Verkiezingen hebben altijd hun eigen folklore, met de faits-divers, de grapjes, de obscure, onverkiesbare kandidaten die over elkaar heen tuimelen in het verzinnen van flauwigheden waarmee ze willen opvallen, al was het maar om zich bij hun partij al voor een volgende verkiezingsronde te positioneren. Deze campagne kende zelfs haar bekendste onbekende kandidaat. En het wordt allemaal verricht met grote ernst en aandoenlijke toewijding. Dat is niet erg, integendeel; dat de politiek nog een plaats kan krijgen in de folklore, betekent dat ze tot de levende werkelijkheid van elke dag blijft behoren.
...

Verkiezingen hebben altijd hun eigen folklore, met de faits-divers, de grapjes, de obscure, onverkiesbare kandidaten die over elkaar heen tuimelen in het verzinnen van flauwigheden waarmee ze willen opvallen, al was het maar om zich bij hun partij al voor een volgende verkiezingsronde te positioneren. Deze campagne kende zelfs haar bekendste onbekende kandidaat. En het wordt allemaal verricht met grote ernst en aandoenlijke toewijding. Dat is niet erg, integendeel; dat de politiek nog een plaats kan krijgen in de folklore, betekent dat ze tot de levende werkelijkheid van elke dag blijft behoren. Maar op een bepaald moment houden de grappen op en is het tijd voor het echte werk. Dan treden, in de eindspurt naar verkiezingsdag, de grote jongens op. Zo kwam premier Guy Verhofstadt er een week of wat geleden aan. Hij had zich lang ver van de publiciteit gehouden, creëerde zo een mediamieke schaarste rond zijn persoon en plukt daar nu de vruchten van. Geen medium of hij mag erin zijn zeg doen. In zijn zog volgen voorzitters, lijsttrekkers en andere stemmenkanonnen. Alleen CD&V-voorzitter Stefaan De Clerck blijft in dit departement met een ernstige handicap kampen. Hij slaagt er maar niet in om een wervend profiel op te bouwen. In zijn partij is het ex-premier Jean-Luc Dehaene die de kar niet alleen moet duwen, maar hem ook feitelijk trekt. Die verzeilt ermee in een erg dubbelzinnige rol: kandidaat voor niks, maar zich toch profilerend als politiek leider. Behalve dat ze hun populariteit willen verzilveren, doen de grote jongens - er zijn geen meisjes bij, wegens gebrek aan talent voor netwerking, naar het schijnt - er alles aan om hun bestuursvaardigheid en gezond verstand te etaleren. Zelfs van over de taalgrens kreeg Vlaanderen daarvoor de goede boodschap ingelepeld. De liberale sterke man Louis Michel bezwoer de Vlamingen dat ze maar niet voor de CD&V moeten stemmen, omdat anders PS-voorzitter Elio Di Rupo wel eens de nieuwe premier van een rooms-rode coa- litie kan worden. Di Rupo zelve kwam - per betáálde, paginagrote advertentie dan nog - vertellen hoe redelijk hij wel is en dat geen enkele Belg er iets bij te winnen heeft om het land nog verder uit elkaar te laten rafelen. Want om nog een andere reden is het nu de tijd van de zwaargewichten. In de ondertoon van de campagne valt onmiskenbaar te horen hoe inmiddels wordt gedacht aan 19 mei, aan de vorming van een nieuwe regering. Alle partners van paars-groen hebben er objectief alle belang bij om de huidige coalitie te bestendigen, meer uit noodzaak dan uit keuze. Anders dreigt het tot asymmetrieën te komen tussen de federale en de deelregeringen (die nog een jaartje te doen hebben) of zal Franstalig België voor de federale regering andere partners leveren dan Vlaanderen. In zulke complicaties heeft niemand veel zin. Concreet: zelfs al wordt CD&V de grootste Vlaamse partij, dan dreigt ze met die overwinning niets te kunnen aanvangen, doordat ze aan Franstalige kant niet over een volwaardig broertje beschikt. Er schuilt in die berekeningen alvast één zwakke plek: het electorale lot van de groenen. Want de meerderheid moet natuurlijk wel een meerderheid blijven. Dat CD&V uit is op wraak voor de stemmen die Agalev kon binnenharken met de dioxinecrisis van 1999, valt te begrijpen. Maar als niet alleen de CD&V, maar ook de VLD doorgaat met het afschilderen van de groenen als een onbetrouwbaar onderdeurtje, zouden de liberalen wel eens hun eigen paars-groene meerderheid om zeep kunnen helpen. Marc Reynebeau