Eerst inspecteerde hij de verdedigingswerken in Oostende, waar hij een belangrijke beslissing in verband met zijn aanstaande kroning nam: de locatie. Aan Grootmeester der Ceremonieën Ségur liet hij vanuit de badplaats weten: 'Als de kerk van Les Invalides te klein is om tienduizend genodigden te ontvangen, kunnen we haar niet gebruiken. Als de delegaties van de steden en van de legerkorpsen buiten de kerk moeten blijven, zal dat zeer gevoelig liggen. Daarom heb ik de intentie om de ceremonie te laten plaatsvinden in de Notre-Dame.' Antwerpen bezocht hij deze keer niet, wat niet betekende dat zijn aandacht voor de havenstad verslapt was. Op 21 april had hij nog een nota gestuurd waarin hij zich ontevreden toonde over de slappe voortgang van de werkzaamheden. Slechts één nieuw oorlogsschip lag in het droogdok en niet meer dan vijfhonderd arbeiders waren er aan de slag. Veel te weinig, vond hij. Een stad die zich wel op keizerlijk bezoek mocht verheugen, was Brussel. Al op 11 augustus had generaal Belliard het stadsbestuur gewaarschuwd, en sindsdien waren koortsachtige voorbereidingen aan de gang om alles in gereedheid te brengen. In de Munt werd de keizerlijke loge helemaal in een nieuw jasje gestoken. Op de vermoedelijke datum van het bezoek werd al het koetsverkeer verboden op de Anderlechtsesteenweg, de Grote Markt, de Kunstberg (toen de Overwinningsberg) en de Magdalenastraat tot aan de Hertogstraat.
...