Muzikant Flip Kowlier kwam drie jaar geleden als nieuwsmijder uit de kast. Naar het televisiejournaal keek hij niet meer, voor nieuwsflashes op de radio hield hij de oren dicht. Nieuwssites en discussiefora op sociale media negeerde hij en het eerste katern van de krant belandde ongelezen bij het oud papier. Goed voor de nachtrust en de geestelijke gezondheid, aldus Kowlier, die naar eigen zeggen depressief werd van de onophoudelijke berichtenstroom.
...

Muzikant Flip Kowlier kwam drie jaar geleden als nieuwsmijder uit de kast. Naar het televisiejournaal keek hij niet meer, voor nieuwsflashes op de radio hield hij de oren dicht. Nieuwssites en discussiefora op sociale media negeerde hij en het eerste katern van de krant belandde ongelezen bij het oud papier. Goed voor de nachtrust en de geestelijke gezondheid, aldus Kowlier, die naar eigen zeggen depressief werd van de onophoudelijke berichtenstroom. De West-Vlaming staat daarmee niet alleen. 28 procent van de Belgen vermijdt geregeld het nieuws, zo blijkt uit het Digital News Report 2019 van het gezaghebbende Reuters Institute for the Study of Journalism. Ons land presteert daarmee beter dan het gemiddelde van 32 procent, opgetekend tijdens de jaarlijkse enquête bij mediagebruikers in 35 landen op 5 continenten. Meer dan de helft van de nieuwsmijders geeft de negatieve invloed op het humeur als verklaring voor hun wegkijkgedrag. In het rapport uit 2020 werd news avoidancy niet opgenomen, maar een peiling naar het effect van corona in het Verenigd Koninkrijk bracht een scherpe toename van het mijdgedrag aan het licht. Ondanks de grote behoefte aan informatie over het snel evoluerende virus hebben veel Britten de buik vol van de door de pandemie uitgelokte infodemie. Dat lijkt in tegenspraak met een andere corona- trend, het zogenaamde doomscrollen, waarover sociale psychologen zich dezer dagen zorgen maken. Doomscrollers hebben een dwangmatige neiging om op de smartphone onheilsberichten te turven, als bevestiging voor hun pessimistische verwachtingen. Toch valt het niet uit te sluiten dat de groepen achter beide trends elkaar overlappen. Nieuw is het allemaal niet. Voor Björn Soenens begin 2017 als correspondent naar New York verhuisde, diende hij drie jaar lang als hoofdredacteur van het VRT-Journaal. In oktober 2014 postte hij op Knack.be een opiniestuk dat als een steen in de kikkerpoel van de Vlaamse media viel. Soenens rekende scherp af met een journalistiek model dat de burger onophoudelijk met slecht nieuws bombardeert. Dat leidde volgens hem tot pessimisme en een destructief, polariserend wereldbeeld. 'Media focussen zo graag op de gaten in de kaas, en onderweg vergeten we de rest van de kaas: de context, de normaliteit, de vooruitgang.' Soenens, niet zuinig met metaforen, propageerde constructieve journalistiek als oplossing. Het VRT-journaal zou het voorbeeld geven, door mensen te verbinden in plaats van conflicten op te poken. De constructieve journalisten van de Reyerslaan zouden niet langer alleen op problemen focussen, maar ook uitkijken naar oplossingen. We moeten niet alleen het haar in de soep tonen, aldus Soenens, maar het er ook uit halen. Zijn pleidooi oogstte zowel bijval als snijdende kritiek. Nogal wat collega's en mediawatchers verweten Soenens van het VRT-journaal een goednieuwsshow te willen maken. Zeven jaar later past hij, tussen twee stand-ups over de machtsoverdracht in het Witte Huis door, voor een replay van het debat. Toch kan hij niet nalaten zijn criticasters met terugwerkende kracht tegen te