'Vroeger ging je alleen naar de dokter als je ziek was', zegt Ignaas Devisch, professor ethiek en medische filosofie aan de Universiteit Gent. 'Bleek het ernstig te zijn, dan stuurde hij je door naar een ziekenhuis. Nu stappen mensen ook om heel andere redenen naar een arts: omdat ze vermoeid zijn, zich angstig en onzeker voelen, niet tevreden zijn met hun figuur.' Hun probleem krijgt dan een label opgeplakt en er wordt hen een remedie aangereikt, meestal in de vorm van pillen. Zo wordt een hele rist gedragingen en emoties waar vroeger niemand graten in zag vandaag als aandoening gecatalogiseerd. Die zogenaamde medicalisering van de samenleving is het onderwerp van Ziek van gezondheid, een boek met bijdragen van onder meer huisarts Jan Van Duppen en klinisch psycholoog Paul Verhaeghe, dat is samengesteld door Devisch.
...

'Vroeger ging je alleen naar de dokter als je ziek was', zegt Ignaas Devisch, professor ethiek en medische filosofie aan de Universiteit Gent. 'Bleek het ernstig te zijn, dan stuurde hij je door naar een ziekenhuis. Nu stappen mensen ook om heel andere redenen naar een arts: omdat ze vermoeid zijn, zich angstig en onzeker voelen, niet tevreden zijn met hun figuur.' Hun probleem krijgt dan een label opgeplakt en er wordt hen een remedie aangereikt, meestal in de vorm van pillen. Zo wordt een hele rist gedragingen en emoties waar vroeger niemand graten in zag vandaag als aandoening gecatalogiseerd. Die zogenaamde medicalisering van de samenleving is het onderwerp van Ziek van gezondheid, een boek met bijdragen van onder meer huisarts Jan Van Duppen en klinisch psycholoog Paul Verhaeghe, dat is samengesteld door Devisch. Het idee dat doorgedreven gezondheidszorg mensen ook ziek kan maken, is niet nieuw. In de jaren 1970 schreef de Oostenrijkse filosoof Ivan Illich al over de dwingelandij van de geneeskunde die ons etiketten opplakt en ons op die manier soms zieker maakt dan we in werkelijkheid zijn. 'Tegenwoordig gaan we vaak zelf op zoek naar labels om ons gedrag beter te kunnen uitleggen. Want als de manier waarop je je gedraagt een pathologische achtergrond heeft, heb je er zelf geen schuld meer aan', legt Devisch uit. Dat is meteen ook een belangrijke reden waarom veel mensen met psychische problemen liever pillen slikken dan in therapie gaan: wie zijn problemen met therapie probeert op te lossen, legt de oorzaak voor een stuk bij zichzelf. Bovendien is therapie soms ook een pak duurder, duurt het langer en is het best lastig. 'Nochtans kan therapie, al dan niet in combinatie met medicatie, echt wel helpen bij bijvoorbeeld een depressie', aldus Devisch. 'Nu worden psychiaters soms geconfronteerd met patiënten die ze eerst twee jaar van de medicijnencocktails moeten laten afkicken voor ze echt met hen aan de slag kunnen.' En dat zijn echt niet allemaal zwaar depressieve patiënten. Integendeel. 'Sommige aandoeningen of stoornissen die in de omstreden vijfde editie van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5) zijn opgenomen en waarvoor dus vaak pillen worden voorgeschreven, zijn niet wetenschappelijk onderbouwd. Bovendien zijn ze zo vaag omschreven dat ze een heel brede lading kunnen dekken', zegt Ignaas Devisch. 'Blijkbaar is de verwevenheid tussen wetenschap en industrie in dat domein net iets te groot om gezond te zijn. Tegenwoordig beschouwt men zelfs emoties als angst of verlegenheid, die op zich niet problematisch of pathologisch hoeven te zijn, als aanwijzingen dat er iets mis is. Ook zwaarmoedigheid en melancholie - gevoelens waar Aristoteles al over schreef - moeten worden bestreden. Zelfs rouwarbeid mag niet te lang duren of het wordt in DSM-5 al als een aandoening beschouwd. Op den duur zou je je gaan afvragen of we nog wel emoties mogen beleven.' Dankzij de medische vooruitgang mogen we dan veel meer mogelijkheden hebben dan vroeger, dat betekent nog niet dat ook onze keuzevrijheid exponentieel is toegenomen. Integendeel. Als er een pil voor je kwaal bestaat, wordt er van je verwacht dat je die ook inneemt. Tegen griep laat je je vaccineren, lentemoeheid verdrijf je met een oppeppende kuur en koorts onderdruk je met een bruistablet. 