Er is geen weg omheen, de Amerikanen gaan Irak aanvallen en het traditionele kransje oorlogsverslaggevers maakt zich klaar om ons daarover minutieus en tendentieus te berichten. Wij zullen hun wel en wee volgen, zij het van een veilige afstand. Vandaag richten wij de spots op Jef Lambrecht van de VRT-radio.
...

Er is geen weg omheen, de Amerikanen gaan Irak aanvallen en het traditionele kransje oorlogsverslaggevers maakt zich klaar om ons daarover minutieus en tendentieus te berichten. Wij zullen hun wel en wee volgen, zij het van een veilige afstand. Vandaag richten wij de spots op Jef Lambrecht van de VRT-radio. Jef is inmiddels, via een schijnhuwelijk, in Afghanistan gedomicilieerd en woont in een buitenwijk van Jalalabad. 'De opcentiemen zijn niet te hoog, het is er rustig, de winters zijn erg zacht, en het is dicht bij het werk', zegt Jef die de hoop niet heeft verloren om in de tunnels van Tora Bora alsnog mullah Omar en Osama bin Laden levend in handen te krijgen. En vooral de 25 miljoen dollar die de Amerikanen daarvoor hebben uitgeloofd. In de nazomer kwam Lambrecht kortstondig naar België terug, propte wat propere kleren en enkele voedselsupplementen in zijn koffer, en schreef inderhaast een boek over nine-eleven dat al na twee weken de top-tien van de non-fiction aanvoerde. Het stond ook derde in de fiction, een combinatie die tot nu toe alleen was weggelegd voor Het klauwen van de leeuw van Marc Reynebeau. Dat boek van Jef is volstrekt onleesbaar. Elke Afghaan wordt erin doorgelicht: is hij lid of sympathisant van al-Qae-da, heeft hij banden met de Taliban, is hij voor of tegen baard en burka, duikt hij dagelijks in de koran? Jef heeft het van iedere inwoner van Afghanistan uitgevlooid. Althans, zo lijkt het voor een onvoorbereid lezer die zich ongetwijfeld laat overdonderen door alle verbonden en verbanden die Jef legt tussen partijen en partijtjes, fracties en facties, strekkingen en strevingen. Het is zoals met Knack: de lezer begrijpt er geen snars van, maar heeft de indruk dat dat aan zijn eigen domheid ligt, in plaats van aan die van de auteur. Wat Jef in werkelijkheid heeft gedaan, is het telefoonboek van Kabul genomen en daaruit lukraak vijfentachtig namen geselecteerd. Daarmee heeft hij een onontwarbaar kluwen van netwerken en samenzweringen uit zijn duim gezogen waar hij binnen de kortste keren zelf niet meer wijs uit raakte. Wie het boek met die wetenschap in het achterhoofd leest, zal een paar aangename uren beleven, alle anderen een marteling. Maar, Jef kreeg gratis spotjes op de radio en had al snel genoeg geld bijeen om opnieuw naar Azië te vertrekken. Van Dirk Tieleman kreeg hij een plannetje van Kabul waarop aangekruist een steegje waar Dirk vijftien jaar geleden zijn motor in een garagebox had achtergelaten. De ontelbare TerZake's en Laatste Showen van deze wereld zijn dat wat uit het oog verloren, anders hadden ze hem wel met zijn allen opgevoerd na elf september, maar eind jaren tachtig heeft Dirk Tieleman gedurende vijf maanden door Afghanistan gereden. In die dagen werd het land bezet door de Russen, en Tieleman had met zijn gezellen van Artsen zonder Grenzen pas de eerste clandestiene stap over de Pakistaanse grens gezet of hij werd al gedetecteerd door een spionagesatelliet van de KGB. Het vangen van Tieleman werd van toen af aan de eerste prioriteit van de Russen. Daardoor was Dirk verplicht 's nachts te reizen, met gedoofde lichten en van kop tot teen met houtskool gecamoufleerd. Overdag verborg hij zich in afgelegen hoeves of tunnels, en voedde zich met sprinkhanen en dode ratten. Dat was weinig comfortabel en omdat Tieleman, die er bij zijn vertrek uit Brussel al een beetje als een Afghaan had uitgezien, uiterlijk nauwelijks nog te onderscheiden was van de echte autochtonen, besloot hij een andere tactiek toe te passen. Hij keerde terug naar Kabul, stalde zijn motor in een gehuurde garage, kocht wat lokale kledingstukken en nam vervolgens plaats in de laadbak van een tractor. Kromzwaard op de heup, geweer over de schouder, en goedgevulde patronengordel om het middel. Niemand had durven geloven dat daar een Belg zat. Dirk doorkruiste te voet vierhonderd kilometer bezet gebied, trok helemaal alleen de besneeuwde bergen in, en werd daar als een held verwelkomd door een bataljon verzetsstrijders van de Taliban, die vandaaruit de vijand belaagden. Er werd een kampvuur aangestoken, de fles ging rond, en terwijl in de verte honden huilden, hieven de Afghanen hun befaamde door merg en been snijdende liefdesliederen aan. Toen Tieleman daar enkele al even snerpende Vlaamse chansons aan toevoegde, was het lot van de Russen bezegeld. De krijgslust van de Afghanen gemengd met de strategische geslepenheid van Dirk Tieleman dwong het Rode Leger binnen een maand tot een smadelijke aftocht. 'Met een beetje geluk staat die motor er nog', had Dirk Jef aangemoedigd. 'Voor tweehonderdduizend frank is hij van u. Ik zou wel graag het geld nu al hebben, want zoals ge weet, is mijn huis afgebrand en een nieuw kost meer dan ik had gedacht. Vermits gij nu toch een bestseller op de markt hebt, kunt ge er beter tegen dan ik.'Jef had zuchtend betaald en was blij verrast toen hij bij zijn terugkeer in Kabul op de aangegeven plaats inderdaad de bewuste motor aantrof. Bij de tweede poging bleek die, giftige wolken hoestend en brakend, nog te werken ook. Jef had net de veel te ruime helm van Tieleman over zijn oren getrokken en maakte zich klaar om de garage uit te scheuren, toen tot zijn ongeloof de vertrouwde gestalte van Johan Depoortere voor hem oprees. Had ook tweehonderdduizend frank aan Tieleman betaald en wenste vanuit Kabul naar Kathmandu te rijden, om daar te gaan onderzoeken hoe het zat met de prille democratie. Na een kort maar hevig handgemeen sloten Jef en Johan een tijdelijke wapenstilstand, vooral uit angst dat zo dadelijk ook Rudi Vranckx in het steegje zou opduiken met de melding dat ook hij tweehonderdduizend frank aan Tieleman had gegeven. Met Depoortere aan het stuur en Jef op de duozit rochelde de oude motor vijf minuten later door de hoofdstraat van Kabul, waar Depoortere een onthutste politieagent een pistool tegen het hoofd zette en dwong de kortste weg naar Ne-pal op een plannetje aan te wijzen. Koen Meulenaere