spreken. Nooit heeft hij zelfs maar geïnsinueerd dat constructieve journalistiek bedrijven neerkomt op de kritiekloze positivo uithangen. Soenens was natuurlijk niet de uitvinder van deze stroming. Het theoretisch raamwerk werd in Denemarken getimmerd, onder meer door Ulrik Haagerup, de gewezen hoofdredacteur bij de openbare omroep DR, die aan de Aarhus Universitet het Constructive Institute oprichtte. Nog in Denemarken schreef voormalig Washingtoncorrespondente Cathrine Gyldensted het basiswerk Five Elements of Constructive Journalism. Opvallend is haar verwijzing naar het Watergateschandaal, een hoogtepunt in de geschiedenis van de onderzoeksjournalistiek. Gyldensted ziet er evenwel een heel andere mijlpaal in. Na Watergate is de journalistiek volgens haar afgegleden naar cynisme en negativiteit. Karel Verhoeven loopt niet warm voor het label constructieve journalistiek. 'Vijf jaar geleden was dat een echte hype', zegt de hoofdredacteur van De Standaard. 'Intussen is die golf gaan liggen, de journalistiek heeft andere katten te geselen. We hebben zopas het trumpisme met zijn stormloop tegen de waarheid uitgezweet. Daaruit vallen twee belangrijke lessen te trekken: journalistiek moet veel offensiever worden, en we moeten onze methodologie veel scherper afbakenen en toepassen.' Dat mensen afhaken omdat ze depressief worden van het nieuws? Verhoeven haalt er de schouders voor op. 'Dat hoor ik al zolang ik in dit vak zit', zegt hij. 'Over de coronaberichtgeving hoor je nu hetzelfde, maar er is nooit méér nieuws geconsumeerd dan tijdens deze pandemie. Pas op, ik deel de analyse die adepten van constructieve journalistiek destijds maakten. Nieuws belicht vaak het gevaar, het accident en het falen, dat klopt. En er is een probleem met het korte nieuwsbericht, het kleinste bouwblok van de journalistiek. Dat heeft te maken met het digitale ecosysteem: nieuwsberichten met een extreem korte omlooptijd worden niet meer op het terrein maar in een zuivere desk-omgeving geproduceerd. Ze krijgen scherpe koppen zodat ze op de sociale media worden opgepikt, waardoor ze ook makkelijk recycleerbaar zijn voor allerlei lieden met een eigen agenda.' Verhoeven heeft een heldere visie op de missie van een kwaliteitskrant. 'Het grotere geheel tonen, de verbanden duiden waarin nieuws past, dat is de opdracht van goede journalistiek. De Standaard heeft de voorbije jaren sterk op onderzoeksjournalistiek ingezet. Wie heeft de macht? Welke belangen worden gediend? Wie zijn de winnaars en wie de verliezers? Het zijn allemaal vragen die in the bigger picture passen. Schrijven over corona is schrijven over slecht nieuws. Maar we berichten evenveel over vaccins, die toch de oplossing zouden bieden. En ook dan stellen we de vraag: welke belangen speler er voor big pharma? We zijn geen idealisten, maar als journalisten opereren we wel binnen een ethisch kader, we willen het beste voor de maatschappij. Het project CurieuzeNeuzen is een mooi voorbeeld, een staaltje van oldskool uitzoekjournalistiek, die de overheid onder druk heeft gezet om maatregelen te treffen.' Wat hebben de Brits-Zwitserse filosoof Alain de Botton en hoofd- redacteur Rob Wijnberg van De Correspondent met elkaar gemeen? Beide intellectuelen zetten de constructieve journalistiek op de radar van Joël De Ceulaer, senior writer en onvermoeibare leverancier van scherpe meningen bij De Morgen. 'Wijnbergs analyse over de toxiciteit van de media als nieuwsfabriek sneed wel hout', vindt De Ceulaer. 