'Het aantal patiënten - of misschien zouden we ze beter consumenten noemen - dat medicijnen moet slikken omdat ze anders niet zouden kunnen blijven functioneren, is onrustwekkend hoog', zegt Ignaas Devisch. 'Blijkbaar wil iedereen koste wat het kost door blijven gaan, of toch de schijn ophouden.' Gevolg: steeds meer mensen vragen de dokter om een paardenmiddel tegen hun keelontsteking of bronchitis, terwijl ze beter gewoon een paar dagen in bed zouden blijven. Anno 2013 is ziek zijn een teken van zwakte geworden. 'Zo zit deze tijd nu eenmaal in elkaar. Op elk moment moet je stralen, er fit en jong uitzien en gezond zijn. Omdat dat op den duur niet vol te houden is, wordt de drang om medicijnen te nemen vanzelf erg groot', besluit Devisch. En altijd weer zit daar een economische component aan vast: ziekte kost de samenleving handenvol geld en dus zorgt een verantwoordelijke burger ervoor dat hij niet ziek wordt, of het toch zeker niet lang blijft. Daardoor is gezond leven of het slikken van geneesmiddelen haast meer een plicht dan een recht geworden. Niet alleen als je ziek bent trouwens. Ook als je op de een of andere manier niet aan de norm beantwoordt, is de druk wel eens groot om daar iets aan te doen. 'Vroeger moest je aanvaarden wie je was. Je was wat je in de spiegel zag en daar viel niet veel aan te doen', legt Ignaas Devisch uit. 'Maar nu zijn er steeds meer mogelijkheden om de kloof tussen jezelf en je ideaalbeeld te overbruggen. Je kunt een pil nemen om je opgewekter te voelen, je kunt aan je gezicht laten werken, of zelfs van geslacht veranderen Op zich hoeft daar niets mis mee te zijn. Ik vrees alleen dat we nog niet goed weten hoe we het best met al die mogelijkheden kunnen omgaan.' Net zoals we soms niet goed weten hoever we mogen gaan om onze kinderen aan onze verwachtingen te laten beantwoorden. Devisch: 'Ontzettend veel kinderen krijgen vandaag onterecht een label opgeplakt en moeten daardoor medicijnen nemen waarvan we het langetermijneffect niet kennen. En vaak alleen maar omdat ze gedrag vertonen dat redelijk normaal is voor kinderen: ze zijn erg enthousiast, kunnen niet stilzitten, zijn dromerig. Zelfs in de kleuterklas krijgen sommigen al pilletjes om zich te kunnen concentreren. In de kleuterklas! Iedereen weet toch dat kleuters zich niet kunnen concentreren? Daar zijn het kleuters voor.' Ouders weten dat natuurlijk ook wel. Maar toch volgen ze vaak de raad van de school of het CLB op om hun zoon of dochter medicijnen te laten voorschrijven. Kwestie van een kind alle kansen te geven in het leven. Zo vertelt psychologe Laura Bastra in het boek hoe er in haar kindertijd druk op haar ouders werd uitgeoefend om haar toch maar groeiremmers te geven. De voorspelling was dat ze wel 1,88 meter zou worden en dat zou niet goed voor haar zijn. Maar haar ouders wilden geen pillen in een gezond kind en sloegen het advies van de schoolarts in de wind. 'Ik mag me gelukkig prijzen met het gezonde scepticismevan mijn ouders, want in 2012 werd duidelijk dat een groot deel van de vrouwen die als meisje groeiremmers hadden geslikt, vruchtbaarheidsproblemen heeft', schrijft Bastra. Vandaag is ze 1,92 meter en moeder van vier kinderen. 'Dat verhaal toont aan dat we het recht om van de norm af te wijken aan het verliezen zijn', bedenkt Devisch. 'Dat je in staat wordt gesteld om iets waar je doodongelukkig om bent te corrigeren, daar is op zich niets mis mee. Maar het mag natuurlijk geen dwingend karakter krijgen: je kunt het corrigeren en dus moet je dat ook doen.' De medische ontwikkelingen van de afgelopen decennia hebben het leven dus niet noodzakelijk makkelijker gemaakt. 