Tot 1999 kon je in België alleen als natuurlijk persoon vervolgd worden voor fraude en belastingontwijking. Sindsdien kan de overheid ook rechtspersonen strafrechtelijk verantwoordelijk stellen. Naar hoeveel bedrijven heeft het parket de voorbije achttien jaar een onderzoek ingesteld? Hoeveel verschijnen er jaarlijks voor de rechter? Hoeveel worden er veroordeeld? En welke straffen krijgen ze? De antwoorden op die vragen krijgen is geen kinderspel. Paul De Hert, professor strafrecht en privacy aan de Vrije Universiteit Brussel, waar-schuwt ons: 'U zult van Justitie nooit de cijfers krijgen waar u om vraagt.'
...

Tot 1999 kon je in België alleen als natuurlijk persoon vervolgd worden voor fraude en belastingontwijking. Sindsdien kan de overheid ook rechtspersonen strafrechtelijk verantwoordelijk stellen. Naar hoeveel bedrijven heeft het parket de voorbije achttien jaar een onderzoek ingesteld? Hoeveel verschijnen er jaarlijks voor de rechter? Hoeveel worden er veroordeeld? En welke straffen krijgen ze? De antwoorden op die vragen krijgen is geen kinderspel. Paul De Hert, professor strafrecht en privacy aan de Vrije Universiteit Brussel, waar-schuwt ons: 'U zult van Justitie nooit de cijfers krijgen waar u om vraagt.' Dat blijkt al wanneer we aankloppen bij het College van Procureurs-generaal, het hoogste orgaan van het parket. 'Ik kan uw vragen niet beant-woorden', zegt Ellen Van Dael, woordvoerder van de statistisch analisten. 'Het systeem laat dat niet toe.' Van Dael doelt op het registratiesysteem van het parket. Na de hervorming van 1999 is daaraan geen mogelijkheid toegevoegd om het onderscheid tussen privépersonen en ondernemingen te maken. Alle cijfers belanden in één bak. Hetzelfde geldt voor de onlinedatabanken van de correctionele rechtbanken, de hoven van beroep en de Dienst voor het Strafrechtelijk Beleid van de FOD Justitie. Meer nog: in al die databanken worden andere definities gebruikt. Wat het parket bijvoorbeeld bestempelt als 'fiscale fraude' komt niet overeen met 'fiscale inbreuk', de categorie die Strafrechtelijk Beleid gebruikt. En geen van beide termen overlapt met de 'financiële zaken' waarvan de correctionele rechtbanken gewag maken. De databank van alle veroordelingen in België, beheerd door de Dienst Centraal Strafregister van de FOD Justitie, lijdt aan dezelfde kwaal: alleen het strafblad van personen is makkelijk op te zoeken, niet dat van ondernemingen. Ook de vonnissen staan nergens online. In Nederland kunnen rechters in een verfijnde databank opzoeken welke straffen verschillende collega's in zaken rond pakweg belastingontduiking hebben uitgesproken. Je kunt er ook nagaan of het parket dat misdrijf heeft vervolgd, geseponeerd of een minnelijke schikking heeft voorgesteld. 'In België kan dat allemaal niet,' zegt oud-strafrechter Béatrice Taevernier, 'en dus kun je ook niet bijsturen. Als rechter had ik behoefte aan een ijkpunt, maar dat is er niet. Het gevolg is dat rechter X je voor soortgelijke feiten een zwaardere straf kan geven dan rechter Y. Dat is fundamenteel onrechtvaardig.' Charlotte Vanneste, onderzoeksleider aan het Nationaal Instituut voor Criminologie en Criminalistiek, is streng voor Justitie. 'Sinds 1830 is de gerechtelijke statistiek in ons land nauwelijks geëvolueerd. Wij pleiten al jaren voor een geïntegreerde statistiek. Daardoor zou je, aan de hand van een uniek identificatienummer, één persoon of zaak door de hele strafrechtelijke keten kunnen volgen.' Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) valt niet uit de lucht wanneer we hem met de kwestie confronteren. 'Bij mijn aantreden heb ik ontdekt dat veel cijfers ontbraken waarop ik mijn beleid wilde baseren. Dat verwonderde me ten zeerste. Het heeft te maken met een te zwakke informatisering en een te kleine ambitie, in het verleden, om het beleid ook vanuit de cijfers te laten vertrekken. We werken aan een nationaal "ketengericht" datamodel dat daar verandering in moet brengen.' Dit artikel kwam tot stand met de steun van het Fonds Decroos voor Bijzondere Journalistiek. Meer op Knack.be/fraude Door Patrick Gijssels'Sinds 1830 is de gerechtelijke statistiek in ons land nauwelijks geëvolueerd.'