'De lezer beter informeren, uitleggen hoe de wereld werkt, niet focussen op de anomalie maar op de structuren, dat is allemaal zeer behartigenswaardig. De bad news bias, de vertekening door slecht nieuws, is immers een feit. Een autobus die in een ravijn stort, haalt de wereldpers. Maar dat er dagelijks miljoenen bussen perfect veilig ter bestemming arriveren, daar staat de journalistiek niet bij stil. Anderzijds heeft de negatieve focus ook nut, want uit slecht nieuws vallen lessen te trekken. In de luchtvaart is het bekend: met iedere crash is de veiligheid toegenomen.' Constructieve journalistiek laat zich lastig omschrijven, maar De Ceulaer weet heel precies wat het níét is. 'Dankzij de VRT', zegt hij. 'Luc Rademakers, voormalig hoofdredacteur van de nieuwsdienst, poneerde tijdens een interview dat journalisten sparringpartners van het beleid moeten zijn, ze moeten samen ijveren voor een betere wereld. Dat vond ik een verbijsterende uitspraak: sparring- partners van politici? Rademakers heeft later getoond wat hij daarmee bedoelde, door twee van zijn beste journalisten in de rug te schieten, nadat ze een onthullend boek over Johan Vande Lanotte hadden geschreven. Ik vind het nog altijd een dieptepunt in onze recente journalistieke geschiedenis. In mijn Knack-periode heb ik me het adagium van Rik Van Cauwelaert eigen gemaakt. Als journalist zit je altijd in de oppositie, zei Rik. Om het even of de regering links of rechts is, je moet ze genadeloos aanpakken.' Pleitbezorgers kunnen het niet genoeg benadrukken: constructieve journalistiek valt niet te verwarren met positieve journalistiek. Voor dat laatste bestaat er ontegensprekelijk een markt, zo bewijst het succes van de in zonnig nieuws gespecialiseerde website The Optimist Daily. The Huffington Post heeft een optimistisch hoekje, terwijl kranten zoals The Guardian en The New York Times op geregelde tijdstippen nieuwsbrieven met porties heuglijk nieuws versturen. Karel Verhoeven ziet er de urgentie niet van in. 'Het lijkt me gek om positief nieuws bij wijze van compensatie in een apart hoekje te presenteren', zegt hij. 'Je moet door de hele krant een gebalanceerd wereldbeeld presenteren.' Joël De Ceulaer kan het wel smaken. 'Als het goed wordt gebracht kan het een meerwaarde vormen. Er mag best meer aandacht worden besteed aan wetenschappelijke doorbraken, bijvoorbeeld.' Keuzes maken, daar komt het voor poortwachters van de media altijd op neer. Zou dat voor een hoofdredacteur van een populaire krant anders liggen dan voor de collega's van de zogeheten kwaliteitspers? Vooraleer ze in 2013 als cohoofdredacteur van Het Nieuwsblad aantrad, werkte Liesbeth Van Impe jarenlang als politiek redacteur bij De Morgen. 'Het verschil was groot', zegt ze. 'Een krant zoals De Morgen moet het vooral van hard, vaak institutioneel nieuws hebben. Het uitgangspunt is bijna per definitie kritisch, want je wint geen Pulitzerprijzen als je de wereld door een roze bril beschouwt. Bij mijn overstap naar Het Nieuwsblad moest ik me aanpassen. Ook wij brengen hard nieuws, maar we hanteren een veel bredere definitie van de actualiteit.' Bij Het Nieuwsblad houdt een derde van de redacteurs zich bezig met regionaal nieuws, een ander derde met sport. 