'Het is natuurlijk fantastisch dat onze maakbaarheid en autonomie zo zijn toegenomen, want ik zou niet terug willen naar een vorm van medische autoriteit die alles in mijn plaats beslist. Maar er zit ook een keerzijde aan dat verhaal: alles komt nu op ons dak terecht. Ook op medisch vlak moeten wij nu belangrijke beslissingen nemen waarvoor we de volle verantwoordelijkheid dragen.' Bovendien is het geloof van veel mensen in het kunnen van de medische wereld zo groot geworden dat ze maar moeilijk met de beperkingen ervan kunnen omgaan. Laat staan dat ze ermee om kunnen als ze ziek worden zonder aanwijsbare oorzaak. Hoeveel ze ook sporten en hoe verantwoord ze ook eten, dat biedt nog geen garantie op een gezond leven. Devisch: 'Doordat we over zo veel dingen zelf kunnen beslissen, hebben we het ontzettend moeilijk gekregen met toeval. Als er iets gebeurt, zoeken we een schuldige. Dus moet ook een ziekte een aanwijsbare oorzaak hebben in onze hersenen, genen of gedrag.' Dat er iets zal moeten veranderen, staat buiten kijf, want ook in de gezondheidszorg zal de komende jaren nog moeten worden bespaard. Vaak wordt dan in de eerste plaats gekeken naar mensen die ongezond leven: ze roken, bakken lappen rood vlees in romige boter, bewegen amper of nemen hun cholesterolmedicijnen niet trouw in. Door dat gedrag zouden zij zelf verantwoordelijk zijn voor hun ziektes en aandoeningen. Niet toevallig gaat het vaak om mensen met een lager inkomen, want die kunnen zich geen fitnessabonnement veroorloven en kopen uit noodzaak vaak de goedkoopste en minst gezonde voeding. 'De kleine besparingsmaatregelen die nu worden genomen, gaan al vaak ten koste van de laagste sociale klassen', zegt Devisch. 'Neem de regel dat je een controle bij de tandarts niet terugbetaald krijgt als je die het jaar ervoor hebt overgeslagen. Wie is daar de dupe van, denkt u?' Als er moet worden bespaard, zou de overheid volgens de filosoof beter iets doen aan de overconsumptie van geneesmiddelen en behandelingen door mensen die eigenlijk niet ziek zijn. 'Heel veel kerngezonde mensen laten zich tegenwoordig screenen om er zeker van te zijn dat ze bepaalde ziektes niet hebben', zegt hij. 'Vaak zijn dat hogeropgeleiden die zeer goed hun weg door de gezondheidszorg kennen. Ook zij zetten het systeem onder druk en voeren de kostprijs ervan op.' Meestal weten die ook heel goed wat ze willen en hebben ze zelf al een diagnose gesteld voor ze een dokterskabinet binnenstappen. Een beetje surfer weet zo wat hij heeft en welke pillen hij daarvoor moet slikken - of denkt dat toch te weten. Dan is het alleen nog zaak om een dokter zover te krijgen die daadwerkelijk voor te schrijven. De meeste dokters zullen dat natuurlijk niet doen als ze het niet nodig vinden, maar in het Belgische systeem hoeft dat geen belemmering te zijn. Weigert de ene huisarts je een voorschrift, dan zijn er nog tientallen andere in de buurt die je erom kunt vragen. Desnoods ga je naar een specialist of een ziekenhuis. Het feit dat artsen bij ons per prestatie worden betaald, helpt daarbij natuurlijk ook niet: hoe meer medische handelingen ze stellen, hoe beter ze daar zelf van worden. Niet erg gezond allemaal. Maar toch is de kans klein dat de klok nog zal worden teruggedraaid. Zeker in een sector waar vooruitgang betekent dat er nog meer levens kunnen worden gered. 'Ik vrees dan ook dat we de enorme verwevenheid tussen wetenschap en industrie niet ten gronde zullen kunnen veranderen', concludeert Ignaas Devisch. 'Tenzij bepaalde medicijnen op lange termijn een nefaste werking blijken te hebben. Al komt er nu natuurlijk ook veel aan de oppervlakte, zoals de hoge zelfmoordcijfers. Toch zit een grote revolutie er duidelijk niet in. Als samenleving zullen we dus op zoek moeten gaan naar een manier om zo goed mogelijk met onze enorme vrijheid en maakbaarheid om te gaan.' Ignaas Devisch e.a., Ziek van gezondheid, De Bezige Bij Antwerpen, 192blz., 19,99 euro.DOOR ANN PEUTEMAN