'Ook daar zit hard nieuws bij. Onze sportredactie heeft zich bijvoorbeeld verdiept in het sociaal statuut van profvoetballers. Maar op de regionale pagina's staan niet alleen gebroken benen of keukenbranden, er wordt ook veel aandacht besteed aan positieve initiatieven en kleine verhalen waarin gewone mensen een glansrol spelen. Ik weet niet of dat onder de noemer van constructieve journalistiek valt, maar feit is dat in onze mix veel nieuws zit dat je verbindend kunt noemen.' Ook bij Van Impe speelde De Correspondent voor katalysator. De lancering van het Nederlandse online medium in 2013 blijft een geuzenverhaal uit het boek van de journalistiek der Lage Landen. Het doel was ambitieus en verfrissend. Niet meewaaien met de waan van de dag. Structuren blootleggen veeleer dan incidenten uitvergroten. Burgers niet opzadelen met een cynisch wereldbeeld en een gevoel van machteloosheid, maar hen kennis en inzicht aanreiken waarmee ze zelf aan de slag kunnen gaan. Dat alles gepresenteerd in goed geschreven en fraai opgemaakte longreads op een advertentievrij platform, want het via crowdfunding opgerichte medium leeft vooral van zijn 70.000 leden-abonnees. Intussen is De Correspondent ook succesvol als uitgeverij, met megasellers zoals Rutger Bregmans De meeste mensen deugen, een titel die de constructieve wereldvisie van het medium zowat samenvat. 'Ik heb wel twijfels bij de absolute manier waarop Bregman de grens trekt tussen relevante journalistiek en opper- vlakkige, emo- gedreven, waan-van-de-dag-journalistiek', zegt Van Impe. 'Er is een reden waarom een land in oorlog meer aandacht krijgt dan de 200 landen waar vrede heerst. Ik ben een grote fan van Man Bijt Hond. Dat is een geweldige, constructieve aanvulling van Het Journaal, maar het kan Het Journaal nooit vervangen.' Rob Wijnberg knoopt meteen aan bij de recente actualiteit: de zware rellen tegen de avondklok die Nederland eind januari op stelten zetten. 'Een perfect voorbeeld van negatieve n ews bias', zegt hij. 'De relschoppers vormden slechts een kleine minderheid, de waarheid is dat de overgrote meerderheid van de Nederlanders het coronabeleid steunt, inbegrepen de avondklok. Kijk naar de peilingen, premier Mark Rutte staat met zijn VVD eenzaam aan de top. Toch zijn het de relschoppers die de beeldvorming domineren. Zo ziet de wereld er dus uit door de lens van het nieuws: gefragmenteerd en chaotisch. De dagelijkse berichtenstroom verspreidt pessimisme en een gevoel van machteloosheid.' Tegen die stroom wil De Correspondent oproeien, onder de vlag van constructieve journalistiek. Dat ook traditionele media oog hebben voor diepgang en structuren, onder meer via onderzoeksjournalistiek die een echte hausse beleeft, dat wil Wijnberg niet ontkennen. 'Maar het primaat van het nieuws blijft overeind', zegt hij. 'Constructieve journalistiek vind je op pagina 80, de hele voortrein is voor nieuws gereserveerd. Dat hangt samen met het businessmodel: traditionele media moeten aandacht trekken om advertenties te kunnen werven. Ik betwijfel of dat een duurzaam model is, steeds meer lezers knappen erop af.' De poging om met The Correspondent een Amerikaanse versie te lanceren, werd begin dit jaar gestaakt wegens onrendabel. Maar de blootstelling aan het trumpisme heeft Wijnbergs journalistieke credo aangescherpt. 'Ik ben meer dan ooit overtuigd dat journalistieke objectiviteit een illusie is. In de Angelsaksische traditie komt dat erop neer dat je verschillende meningen evenwichtig aan bod laat komen. Maar hoe doe je dat in de context van de Amerikaanse politiek, waar een van de twee kampen doorschiet in radicalisme en de democratie en de waarheid verwerpt? Als journalist moet je een dam opwerpen voor de democratie en de vrije meningsuiting. Dat heb ik dus geleerd uit het trumpisme: journalisten moeten zeggen waar ze voor staan. Journalistiek is een moreel beroep, en constructieve journalistiek is daar een invulling van.'